De Belgische politiek is er een van geven en nemen. Altijd water bij de wijn doen, dat verteert beter het compromis waarnaar steeds wordt gezocht. Dat gebeurt zo sinds het ontstaan van België. Daarom is ons land een onontwarbaar kluwen van wetten, regels, rondzendbrieven en gentlemen's agreements.
...

De Belgische politiek is er een van geven en nemen. Altijd water bij de wijn doen, dat verteert beter het compromis waarnaar steeds wordt gezocht. Dat gebeurt zo sinds het ontstaan van België. Daarom is ons land een onontwarbaar kluwen van wetten, regels, rondzendbrieven en gentlemen's agreements. Een land van politieke afspraken die gemaakt worden onder het mom van democratie. Voor elke toegeving die de ene partij of gemeenschap doet, moet de andere partij een andere toegeving doen. Het Belgische besluitvormingsproces viel decennialang internationaal in de smaak. Nu niet meer. De internationale pers lacht met België. De investeerders hebben ons land de rug toegekeerd. Wat overblijft, is een hoge overheidsschuld, hoge werkloosheidscijfers, een overheid die een van de minst efficiënte ter wereld is, gedemotiveerde ondernemers, een wegkwijnende industrie, bange consumenten en nog bangere bedrijfsleiders. Vandaag wordt duidelijk dat de afgelopen decennia niet het algemeen belang, maar wel vaak het partij- of persoonlijk belang primeerde bij het nemen van beslissingen. Dat de toegevingen die steeds werden gedaan wel de politieke en communautaire vrede in stand hielden, maar dat diezelfde toegevingen ervoor hebben gezorgd dat niemand zijn politieke verantwoordelijkheid echt heeft opgenomen. Er is gewoon politieke tijd gekocht en maatschappelijke tijd verloren. T wee maanden na de federale verkiezingen is de hoop op een grote verstandhouding tussen Vlaanderen en Wallonië begraven. Even werd gedacht dat Elio Di Rupo en Bart De Wever die politici zouden worden die hun politieke verantwoordelijkheid zouden opnemen. Maar waar tot nu toe over werd gepraat, is over geld, niet zozeer over verantwoordelijkheid. De gesprekken over Brussel bijvoorbeeld zijn hiervan het schrijnende voorbeeld. Brussel is een tikkende tijdbom die dringend moet ontmanteld worden. De Brusselaars hebben nood aan een efficiënt en krachtdadig beleid dat hen uit het economische slop haalt. Ze hebben behoefte aan een interne Brusselsestaatshervorming waarbij de politieke structuren zich aanpassen aan de bevolking. En niet andersom, zoals vandaag het geval is. Wat nu aan de onderhandelingstafel wordt geëist voor Brussel is meer geld. Niet alleen meer geld. Meer geld én de uitdrukkelijke eis Brussel niet te hervormen. Dat herinnert ons irritant hard aan vroegere staatsbesprekingen, toen elke bevoegdheidsherverdeling werd afgekocht met een smak geld. Dat de onderhandelaars denken dat ze op dezelfde manier de volgende staatshervorming kunnen regelen, is bedroevend. Omdat het verleden hun moet hebben geleerd dat deze werkwijze alleen de korte termijn dient. En omdat de onderhandelaars blijkbaar niet langs de bank zijn gegaan voor ze met allerlei afkoopbedragen kwamen zwaaien. Want dan zouden ze weten dat de Belgische bankrekening al voldoende in het rood staat en de limiet bereikt is. Er is geen geld. Er is alleen een enorme behoefte om onze maatschappij beter voor te bereiden op de toekomst, die er allesbehalve rooskleurig uitziet. Hebben Vlamingen en Walen dezelfde toekomstige behoeften? Ja, hun welvaart behouden en mogelijk verhogen. Hebben ze hetzelfde beleid nodig om die toekomst te verzekeren? Neen, omdat ze beide vanuit een andere startsituatie aan hun toekomst moeten werken. Een politiek akkoord over de volgende staatshervorming kan niet zonder een grondige herziening van de financieringswet die de financiële stromen regelt tussen de federale staat en de regio's. Rethinking Belgium, een groepering van Vlaamse en Waalse professoren toonde begin deze maand met haar e-book nog maar eens aan dat deze financieringswet 'perverse mechanismen' bevat. Die bijvoorbeeld veroorzaken dat deelstaten financieel beloond worden als ze hun inwoners niet rijker maar armer maken. Terwijl alleen het omgekeerde logisch is. Dat er twee maanden zijn voorbijgegaan zonder dat er over de financieringswet grondig is gepraat, tart elke verbeelding. Het is te hopen dat het een geplande en doordachte strategie was om zolang te wachten. En het is te hopen dat Joëlle Milquet en co hun verrassing veinsden. Als hun verraste houding oprecht was, dan mogen we er zeker van zijn dat we binnenkort terug naar de stembus moeten. Maar zo ver van de werkelijkheid zullen de Franstalige onderhandelaars nu toch niet leven? In de volgende staatshervorming is het centrale woord verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid opnemen om geld te innen en te herverdelen. Twee maanden waren nodig om enkele vanzelfsprekende zaken op papier te krijgen. De onderhandelaars is tijd gegund om de financieringswet te herschrijven. Maar ook niet te lang. Want ze moeten het warme water niet heruitvinden. Academici en cabinetards hebben het voorbereidende werk al gedaan. Ze moeten gewoon hun politieke verantwoordelijkheid opnemen en klare wijn schenken. Voor wie dat niet wil doen, is het tijd om de tafel te verlaten. DE AUTEUR IS HOOFDREDACTEUR. An GoovaertsEr is geen geld. Er is alleen een enorme behoefte om onze maatschappij beter voor te bereiden op de toekomst, die er minder dan rooskleurig uitziet.