Woonbonus blijft voorlopig ongewijzigd

De initiële plannen om ook de ‘woonbonus’ om te zetten in een belastingvermindering zijn in de ijskast gezet. De bestaande aftrek blijft voorlopig behouden. In het regeerakkoord van de regering-Di Rupo staat dat de bestaande fiscale aftrek van bepaalde uitgaven omgezet zou worden in een belastingvermindering. Die maatregel is niet nieuw. Hij borduurt voort op wat vele jaren geleden al is doorgevoerd. Toen is bijvoorbeeld de fiscale aftrek van levensverzekeringspremies al omgezet in een belastingvermindering.

Een fiscale aftrek van uitgaven heeft tot gevolg, dat het belastbaar inkomen vermindert. Om het effect van een dergelijke aftrek juist in te schatten moet men in het oog houden dat in de personenbelasting een progressief tarief geldt. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger het tarief van de belasting. Op de laagste inkomensschijf is 25 procent belasting verschuldigd. Op de hoogste is dat vandaag 50 procent. Wie een uitgave van 100 fiscaal in aftrek kan brengen, maar slechts aan 25 procent belasting onderworpen is, geniet slechts een voordeel van 25 procent. Wie een hoog inkomen heeft, spaart 50 procent belasting uit. Als men bovendien rekening houdt met de aanvullende gemeentebelasting wordt het verschil nog groter. Wie in een gemeente woont waar de aanvullende gemeentebelasting 8 procent bedraagt, spaart bij een basisbelasting van 25 procent in totaal 27 procent uit (25 x 1,08). Bij een basisbelasting van 50 procent is dat (50 x 1,08 =) 54 procent.

Een dergelijke fiscale aftrek heeft dan ook alle kenmerken van het zogenaamde mattheuseffect: wie rijk is zal nog rijker worden. Vandaar dat vele jaren geleden al beslist is verschillende fiscale aftrekposten om te zetten in een belastingvermindering. De uitgave wordt dan niet meer afgetrokken van het belastbaar inkomen. Zij geeft in plaats daarvan slechts recht op een vermindering van de belasting. En die is in principe voor iedereen gelijk. Als een bepaalde uitgave bijvoorbeeld recht geeft op een belastingvermindering van 30 procent van het uitgegeven bedrag, dan maakt het in principe niet uit hoe hoog het belastbaar inkomen is. Wie 100 uitgeeft, zal dan altijd een belastingvermindering van 30 genieten, ongeacht of hij rijk of arm is. Met dien verstande dat men niet te arm mag zijn, want als men geen belasting betaalt, heeft zelfs een belastingvermindering geen enkel effect. Vandaar dat in het verleden schuchtere pogingen ondernomen zijn om sommige belastingverminderingen in voorkomend geval om te zetten in een terugbetaalbaar belastingkrediet: met name in die gevallen waar de belastingvermindering wegens het gebrek aan voldoende belasting niet effectief kan worden toegepast. De belastingvermindering voor dienstencheques is daar een voorbeeld van.

De omzetting van belastingaftrekken in belastingverminderingen is in het verleden maar halfslachtig doorgevoerd. Bijvoorbeeld bij premies van individuele levensverzekeringen is de aftrek vervangen door een belastingvermindering die – afhankelijk van de hoogte van het belastbaar inkomen – minimaal 30 en maximaal 40 procent bedraagt. De hoogte van het belastbaar inkomen speelt dus nog altijd mee.

De regering-Di Rupo bestrijdt het mattheuseffect nu op twee manieren, waarbij men mag aannemen dat de meerontvangst voor de Schatkist waarschijnlijk primeert op de betrachting naar meer sociale rechtvaardigheid. Ten eerste worden de bestaande belastingverminderingen, daar waar die vandaag nog variëren binnen een vork van 30 tot 40 procent, geüniformiseerd (lees: verlaagd) naar 30 procent. En ten tweede wordt een nieuwe reeks fiscale aftrekken nu ook omgezet in een belastingvermindering. Dat is onder meer het geval voor de aftrek van giften (wordt omgezet in een belastingvermindering ten belope van 45 procent van het fiscaal in aanmerking komend bedrag), en voor de aftrek van kinderoppaskosten (eveneens omzetting in een vermindering ten belope van 45 procent van het bedrag dat fiscaal in rekening kan worden gebracht).

Twee fiscale bestedingen ontspringen de dans: de aftrek van onderhoudsuitkeringen blijft een aftrek. En hetzelfde geldt voor de woonbonus (de aftrek voor de enige eigen woning).

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog. www.fiscoloog.be

JAN VAN DYCK

Ook de aftrek van onderhoudsuitkeringen ontspringt de dans.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content