Meer dan waarschijnlijk wordt hem bij de jaarwisseling een te groot gewicht toegekend, maar de Amerikaanse verkozen president Donald Trump wordt in de perspectieven voor heel wat munten genoemd als de man die mee de wisselkoersen zal bepalen in 2017. Het jaar begint met flink wat vraagtekens. Bijsturingen in de loop van het jaar zijn dus best mogelijk.
...

Meer dan waarschijnlijk wordt hem bij de jaarwisseling een te groot gewicht toegekend, maar de Amerikaanse verkozen president Donald Trump wordt in de perspectieven voor heel wat munten genoemd als de man die mee de wisselkoersen zal bepalen in 2017. Het jaar begint met flink wat vraagtekens. Bijsturingen in de loop van het jaar zijn dus best mogelijk. De Amerikaanse economie zette dit jaar zijn gezapige maar hardnekkige herstel voort. De groei zal naar verwachting net onder 2 procent uitkomen, terwijl de werkloosheid is gezakt naar 4,6 procent. De kerninflatie - exclusief de volatiele prijzen van voeding en brandstoffen - is gestegen naar 1,7 procent en komt in de buurt van de doelstelling van 2 procent van de Federal Reserve (Fed). Die instelling heeft voor de eerste keer dit jaar - en voor de tweede keer sinds 2008 - haar kortetermijnrente verhoogd met 25 basispunten, naar 0,5 tot 0,75 procent. Eind 2015 verwachtte de Fed nog dat ze de rente vier keer zou optrekken in 2016, maar ongerustheid over de groeilanden en de brexit gooiden roet in het eten. De Fed verwacht dat de Amerikaanse economie volgend jaar met 2,1 procent groeit. Rekening houdend met de lage werkloosheid en de stijgende inflatie plant de centrale bank haar kortetermijnrente volgend jaar drie keer te verhogen, telkens met 25 basispunten. De markten gingen eerder uit van twee renteverhogingen in 2017. President Trump kan de groei twee richtingen uitsturen. Enerzijds bestaat de kans dat hij de - al goed draaiende - Amerikaanse economie oververhit met zijn plan om de economie te stimuleren met 1000 miljard dollar aan infrastructuurinvesteringen en belastingverlagingen. Zo'n oververhitting zou de inflatie doen stijgen, wat de Fed zou verplichten de rente agressiever te verhogen dan gepland. Anderzijds bestaat er grote onzekerheid over Trumps protectionistische plannen. Het is onduidelijk of de harde retoriek van de presidentskandidaat Trump over de vrijhandel zich zal vertalen naar de realiteit. De financiële markten verwachten dat de Amerikaanse dollar in 2017 voor het eerst sinds 2002 opnieuw meer waard wordt dan de euro. Het renteverschil tussen de Verenigde Staten en de eurozone wordt volgend jaar groter en dat zal Amerikaanse obligaties nog aantrekkelijker maken. De Fed plant de kortetermijnrente drie keer op te trekken richting 1,50 procent eind 2017. De Europese Centrale Bank (ECB) daarentegen ziet nog geen einde aan haar nulrentebeleid komen. Een Amerikaanse groeiversnelling of politieke turbulentie in de eurozone - met verkiezingen in Duitsland, Frankrijk en Nederland in het vooruitzicht - kunnen de dollar nog een extra zetje geven. Maar dan moet Trump wel aan de hoge verwachtingen voldoen, en dat wordt niet vanzelfsprekend. De Australische economie kromp in het derde kwartaal voor het eerst sinds 2011. Jaar op jaar is de groei daardoor teruggevallen naar 1,8 procent. Er wordt gevreesd voor de eerste recessie in 25 jaar. Vooral de bedrijfsinvesteringen lieten het afweten - een gevolg van de crisis in de mijnbouwsector, waar de investeringen al twaalf kwartalen op rij dalen. Australië is erg afhankelijk van grondstoffen: vorig jaar waren ze goed voor 42 procent van de export van het land. 2017 zal weinig beterschap brengen voor de Australische economie, die zich moet aanpassen aan het einde van de grondstoffenboom. De industrie is niet groot genoeg om het gat te vullen. De in het verleden dure Australische dollar, de nabijheid van goedkope Aziatische producenten en de beperkte binnenlandse markt maakten het voor de Australische industrie bijzonder moeilijk om internationaal te concurreren. Ook de gezinnen staan onder druk. De groei van de binnenlandse consumptie wordt gevoed door de daling van de spaarquote. De grondstoffenprijzen zullen verder moeten herstellen om de Australische dollar verder te laten recupereren. Ook een andere drijfveer voor de Australische dollar heeft aan kracht ingeboet: de carrytrade. Speculanten