Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) heeft vorige week de kat de bel aangebonden met zijn plan om de ouderen meer aan het werk te krijgen. De vakbonden reageerden niet alleen verrast, maar ook onthutst. Het gebalanceerde plan werd door hen algauw versmald tot een aanval op het brugpensioen.
...

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) heeft vorige week de kat de bel aangebonden met zijn plan om de ouderen meer aan het werk te krijgen. De vakbonden reageerden niet alleen verrast, maar ook onthutst. Het gebalanceerde plan werd door hen algauw versmald tot een aanval op het brugpensioen. Een week eerder had het VBO nog een andere stok in het hoenderhok gegooid. Om onze loonkostenhandicap van 10 % weg te werken, moeten we volgens de Belgische werkgevers weer veertig uur per week gaan werken. Ook toen reageerden de vakbonden afwijzend. Tweemaal op rij heeft het VBO de offensieve kaart getrokken. Nog maar zelden hebben de werkgevers zo expliciet en zo onderbouwd de nieuwe strategie uitgevoerd om een eigen eisenbundel op tafel te leggen. Is dit al de invloed van de nieuwe gedelegeerd bestuurder Rudi Thomaes? Het is in die context dat in het najaar de onderhandelingen over een nieuw interprofessioneel akkoord moeten aanvatten. Dat belooft moeilijk te worden. Er is ten eerste de economische context. De ruimte tot loonsverhoging is erg klein (wie logisch doordenkt, eigenlijk negatief) en de werkgevers zijn er meer dan ooit van overtuigd dat de concurrentie uit lagelonenlanden groter en groter wordt. Dat dit jaar de Europese Unie is uitgebreid, doet dat besef nog toenemen. Ten tweede is het overleg zelf onthoofd. Sterkhouder Tony Vandeputte (VBO) wordt vervangen door nieuweling Rudi Thomaes. Die heeft al van in zijn eerste toespraak laten voelen dat hij voor veranderingen staat.Bij het ABVV is er een volledige vernieuwing met de Nederlandsonkundige André Mordant uit de openbare sectoren en bediendesyndicalist en nieuweling Carlos Polenus. En bij het afsluiten van deze rubriek deed ook het gerucht de ronde dat Unizo-voorman Kris Peeters zou verdwijnen richting Vlaamse regering. Dat zouden wel eens te veel veranderingen kunnen zijn voor een akkoord dat voldoende heikele punten durft aan te pakken. De kans dat aan het eind van het jaar een interprofessioneel akkoord onmogelijk blijkt te zijn, wordt dus groter. Sommige syndicalisten vinden dat zelfs niet eens erg. Een ABVV-topman uit een centrale zei onlangs dat hij verwacht dat we in België naar een Duits model gaan zonder centraal akkoord en met de nadruk op sectorakkoorden waarbij één sector (metaal in Duitsland) de toon aangeeft voor de andere. Is zo'n model ook goed voor België? Het kan als de regering bereid is om dan zelf de knopen door te hakken. Want één ding is zeker: er moeten op het interprofessionele niveau beslissingen genomen worden over arbeidsduur, loonkosten en eindeloopbaan. Als de sociale partners daarover een akkoord kunnen bereiken, is dat ideaal. Maar is dat realistisch? Misschien moet inderdaad gegokt worden op een regeringsbeslissing die binnenskamers ondersteund wordt door de vakbonden (herinner u Poupehan en de devaluatie). Maar dan rijst de vraag of de regering, waar na de jongste verkiezingen het soortelijk gewicht van de PS nog groter is geworden, die beslissingen kan en/of durft nemen. Vergeeft u ons als we wat pessimistisch zijn over de toekomst van dit land. Guido Muelenaer