Vanaf 2004 krijgt de Europese Unie er tien lidstaten bij. Die liggen allemaal in het armere Oosten van Europa (zie blz. 68). We polsten Filip Abraham, decaan van de faculteit economie aan de KU Leuven en professor internationale economie, over de economische gevolgen van die beslissing.
...

Vanaf 2004 krijgt de Europese Unie er tien lidstaten bij. Die liggen allemaal in het armere Oosten van Europa (zie blz. 68). We polsten Filip Abraham, decaan van de faculteit economie aan de KU Leuven en professor internationale economie, over de economische gevolgen van die beslissing. FILIP ABRAHAM(KU LEUVEN). "Neen. De directe financiële stroom naar de nieuwe leden is tot 2006 beperkt tot maximaal 40 miljard euro. Dat is 1,27% van het bruto binnenlands product. Gevreesd werd dat vooral de landbouwsubsidies een probleem zouden creëren, maar de nieuwe leden kunnen er pas ten volle van genieten na 2013. Die subsidies worden geblokkeerd, zodat het budget niet in problemen komt. Minder duidelijk is wat er met de geldstromen van de structuurfondsen gebeurt, toch een derde van het Europese budget. Wat als er na de overgangsperiode ( nvdr - waarbij de middelen uit dit fonds slechts geleidelijk worden uitgekeerd aan de nieuwe leden) een economische crisis ontstaat in een van de landen? Geldt dan de herverdeling via de fondsen nog steeds?" ABRAHAM. "Momenteel doen landen als Estland, Polen, Hongarije en de Tsjechische Republiek het vrij goed. Ze hebben al geprofiteerd van het vooruitzicht van het lidmaatschap. De aansluiting van landen als Ierland, Portugal en Spanje heeft ons geleerd dat de economie van nieuwe lidstaten groeit na de toetreding. Maar een crisis is altijd mogelijk, zeker in landen met een economische structuur die jong is. Het kan dat een malaise in een van de tien landen leidt tot negen op tien van de probleemdossiers waarmee de EU bij de uitbreiding te maken krijgt." ABRAHAM. "Dat weet niemand. Europa zorgde er altijd eerst voor dat de nieuwe leden klaar waren om toe te treden. Pas dan werd er gepraat over de mogelijke negatieve gevolgen. Pas na het Ierse referendum kwam er plots een Frans-Duits akkoord over de landbouwsubsidies uit de lucht vallen. Dat is geen toeval. Eerst wordt de uitbreiding naar voor geschoven als een historische onafwendbaarheid, en vervolgens wordt uitgezocht wat er dan concreet moet gebeuren." ABRAHAM. "Inderdaad. Als de EU eerst alle politieke problemen zou willen oplossen en pas dan de uitbreiding definitief goedkeuren, zou ze er nooit uitkomen." ABRAHAM. "Bekijk het verleden. Tijdens de eerste fase van de uitbreiding met de zuiderse lidstaten was er een migratie. Later keerden die arbeidskrachten met de verworven sommen terug naar hun thuisland, om die daar te investeren. Waarschijnlijk zal zo'n situatie zich voordoen op de Oostenrijkse en Duitse arbeidsmarkt. Ik weet trouwens niet of onze Vlaamse bedrijven de migratie naar ons land zullen betreuren. In heel wat sectoren bestaat er al een te klein aanbod aan arbeidskrachten. Waarschijnlijk geeft de uitbreiding dus wat ademruimte aan onze ondernemingen." H. B. [{ssquf}]