In het 16de-eeuwse Kreta hadden de roversbenden zich efficiënt georganiseerd. Wanneer een groep trawanten een pelgrim totaal leeggeschud had of wanneer hij echt niets bij zich had, kreeg hij een stukje klei met een stempel erin, dat hij aan de volgende rovers kon laten zien. Op het Europese vasteland waren de reiswegen evenmin veilig. Bijzonder gevaarlijk was een zich ver landinwaarts strekkende strook bij de Middellandse Zee, van Catalonië tot de Golf van Genua, Calabrië, Campina en de Adriatische kust van Italië. Lotharingen en de bergachtige, beboste streek in het hart van Duitsland waren al even berucht. Zelfs de allereerste gekende reisgids, die naam waardig, bracht de gevaarlijkste stroken in kaart. Deze uitgave, La guide des chemins, werd in 1552 gepubliceerd bij de Parijse boekdrukkerij van Charles Estienne.
...

In het 16de-eeuwse Kreta hadden de roversbenden zich efficiënt georganiseerd. Wanneer een groep trawanten een pelgrim totaal leeggeschud had of wanneer hij echt niets bij zich had, kreeg hij een stukje klei met een stempel erin, dat hij aan de volgende rovers kon laten zien. Op het Europese vasteland waren de reiswegen evenmin veilig. Bijzonder gevaarlijk was een zich ver landinwaarts strekkende strook bij de Middellandse Zee, van Catalonië tot de Golf van Genua, Calabrië, Campina en de Adriatische kust van Italië. Lotharingen en de bergachtige, beboste streek in het hart van Duitsland waren al even berucht. Zelfs de allereerste gekende reisgids, die naam waardig, bracht de gevaarlijkste stroken in kaart. Deze uitgave, La guide des chemins, werd in 1552 gepubliceerd bij de Parijse boekdrukkerij van Charles Estienne. Zulke en andere kleurrijke weetjes over het reizen in het Europa van de 16de en 17de eeuw vinden we in De ontdekking van het reizen. Het thematisch opgebouwde historische fresco van de Poolse hoogleraar Geschiedenis Antoni Maczak(Universiteit van Warschau) dateert al van 1980, maar maakt pas echt faam na de recente vertalingen in het Engels, Italiaans en Spaans. De Nederlandstalige versie van Aris van Braam is trouwens gebaseerd op de Engelse uitgave. VENETIAANSE COURTISANES.Van massatoerisme was nog geen sprake in het vroeg-moderne Europa. Dat nam niet weg dat al heel wat mensen lange tot zeer lange afstanden aflegden. Naast de pelgrims op weg naar de bedevaartsoorden, reisden kunstenaars bij voorkeur naar Italië, het Mekka van de renaissance. Geleerden bezochten confraters, universiteiten en bibliotheken in het buitenland. Vorsten en de voorlopers van de diplomaten trokken in pralerige, peperdure stoeten rond. Ook jongeren reisden, althans degene uit de betere kringen. Het stond chic om een educatieve omzwerving te maken. Voor deze grand tours vormde alweer Italië, voor Frankrijk, de uitverkoren bestemming. De meeste reizigers waren mannen, die alleen of in groep rondtrokken. De eenzaamheid begon te knagen en ook daarop gaat Maczak in. Seks en prostitutie onderweg zijn voor de hoogleraar geen te mijden onderwerp. "Je kon onmogelijk Venetië bezoeken zonder geïnteresseerd te raken in de courtisanes."Maczak graaft echter steeds een paar spaden dieper, ook bij dit thema. Hij onderzoekt waarom Venetië in zowat alle dagboeken als de plaats met de meeste en charmantste courtisanes wordt beschreven. Waren de zeden er dan zo anders dan in de overige landen en in de rest van Italië? De oorzaak ligt bij een gebruik van de Venetiaanse adel. Alleen de oudste zoon trouwde er. De jongere zonen mochten alleen trouwen als het eerste huwelijk geen mannelijke erfgenamen opleverde. Dit systeem waarborgde dat het familiekapitaal intact bleef. Diverse kortstondige of vrijwel permanente relaties met courtisanes zorgden voor de opvang van de onhuwbare telgen. Daardoor genoten deze dames er dan ook een grote vrijheid en rijkdom, wat de nieuwkomers of passanten verbaasde.Vooral de protestanten roddelden liever over de vele courtisanes in Rome, wier inkomsten de pauselijke schatkist zouden spijzen. Maczak beseft dat de protestanten overdrijven, maar ontdekt wel dat Rome begin jaren 1600 meer geregistreerde courtisanes telde dan timmerlieden. "Hun sector van de economie groeide en bloeide voor een groot deel dankzij de toestroom van toeristen en pelgrims."ZIJDEN LAKENS.Sommige reizigers registreerden nauwgezet hun bevindingen. Dat levert onder meer een schat op aan vergelijkingen tussen steden. We merken aan de omvang van een stad meteen ook hoezeer somige gekrompen of uitgezet zijn in belang. Barcelona, bijvoorbeeld, werd in de 16de eeuw qua volume vergeleken met Mechelen. Antwerpen stond naast Mainz, Aken en Lyon. Montpellier was even groot als Ieper.Sappiger zijn de uiteenlopende kwaliteit en cultuur van de herbergen. Omdat ze ook de paarden en koetsen stalden, noemt Maczak ze de toenmalige stations. De hygiëne en gastronomische kwaliteiten verschilden al evenzeer. Eind 16de eeuw verbaast een Engelsman in Italië zich erover dat niemand er met zijn tafelgenoten van bord ruilde om diens gerecht te proeven. In Italië wordt ook een vork bij het bord gelegd, een gebruik dat pas later doorsijpelde naar andere regio's.In eenvoudige plattelandsherbergen werden maaltijden geserveerd op houten borden, maar tin was de algemene norm. In de betere Italiaanse gelegenheden kregen de gasten een geglazuurd aardewerken serviesgoed. Al werden er dan nog geen Michelin-sterren toegekend, verschillende chroniqueurs zijn het erover eens dat de meest luxueuze herberg in het Zwitserse Uri stond. De Kroon schonk wijn in zilveren roemers en bood zijden lakens. Maczak heeft oog voor alle aspecten. Antoni Maczak, De ontdekking van het reizen. Spectrum, 470 blz., 995 fr.LUC DE DECKER