ontleenden goedkoop geld in Japanse yen en belegden dat in hoogrenderende Australische activa. Maar de voorbije jaren is de Australische kortetermijnrente sterk gezakt. Daardoor wordt de carrytrade tussen de yen en de Australische dollar steeds minder rendabel. De Canadese dollar staat sinds begin dit jaar op een winst van 8 procent tegenover de euro en op 6 procent tegenover de Amerikaanse dollar. De Canadese dollar profiteerde van het gedeeltelijke herstel van de olieprijzen en de aantrekkende economie in de Verenigde Staten. Ondanks die stijging noteert de Canadese munt nog altijd een kwart onder de pariteit met de dollar. Het is geleden van begin 2013 dat de Canadese dollar evenveel waard was als de Amerikaanse. Het recente herstel van de olieprijzen is voorlopig te beperkt om de toestand in de oliesector te verbeteren. Bovendien is het lot van de Canadese economie nauw verbonden met de Verenigde Staten. De verkiezing van Donald Trump is een gemengde zegen voor Canada. Zijn plannen om de Amerikaanse economie te stimuleren zullen de Canadese exportbedrijven ten goede komen. Maar zijn dreiging om opnieuw te onderhandelen over NAFTA, het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord, dreigt roet in het eten te gooien. Vandaag sturen de Canadezen driekwart van hun export over de zuidergrens. De Canadese dollar zal volgend jaar waarschijnlijk verder verzwakken tegenover de dollar. Het toenemende verschil tussen de Amerikaanse en de Canadese rente maakt het voor beleggers steeds aantrekkelijker hun geld uit Canada te halen en het te beleggen in de Verenigde Staten. Van de Canadese centrale bank wordt niet verwacht dat ze haar rente zal optrekken vóór 2018. Tegenover de euro bleef het verlies sinds 2013 beperkt tot 15 procent. Door de politieke onzekerheid in de eurozone in 2017 is de kans groot dat de Canadese dollar de winst die hij sinds begin 2016 heeft opgebouwd, dit jaar kan vasthouden. De Nieuw-Zeelandse economie is een van de snelst groeiende ontwikkelde economieën in de wereld. De OESO verwacht een groei van 3,5 procent in 2016, tegenover 3 procent in 2014 en 2015. Aan de basis daarvan liggen de grote immigratiestroom, de boomende huizenbouw en het florerende toerisme. De OESO verwacht dat de groei ook volgend jaar boven 3 procent zal uitkomen, om in 2018 af te koelen naar 2,6 procent. Ondanks zijn gediversifieerde binnenlandse economie is het land erg afhankelijk van de uitvoer van landbouwproducten (goed voor de helft van de totale export), in het bijzonder van zuivelproducten richting China. Zorgwekkend is wel de stijging van de gezinsschulden. De Nieuw-Zeelandse centrale bank probeert met alle macht de stijging van de Nieuw-Zeelandse dollar tegen te gaan. Dit jaar heeft ze de kortetermijnrente drie keer verlaagd, telkens met 25 basispunten. De lagere rente op Nieuw-Zeelandse obligaties maakt de carrytrade in Nieuw-Zeelandse dollar minder rendabel. Als de rente stijgt in de Verenigde Staten, bestaat de kans dat de Nieuw-Zeelandse dollar in 2017 terrein verliest tegenover de Amerikaanse munt. Wordt het renteverschil met de euro kleiner - de ECB raakt voorlopig niet meer aan haar rente - dan kalft ook de winst tegenover de euro af. In het derde kwartaal - het eerste kwartaal na het brexitreferendum van 23 juni - bleef de Britse economie groeien met iets meer dan 2 procent. De reactie van de Britse centrale bank na het referendum - meer stimuleringsmaatregelen - stabiliseerde de financiële markten en het consumentenvertrouwen, terwijl het zwakkere pond de Britse exportbedrijven een duwtje in de rug gaf. De werkloosheid ging licht lager naar 4,8 procent. Toch is de groei van de Britse economie aan het verzwakken. De politieke en economische onzekerheid rond de brexit zal steeds meer wegen op de economische groei, in het bijzonder op de bedrijfsinvesteringen. 