Xu Bohua heet hij, een dertiger die in zijn zwarte, modieuze pak niet zou misstaan op de cocktailparty van de Manager van het Jaar. Xu is een oud-leraar uit Hangzhou. Hij begon in 1992 met trading, stampte vier jaar later Hangzhou Huatex Industry uit de grond en kocht met het spaargeld van zijn familie acht weefmachines van Picanol. Na twee jaar is zijn orderboekje al opgelopen tot zestig weefgetouwen. Zoals Xu zijn er honderden ambitieuze privé-entrepreneurs: ze leiden extreem kostenefficiënte familiebedrijfjes en zijn ongelooflijk flexibel. Overuren zijn voor hen geen punt en er zijn geen vakbonden. Dit is de yang-zijde.
...

Xu Bohua heet hij, een dertiger die in zijn zwarte, modieuze pak niet zou misstaan op de cocktailparty van de Manager van het Jaar. Xu is een oud-leraar uit Hangzhou. Hij begon in 1992 met trading, stampte vier jaar later Hangzhou Huatex Industry uit de grond en kocht met het spaargeld van zijn familie acht weefmachines van Picanol. Na twee jaar is zijn orderboekje al opgelopen tot zestig weefgetouwen. Zoals Xu zijn er honderden ambitieuze privé-entrepreneurs: ze leiden extreem kostenefficiënte familiebedrijfjes en zijn ongelooflijk flexibel. Overuren zijn voor hen geen punt en er zijn geen vakbonden. Dit is de yang-zijde. Maar er is ook een yin. Xu Bohua verkoopt geen vezeltje textiel op de lokale markt. "Te veel wanbetalers," zegt hij. Met fiscale stimuli exporteert hij zijn totale productie naar Europa, de VS en het Midden-Oosten en beweert de helft goedkoper te zijn dan zijn Europese concurrenten en een kwart voordeliger dan Turken, Pakistani, Indiërs of Thailanders. In de oude Chinese kosmologie verhoudt yin zich tot yang zoals de duisternis zich verhoudt tot het licht of de koude tot de warmte. De combinatie van beide leidt tot chi, levenskracht. Is die balans niet in evenwicht, dan treedt er ziekte op. De Europese en Belgische textiliens kunnen daarover meepraten: namaak, patentschending, staatsinmenging, dumpingpraktijken en concurrentievervalsing zijn in China schering en inslag. "Het onder controle houden van China wordt dé uitdaging van de volgende tien jaar, nog meer dan onze loonhandicap, de nadelige euro-dollarkoers, het wegvallen van de textielquota en het productieverlies van de EU-lidstaten en hun buurlanden," besluit Trends-redacteur Erik Bruyland na een rondtrip van enkele dagen in het Chinese Sjanghai (zie blz. 52). Is dit de prioriteit die minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel ( MR) ook hoog bovenaan zijn lijstje heeft staan? Begin deze week werd de Con- golese president Joseph Kabila met alle egards ontvangen in Brussel. Officieel stond de visite van Kabila in het teken van de Belgische investeringen in Congo. "Daarvoor is het nog te vroeg," riposteerde het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO) nadien nuchter. Desalniettemin vertrekt er in maart een handelsmissie naar Congo. België had een Congo-traditie die zijn historische oorsprong vond in de meedogenloze exploitatie (door een van zijn vorsten) van deze regio als wingewest. Dit is nu verleden tijd. België heeft een China-traditie. Dat is de tegenwoordige tijd. Belgische mininationals zoals Interbrew, Janssen Pharmaceutica, Fortis, Bekaert en Alcatel Bell hebben er vandaag dankzij jarenlang, geduldig pionierswerk een uitstekende marktpositie weten te verwerven. Wie neemt het voor hen op? De economische impact van China op de rest van Azië en de wereldmarkt stijgt. Belgische bedrijven kunnen - aldus een recent rapport van Roland Berger Strategy Consultants - door van China hun tweede thuismarkt te maken, de spreekwoordelijke hefboom vinden om ook in andere landen competitiever voor de dag te komen. Maar er zijn ook immense risico's. Het 'gele gevaar' bedreigt niet minder dan 15.000 jobs in de Belgische textielsector (zie Opinie, blz. 98). Waarvoor kiest de Belgische regering? Voor de nostalgie van een met schulden beladen Afrika-beleid of voor de realiteit van een zich onverbiddelijk openende wereldmarkt? CEO Patrick De Maeseneire van Barry-Callebaut en schaduwminister van het Trends-zakenkabinet (zie blz. 102) merkt op: "Ik juich elke steun aan de vrede toe, maar kan niet begrijpen dat Afrika een prioriteit is voor dit departement." In één adem verwijst hij naar de vorstelijke ontvangst van de Chinese president Hu Jintao in Parijs. Dat was Realpolitik. De Fransen zagen de Chinese contracten al van de in het rood opgelichte Eiffeltoren naar beneden dwarrelen. Maar is realiteitszin precies niet datgene wat we in het buitenlandse beleid van de regeringen Verhofstadt I en II al te vaak hebben moeten missen? Piet DepuydtWaarvoor kiest de Belgische regering? Voor de nostalgie van een met schulden beladen Afrika-beleid of voor de realiteit van een zich onverbiddelijk openende wereldmarkt?