Sinds zijn verkiezing tijdens de woelige dagen na de bomaanslagen in Madrid in maart 2004, zijn de zaken vrij goed verlopen voor de Spaanse socialistische premier. Op zijn eigen rustige wijze heeft José Luis Rodríguez Zapatero een hele waslijst met sociale wetgeving doorgevoerd, nieuwe bevoegdheden overgeheveld naar Catalonië en de moeilijke onderhandelingen aangevat om een einde te maken aan bijna veertig jaar separatistisch geweld in Baskenland.
...

Sinds zijn verkiezing tijdens de woelige dagen na de bomaanslagen in Madrid in maart 2004, zijn de zaken vrij goed verlopen voor de Spaanse socialistische premier. Op zijn eigen rustige wijze heeft José Luis Rodríguez Zapatero een hele waslijst met sociale wetgeving doorgevoerd, nieuwe bevoegdheden overgeheveld naar Catalonië en de moeilijke onderhandelingen aangevat om een einde te maken aan bijna veertig jaar separatistisch geweld in Baskenland. Ondertussen is hij een merkwaardig populaire leider gebleven, die de partij achter zich geschaard heeft en de oppositiepartij Partido Popular helemaal van haar stuk gebracht. Maar in 2007, het laatste volledige jaar van zijn ambtstermijn, lijken de zaken een heel stuk hachelijker te zullen worden. Het Baskisch terrorisme zal opnieuw opduiken als een van de grote politieke knelpunten. Dat was wat op de achtergrond gegleden nadat de ETA in maart 2006 een 'permanent staakt-het-vuren' aangekondigd had. Zapatero zegt dat hij geen toegevingen zal doen om de ETA ertoe te brengen zichzelf te ontbinden en de ETA heeft het gevoel dat het niets gekregen heeft in ruil voor het neerleggen van de wapens. Zonder substantiële toegevingen aan weerszijden, stevenen de gesprekken af op een breuk. Voor Zapatero, die een groot deel van zijn persoonlijk gezag in de waagschaal gelegd heeft bij de gesprekken, is het gevaar groot. Een terroristische aanslag die mensenlevens kost, zou de Partido Popular een doeltreffend element in de hand spelen om hem pijn te doen. Maar een grote gewelddaad zou ook dodelijk contraproductief kunnen zijn voor de overblijvende radicale elementen binnen de ETA - net zoals de bomaanslagen in Omagh in 1998 het lot bezegelden van de Real IRA. Het is echter meer waarschijnlijk dat een of andere splintergroep van de ETA ergens een symbolisch bompakket achterlaat om eraan te herinneren tot wat het in staat is, mogelijk zonder daarbij slachtoffers te laten vallen. Dat zou een ernstige tegenslag zijn voor het vredesproces, maar het waarschijnlijk niet helemaal doen stilvallen. Het zou een akkoord echter wel tot na de algemene verkiezingen van 2008 kunnen opschuiven, wat Zapatero een krachtig campagne-instrument uit handen zou nemen. De andere mogelijke achilleshiel van Zapatero is de Spaanse economie. Die snelt namelijk vooruit in een Fernando Alonso-achtig tempo en lijkt steeds meer onstabiel. 2007 zou wel eens het jaar kunnen worden dat ze van de sporen geraakt, nu de Europese Centrale Bank (ECB) waarschijnlijk de interestvoeten zal blijven verhogen. Naar de maatstaven van de lethargische eurozone, is de Spaanse groei indrukwekkend geweest. Spanje kende elf opeenvolgende jaren van economische expansie en in de voorbije zes jaar gebeurde dat zelfs tegen twee keer het gemiddelde groeitempo van de eurozone. Wat meer is: Spanje schept 60 % van alle nieuwe banen in de eurozone. Maar dezelfde economie heeft ook verontrustende onevenwichten opgebouwd. Spanje kent de hoogste inflatie in de eurozone (ongeveer 4 %), wat zijn producten steeds minder concurrentieel maakt in het buitenland. Terzelfder tijd is de consumptie levendig gebleven, wat Spanje een van de grootse tekorten op de lopende rekening en de handelsbalans ter wereld heeft opgeleverd. Op lange termijn zal blijken dat dergelijke onevenwichten onhoudbaar zijn. De Spaanse consumenten, die overstelpt worden met goedkoop krediet, werden getroffen door een aanval van koopwoede en dat stuwde de economie opwaarts. Maar intussen stapelden de Spanjaarden wel een berg aan persoonlijke schulden op. Met 120 % van het beschikbare inkomen - een percentage dat nog toeneemt - dragen de Spaanse huishoudens een van de zwaarste schuldenlasten in de eurozone. Net zoals de Britten, hebben de Spanjaarden geld gestoken in hun huizen, wat de prijzen in het voorbije decennium met 150 % heeft opgejaagd. Maar in tegenstelling tot de Britten, hebben de Spanjaarden in een recordtempo nieuwe huizen gebouwd en dat maakt de fundamenten van de toename van de huizenprijzen des te brozer. Zolang Spanje negatieve reële interestvoeten kent, is voor de Spanjaarden de verleiding groot om te blijven spenderen aan nieuwe woningen. De lonen stijgen echter maar matig en nog meer interestverhogingen door de ECB zou voor de met schulden overladen Spaanse gezinnen de economische duimschroeven aandraaien. Het gevaar is niet zozeer dat de woningbubbel uiteenspat, al behoort ook dat tot de mogelijkheden, dan wel dat de bouwboom stagneert en zo de rest van de economie aantast. Een vertraging in de bouw, die een derde van de voltijdse jobs schiep in de voorbije zes jaar, zou wijdverspreide repercussies hebben. De regering heeft getracht de verschuiving aan te moedigen naar een 'kenniseconomie' die gesteund is op innovatie en diensten. Ze heeft ook gepoogd om de concurrentiekracht van het land op te peppen, maar tot nu toe is de productiviteitstoename koppig aan de lage kant gebleven, ver achterop op andere landen. De regering zou de Spaanse economie een zachte landing kunnen laten maken door een beperkend begrotingsbeleid te voeren. Ze is er weliswaar in geslaagd een begrotingsoverschot aan te houden, maar dat was eerder het gevolg van hoge belastingontvangsten dan van lagere bestedingen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is erover bezorgd dat het begrotingsbeleid van de regering nog altijd licht expansief is. En zolang de economie het goed doet, bestaat er weinig stimulans om de bestedingsteugels aan te halen. De Spaanse groei zal vertragen in 2007. De enige vraag is met hoeveel. Een scherpe terugval zou ernstige gevolgen hebben voor Zapatero. Voorlopig lijkt zijn voorsprong echter onaantastbaar. De Partido Popular zit nog altijd in de ontkenningsfase na de jongste verkiezingen en moet nog steeds een samenhangende politiek voorleggen voor de volgende stembusgang. Zapatero is echter niet onkwetsbaar. Kiezers die geconfronteerd worden met stijgende hypotheekafbetalingen, een vertragende economie, toenemende immigratie en een kwakkelend Baskisch vredesproces zouden hun laatste tocht naar de urne vóór de algemene verkiezingen - de regionale en lokale verkiezingen van mei 2007 - wel eens kunnen aanwenden om Zapatero een bloedneus te bezorgen. De auteur is correspondent in Spanje van The Times.