44 procent van de Britse export gaat naar de 27 lidstaten van de Europese Unie, en het is onduidelijk welke handelsstatus Groot-Brittannië kan bedingen na de exit uit de Europese Unie. Het spookbeeld van stagflatie - een combinatie van een stagnerende economische groei en inflatie - duikt weer op. Naar verwachting zou de Britse inflatie tegen eind 2017 ruim boven de doelstelling van 2 procent uitkomen. Ondanks de stevige daling van het Britse pond in 2016 is het niet uitgesloten dat de munt nog verder wegglijdt in 2017. De Britse premier Theresa May heeft van het parlement de toestemming gekregen eind maart de exitprocedure in gang te zetten. Het vooruitzicht op een harde brexit - waardoor de Britten de toegang verliezen tot de Europese eengemaakte markt - en de groeivertraging kunnen het pond verder onder druk zetten. In de eerste drie kwartalen van 2016 boekte de Japanse economie een groei van 1,6 procent op jaarbasis. De groei werd ondersteund door de binnenlandse consumptie en het herstel van de export in het derde kwartaal. Opvallend is dat vooral de senioren de consumptie onderstutten. Zestigplussers maken meer dan een derde van de Japanse bevolking uit, maar nemen bijna de helft van de consumentenbestedingen voor hun rekening. De OESO verwacht volgend jaar 1 procent groei in Japan. De groei blijft onderhevig aan binnen- en buitenlandse risico's. Zo bewegen de Japanse lonen niet, ondanks de schaarste op de arbeidsmarkt. Het is nog onzeker of de geplande arbeidsmarkthervorming van premier Shinzo Abe er echt komt. Ook de buitenlandse risico's zijn toegenomen. China - waar een kwart van de Japanse uitvoer naartoe gaat - kampt met een groeivertraging. In de Verenigde Staten zullen de Japanse exporteurs meeprofiteren van de stimuleringsplannen van president Trump, op voorwaarde dat die de vrijhandel niet aan banden legt. De voorbije maand heeft de yen een voorschot genomen op de verwachte depreciatie tegenover de dollar en de euro. De kans is daardoor kleiner geworden dat de munt het komende jaar verder verzwakt. De wisselkoers heeft zich aangepast aan de nieuwe situatie in de Verenigde Staten, waar volgend jaar drie renteverhogingen worden verwacht, en aan het gewijzigde obligatie-inkoopprogramma van de Bank of Japan. Turbulentie op de financiële markten, bijvoorbeeld door een sterke groeivertraging in China, kan de yen opnieuw doen stijgen. Ondanks de torenhoge overheidsschulden wordt de Japanse yen nog altijd gezien als een veilige vluchthaven. De Noorse economie hangt sterk af van de olie- en gassector, die de grootste werkgever en de belangrijkste exportsector van het land is (64% van de export). De crash van de olieprijzen heeft het land dan ook midscheeps getroffen. In het derde kwartaal van 2016 kromp het Noorse bruto binnenlands product met een half procent, na een nulgroei in het tweede kwartaal. Na een zwak 2016 verwacht de Noorse centrale bank een groei van 1 procent in 2017. De krimp in de investeringen in de olie- en gassector zou grotendeels voorbij moeten zijn, en de goedkopere kroon heeft de competitiviteit van de exportbedrijven verbeterd. Een grote zorg zijn de sterk klimmende vastgoedprijzen. Die hebben ertoe geleid dat de schuldgraad van de Noorse gezinnen sterk is gestegen. Gezien het grote belang van de olie- en gassector, hangt de evolutie van de Noorse kroon nauw samen met de olieprijs. Ook de sterkte of de zwakte van de euro heeft een impact. De politieke onzekerheid in de eurozone naar aanleiding van de verkiezingen in Frankrijk, Duitsland en Nederland kan opnieuw vragen doen rijzen over de toekomst van de Europese eenheidsmunt. Dat wijst in de richting van een appreciatie van de Noorse munt, tenzij een afkoeling van de huizenprijzen in Noorwegen het vertrouwen in de Noorse economie - en de Noorse kroon - zou ondermijnen. Na een groei van 4,1 procent in 2015 is de Zweedse economie dit jaar duidelijk aan het vertragen. De Riksbank, de Zweedse centrale bank, verwacht voor 2016 een groei van 3,3 procent. De vertraging is te wijten aan de zwakke bedrijfsinvesteringen, de krappe arbeidsmarkt en de lagere immigratie (een bron van nieuwe werkkrachten en consumenten). Ook het stimulerende effect van het extreem expansieve beleid van de Riksbank neemt af. Ondanks de hoge economische groei en het grote handelsoverschot heeft het beleid van de Riksbank de Zweedse kroon doen zakken naar een zesjarig dieptepunt tegenover de euro. De Riksbank verwacht een verdere groeivertraging naar een naar eigen zeggen normaal niveau van 2 procent in 2017. Tekorten aan gekwalificeerde arbeidskrachten en land zullen de bouwsector doen vertragen. Bovendien heeft de Zweedse overheid onder druk van het groeiende populisme beperkingen op de immigratie ingevoerd. Als kleine en open economie is Zweden erg afhankelijk van de economische