Termijnen zijn zeker in het fiscaal recht van cruciaal belang. Dit speelt nu eens in het voordeel, dan weer in het nadeel van de belastingplichtige.
...

Termijnen zijn zeker in het fiscaal recht van cruciaal belang. Dit speelt nu eens in het voordeel, dan weer in het nadeel van de belastingplichtige. Neem bijvoorbeeld de aanslagtermijnen op het gebied van de inkomstenbelastingen. Zodra die verstreken zijn, is geen belastingheffing meer mogelijk. Als de fiscus de aanslagtermijnen laat voorbijgaan, mag de belastingplichtige op beide oren slapen. Hem kan normaal gezien niets meer gebeuren. De belastingplichtige zelf is ook aan termijnen gebonden. Een bezwaar tegen een gevestigde aanslag kan slechts binnen een welbepaalde termijn. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid om tegen een aanslag een vordering in rechte in te leiden bij de rechtbank. Die termijnen zijn vervaltermijnen. Wie ze laat verstrijken, verbeurt het recht om nog te reageren. Een bezwaar bijvoorbeeld dat laattijdig wordt ingediend, is niet ontvankelijk. Zelfs als de belastingplichtige gegronde argumenten heeft om de belasting te bewisten, helpt geen lievemoederen meer. Een laattijdig bezwaar staat gelijk met geen bezwaar. Behoudens in die gevallen waarin nog een ontheffing van ambtswege kan worden gevraagd, is de belasting definitief verschuldigd. Maar ook de mogelijkheid om een ontheffing van ambtswege te vragen, is aan strikte termijnen verbonden. Wie zijn rechten wil vrijwaren, moet dus op zijn tellen passen. De termijn om bezwaar in te dienen tegen federale inkomstenbelastingen bedraagt zes maanden. Vanaf welk ogenblik begint hij te lopen? Volgens de bestaande wetgeving is dat vanaf de verzending van het aanslagbiljet. Deze wettelijke regeling - waarbij de verzending als aanknopingpunt geldt - heeft tot gevolg dat de bezwaartermijn in de praktijk soms geen volle zes maanden loopt. De verzending kan bijvoorbeeld bij de post vertraging oplopen. Het probleem doet zich niet enkel voor op het gebied van het fiscaal recht. Ook in andere takken van het recht beginnen termijnen volgens de letter van de wet te lopen vanaf de verzending van de betrokken beslissing. Jaren geleden oordeelde het Grondwettelijk Hof in het kader van het sociaal procesrecht, dat de regeling waarbij de termijn ingaat vanaf de verzending van de beslissing, discriminerend is. Het is immers een illusie dat de rechtsonderhorige ook vanaf datzelfde ogenblik kennis heeft van de beslissing. De rechten van verdediging worden op deze manier volgens het Hof op onevenredige wijze geschonden. Een tweetal jaar geleden heeft het Grondwettelijk Hof hetzelfde beslist op het gebied van de bezwaartermijn inzake inkomstenbelastingen. De wettelijke regeling die ervan uitgaat, dat de bezwaartermijn begint te lopen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, is discriminerend. Wanneer mag de bezwaartermijn dan wel beginnen te lopen (om niet discriminerend te zijn)? Dat is volgens het Grondwettelijk Hof wanneer hij ingaat op de dag waarop de belastingplichtige naar alle waarschijnlijkheid kennis heeft kunnen nemen van het aanslagbiljet. Onder verwijzing naar de regeling die in het Gerechtelijk Wetboek te lezen staat inzake de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op papier, is dat volgens het Hof de derde werkdag volgend op die waarop het aanslagbiljet aan de postdiensten werd overhandigd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst (cfr. art. 53 bis van het Gerechtelijk Wetboek). De fiscus heeft zich inmiddels bij deze rechtspraak neergelegd. Dat geldt ook wat de termijn voor het indienen van een vordering in rechte betreft. Het verzoekschrift moet volgens de wet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving van de directeursbeslissing over het bezwaarschrift. Om te beoordelen of het verzoekschrift tijdig bij de rechtbank is ingediend, ging de fiscus indertijd eveneens uit van de datum waarop de directeursbeslissing over het bezwaarschrift verzonden werd. Maar ook op dit punt aanvaardt de fiscus tegenwoordig de zogenaamde ontvangsttheorie. Die wil dat de termijn om een geldig verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen pas begint te lopen vanaf de datum waarop de belastingplichtige kennis heeft kunnen nemen van de directeursbeslissing. Normaal gezien zal dit ook zijn vanaf de derde werkdag die volgt op de werkdag waarop de brief met de beslissing aan de postdiensten overhandigd werd (voor zover de kennisgeving per gewone aangetekende brief zonder ontvangstmelding gebeurt). Daarmee zijn niet alle problemen van de baan. Is de zaterdag ook een werkdag? In antwoord op een parlementaire vraag heeft de minister van Financiën onlangs laten weten, dat zijn administratie de zaterdag in deze context niet langer als een werkdag beschouwt. DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.Jan Van DyckDe bezwaartermijn begint pas te lopen vanaf de ontvangst van het aanslagbiljet.