Wintersport op het hoogste niveau

Hoog in Oostenrijk ligt de Arlberg, met kleppers als Sankt Anton en Lech. Vanuit het hoogstgelegen vijfsterrenhotel van Europa verkennen we de beste wintersportplaats van de Alpen.

Sankt Christoph am Arlberg ligt op de grens tussen de Oostenrijkse deelstaten Vorarlberg en Tirol. Hier valt elke winter een pak sneeuw uit de lucht. “Arlberg krijgt de grootste hoeveelheid van heel Oostenrijk over zich heen”, vertelt Wilma — even diep ademhalen — Himmelfreundpointner van Sankt Anton Tourismus.

We draaien met plezier onze bochten op en naast de pistes, en genieten intens. Met de pijlsnelle Christophbahn reppen we ons de flanken van de Valluga op. Waar we vorige zomer nog langs liefelijk kronkelende wandelpaadjes door het hooggebergte tsjokten, lopen nu fantastisch brede, en bijzonder goed onderhouden pistes, van 2800 meter tot helemaal beneden in Sankt Anton, 1500 meter lager. De skipas voor de Arlberg biedt 84 liften en 280 kilometer aan pistes in Sankt Christoph, Sankt Anton, Stuben, Klösterle, Lech en Zürs. Eind 2013 komt er een nieuwe lift bij: dan zal de Auenfeldjet ook nog Warth-Schröcken aan het immense sikgebied toevoegen. Dat brengt de teller op 340 kilometer pistes.

Broederlijk

Skiën blijft de lijm die westelijk Oostenrijk economisch aan elkaar kleeft. En de wieg van dat gigantische skicircus stond in… juist, ook al in Sankt Christoph. Hier ontstond in 1901 de allereerste skiclub van Europa. Opgericht door een groepje fanatici, in de kroeg van het Arlberg Hospiz, vandaag goed voor vijfsterrenluxe op 1800 meter hoogte, een hotel waar ‘de gast koning is, en de koning te gast’.

Wie tot de exclusiefste skiclub van de wereld wil toetreden, moet uitgenodigd worden. En daar hoort een ritueel bij. Himmelfreundpointner zit in de Vorstand van de Arlberg Ski Club en draagt ons voor als nieuw lid. We trekken onze nette kleren aan, na een dag zwaar doorploegen door massa’s diepsneeuw op de flanken van de alpiene Albonagraat en laten ons de felbegeerde pins opspelden. Daar hoort een glas Veltliner bij, een obligate speech en applaus. De club telt inmiddels leden uit 44 landen, onder wie enkele Belgen.

Maar wie zijn oog voor een wintersportvakantie op het kleine Sankt Christoph laat vallen, doet dat best niet alleen om er te skiën. Hier straalt alles leeftijd en geschiedenis uit. Een berg met een stamboek, een plaats met karakter. Middelpunt van die Arlberg en van zijn geschiedenis is datzelfde Hospiz.

In 1386 werkte hier hoog op de Arlbergpas de vondeling Heinrich Findelkind als varkenshoeder. Toen hij zag hoe in het voorjaar de lijken gevonden werden van weer eens een aantal mensen die ‘s winters op de pas waren doodgevroren, besloot hij een ‘Bruderschaft’ op te richten om verdwaalde en uitgeputte reizigers te helpen. Zo kwam hier een hospice te staan. Het Bruderschaft bestaat nog altijd. Het is een club waar staatslui en ander schoon volk lid van is. Jaarlijks spenderen ze zo’n 700.000 euro aan directe caritatieve projecten in West-Oostenrijk.

Het Arlberg Hospiz Hotel is onlosmakelijk verbonden met de flamboyante en minzame Adi Werner. In de kelders van zijn alpenhotel kan hij zijn echte passie botvieren. Adi is ongetwijfeld de meest gepassioneerde bordeauxkenner van Oostenrijk. Terwijl zijn zoon Florian de dagelijkse leiding van het hotel op zich neemt, blijft de vader nieuwe bordeauxwijnen proeven, kopen en verkopen. “Wijn is als vrouwen. Je hebt goede, en zeer goede”, zegt hij met een guitige monkellach, terwijl hij ons een blik gunt op zijn 2754 magnumflessen bordeaux. “Een Cheval Blanc uit 1998 is mijn favoriet.”

Zoon Florian runt zijn vaders hotel met een eigenzinnige toets. Waar vroeger de oude sauna stond, haalde Florian in 2007 voor het eerst zijn schildersezel boven. “Ik ben een autodidact die zijn echte passie pas op zijn veertigste ontdekt heeft. Ook mijn vader was veertig toen zijn bordeauxliefde ontstond.” Florian schilderde een hele zomer, stelde zijn eerste werken tentoon in een galerij in Sankt Anton en kreeg meteen succes. “Ik houd van Jackson Pollocks actionpainting. Abstract expressionisme is mijn ding. Maar ik moet ook toegeven dat ik voor andere stijlen simpelweg te weinig techniek heb.”

Rood-witte strepen

Terug naar buiten, de weidse wereld van de beste sneeuw in. We willen bewijzen dat we met recht en reden lid zijn geworden van de Arlberg Skiclub. Sankt Christoph geldt als het mekka voor freeriders: skiërs die hun ding niet meer op de piste kunnen doen en liefst door ongeprepareerde natuursneeuw glijden, weg van de dagelijkse drukte van een doorsnee skicircus. Alles samen biedt de Arlberg ongeveer 180 kilometer aan ongeprepareerde skiroutes. Langs de Hinteres Rendl zoeven we door dikke, droge diepsneeuw naar beneden, mijlenver van de dichtstbijzijnde pistes verwijderd.

We dineren op onze onderscheiding in het restaurant van het Hospiz, goed voor veertien Gault Millaupunten. Galadiner, dus dat vraagt om een dresscode. Maar leden van de skiclub mogen ook hun grijze trui met rood-witte strepen aantrekken: een symbool van standing, een jacket evenwaardig. Sommelier Hannes Mossauer opent voor ons een fles Cheval Blanc uit 1999. Of we na het proeven de wijn moeten uitspuwen, willen we weten. “Op de Arlberg wordt niet gespuwd.”

AART DE ZITTER IN SANKT CHRISTOPH, FOTOGRAFIE THOMAS DE BOEVER

Wie tot de exclusiefste skiclub van de wereld wil toetreden, moet uitgenodigd worden. En daar hoort een ritueel bij.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content