groei van zijn handelspartners, in het bijzonder van de Europese lidstaten en China. Er is groeiende bezorgdheid over de negatieve effecten van het beleid van de Riksbank. Net zoals in het buurland Noorwegen heeft de extreem lage rente de huizenprijzen en de gezinsschulden de hoogte ingejaagd. Een crash van de vastgoedprijzen zou de privéconsumptie ineen doen stuiken. De kans is groot dat de Zweedse kroon blijft verzwakken tegenover de euro. De groeivertraging en de lage inflatie betekenen dat er voorlopig geen einde komt aan het extreme beleid van de Riksbank. De rente zal op zijn vroegst in 2018 worden verhoogd, wanneer de Riksbank verwacht dat de inflatie boven 2 procent zal stijgen. Enkel als in 2017 naar aanleiding van de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland opnieuw vragen rijzen over de toekomst van de euro, kan de Zweedse kroon wat van zijn verlies goedmaken. De Zuid-Afrikaanse groei zit sinds de crash van de grondstoffenprijzen in het slop. De OESO verwacht dit jaar een groei van amper 0,4 procent, tegenover nog 1,6 procent in 2014 en 1,3 procent in 2015. De OESO verwacht een herstel van de groei naar 1,1 procent in 2017, met dank aan het recente herstel van de grondstoffenprijzen. De belangrijkste bepalende factor voor de groei is echter het vertrouwen van investeerders in de Zuid-Afrikaanse economie. Dat zal enkel terugkeren als de politieke onrust in de regering-Zuma én de ANC-partij verdwijnt. Door die instabiliteit dreigt het land zijn BBB- kredietrating te verliezen en de kredietwaardigheid van zijn overheidsobligaties gereduceerd te zien tot de junkstatus. Voor een speculatieve hoogrenderende munt als de rand hangt veel af van de risicoappetijt van beleggers. Die kan negatief beïnvloed worden door bijvoorbeeld het verlies van de BBB- kredietrating of een sneller dan verwachte rentestijging in de Verenigde Staten. Zelfs een hard brexitscenario in Europa - met alle economische gevolgen van dien - kan beleggers wegjagen uit risicovolle munten. Ook de aanhoudende politieke crisis in de regerende ANC-partij zal blijven wegen op de rand. De Turkse economie is in het derde kwartaal voor het eerst sinds 2009 gekrompen. De mislukte staatsgreep in juli en de daaropvolgende massale ontslagen van overheidsambtenaren hebben een zware tol geëist van de private consumptie en de bedrijfsinvesteringen. De politieke onrust, die nog wordt verergerd door terroristische aanslagen, weegt ook op de belangrijke toeristische sector. De Turkse lira is een van de slechtst presterende groeilandenmunten, met een verlies van 14 procent tegenover de euro en 17 procent tegenover de dollar in 2016. De munt zit in het slop sinds eind september, toen de kredietbeoordelaar Moody's de Turkse kredietrating verlaagde naar de junkstatus. Het verlies werd nog verergerd door de verkiezing van Donald Trump. De eerste renteverhoging in drie jaar tijd van de Turkse centrale bank in november kon daar maar weinig tegen inbrengen. Het ziet ernaar uit dat de consumentenbestedingen in het vierde kwartaal aan het herstellen zijn. Ook wordt verwacht dat de zwakke lira de Turkse export stimuleert. De OESO gaat uit van een herstel van de groei naar 3,25 procent in 2017. Dat scenario is echter onderhevig aan risico's, waaronder de escalatie van de militaire betrokkenheid in Syrië en de binnenlandse politieke situatie. Die risico's kunnen het vertrouwen van de Turkse gezinnen en ondernemers opnieuw onder druk zetten. Turkije is als exportland ook afhankelijk van de economische groei van zijn handelspartners, in het bijzonder de Europese Unie en Rusland. De meeste economen verwachten een verdere daling van de Turkse lira in 2017. De Turkse centrale bank heeft maar weinig bewegingsruimte. Enerzijds riskeert ze dat de lira volgend jaar verder verzwakt naarmate de Fed de rente optrekt, wat de inflatie - die is opgelopen tot 7 procent - nog meer boven de doelstelling van 5 procent zou doen stijgen. Anderzijds roept de Turkse regering steeds luider om een renteverlaging om de groei te stimuleren. De Turkse centrale bank lijkt vooral daaraan gehoor te geven. Ondanks de hoge inflatie besliste de centrale bank op haar vergadering in december de rente ongewijzigd te laten. DE NOORSE ECONOMIE HANGT STERK AF VAN DE OLIE- EN GASSECTOR, DIE DE GROOTSTE WERKGEVER EN EXPORTSECTOR IS.