De Amerikaanse generatie die in het boomjaar 1957 werd geboren, nadert in 2014 de laatste rechte lijn naar het pensioen. De babyboomers zijn dan nog maar tien jaar verwijderd van hun opvang in de sociale zekerheid. De pensioenvoorbereidingen dreigen koortsachtig te worden. Ook in Canada, Frankrijk, Nederland, IJsland, Nieuw-Zeeland, Australië en Duitsland staan de cohorten te trappelen.
...

De Amerikaanse generatie die in het boomjaar 1957 werd geboren, nadert in 2014 de laatste rechte lijn naar het pensioen. De babyboomers zijn dan nog maar tien jaar verwijderd van hun opvang in de sociale zekerheid. De pensioenvoorbereidingen dreigen koortsachtig te worden. Ook in Canada, Frankrijk, Nederland, IJsland, Nieuw-Zeeland, Australië en Duitsland staan de cohorten te trappelen. De babyboomers en de generaties die na hen kwamen, moeten plannen maken voor een levensduur die de voorbije veertig jaar wereldwijd is toegenomen met gemiddeld elf jaar voor mannen en twaalf jaar voor vrouwen. In 2014 bepaalt de reactie daarop of iemand zijn droompensioen krijgt, of dat hij het beste gaat inwonen bij de kinderen. De babyboomers worden geconfronteerd met een groeiende pensioenfinancieringskloof. De toenemende inkomsten uit obligaties en de stevige opbrengsten uit aandelen hebben de tekorten bij veel bedrijfspensioenfondsen weliswaar verkleind, maar dat lichtpuntje wordt bedreigd door andere uitdagingen. Te beginnen bij de zwaar overbelaste wettelijke pensioenstelsels, die werden bedacht in een tijd dat het pensioen doorgaans maar een paar jaar duurde. Het faillissement van Detroit in 2013 zette de schijnwerpers op de enorme tekorten waarmee de Amerikaanse staten en lokale besturen te maken hebben -- 2,7 biljoen dollar bij de staten volgens het Centre for Retirement Research. De kloof bij de Britse openbare pensioenen verdubbelt tegen 2018. Verwacht wordt dat het Amerikaanse socialezekerheidssysteem in 2033 zonder geld komt te zitten. Tegen dat jaar kan het Chinese tekort -- nu 2,9 biljoen dollar -- oplopen tot bijna 11 biljoen dollar, waarschuwen analisten. Griekenland, Frankrijk, Nederland en Spanje komen nu al miljarden euro's te kort. Tegelijk gaapt een afgrond in de persoonlijke pensioenvoorzieningen. Volgens het National Institute on Retirement Security bedraagt die 14 biljoen dollar in de Verenigde Staten. Nauwelijks vier op de tien Amerikanen hebben een pensioenplan, en het pensioenspaarbedrag bedraagt gemiddeld slechts 12.000 dollar. Overal ter wereld is het beeld hetzelfde: een recente enquête bracht aan het licht dat bijna de helft van de werkende bevolking in de wereld onvoldoende spaart voor zijn pensioen, en een vijfde spaart zelfs helemaal niets. De grootste uitdaging voor de babyboomers die hun pensioen naderen, is de verwarring en de ongerustheid over de markt. Historisch lage intresten, onzekerheid over het overheidsbeleid en cynisme onder de beleggers wegen op de portefeuilles, en hinderen elke poging om een voldoende inkomensstroom te genereren tijdens het pensioen. In de aanloop naar die vergrijzingsgolf steken in 2014 twee categorieën van beleggers en landen de kop op: niet alleen 'haves' en 'havenots', maar ook 'wills' en 'willnots'. Een van de 'wills' is Australië, waar de pensioenregeling tot een van de hoogste pensioenspaarquotes heeft geleid. Niettemin verhoogt het land de verplichte werkgeversbijdrage van 9,25 procent (met aanvang in juli 2013) tot 12 procent in 2020. Hoewel het nieuwe Nest-pensioenstelsel in het Verenigd Koninkrijk aanvankelijk met turbulentie te maken kreeg, hebben zich toch al 300.000 beleggers ingeschreven. Ondanks de vele babyboomers blijven de Verenigde Staten bij de 'willnots'. Een eerlijke nationale discussie over de pensioenen kan het misschien gemakkelijker maken om pensioenhervormingen in de staten aan te pakken, aanpassingen aan de sociale zekerheid door te voeren en misschien zelfs een verplicht spaarprogramma mogelijk te maken. Te veel investeerders blijven 'willnots'. De individuele beleggers zijn al te voorzichtig en blijven het maar uitstellen om over hun pensioen na te denken. Zowel institutionele als particuliere beleggers komen in de verleiding hun portefeuilles in cash aan te houden -- de slechtst mogelijke oplossing als ze hun verplichtingen willen nakomen. Het goede nieuws is dat de aankomende gepensioneerden bereid lijken hun gedrag aan te passen en 'wills' te worden als ze beter geïnformeerd worden. Maar ze moeten verder en breder naar opbrengst zoeken op de markt. Zij en hun werkgevers moeten de hele notie van het pensioen opnieuw doordenken: heel wat ondernemingen verplichten gezonde en energieke medewerkers nog altijd op hun 65ste afscheid te nemen. Wel is het bemoedigend dat de helft van de Amerikanen tussen 58 en 64 van plan is ook na de traditionele pensioenleeftijd te blijven voortwerken. De auteur is voorzitter en chief executive van BlackRock LARRY FINKBijna de helft van de werkende bevolking in de wereld spaart onvoldoende voor zijn pensioen. Een vijfde spaart zelfs helemaal niets.