Het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam is vermaard om de kwaliteit van zijn musici en zijn unieke klank. Met chef-dirigent Mariss Jansons heeft het een absolute wereldster in huis. Vorig jaar maakte het een opgemerkte tournee om zijn 125ste verjaardag te vieren. Alles ademt traditie in het Concertgebouworkest, maar routine is er een vies woord. Dat blijkt ook weer uit het programma van het nieuwe seizoen, dat onlangs werd voorgesteld. De algemeen directeur van het orkest is een Vlaming, Jan Raes.
...

Het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam is vermaard om de kwaliteit van zijn musici en zijn unieke klank. Met chef-dirigent Mariss Jansons heeft het een absolute wereldster in huis. Vorig jaar maakte het een opgemerkte tournee om zijn 125ste verjaardag te vieren. Alles ademt traditie in het Concertgebouworkest, maar routine is er een vies woord. Dat blijkt ook weer uit het programma van het nieuwe seizoen, dat onlangs werd voorgesteld. De algemeen directeur van het orkest is een Vlaming, Jan Raes. JAN RAES. "We zijn het eerste symfonieorkest dat in een jaar in zes werelddelen heeft opgetreden. Er waren landen bij die we geregeld aandoen, in andere waren we al lang niet meer geweest, zoals Rusland en Brazilië. In Australië en Afrika had het orkest nog nooit gespeeld. In Zuid-Afrika gaven we concerten in Johannesburg, Kaapstad en Durban, maar ook in de townships in Soweto. We speelden daar voor jonge families die nog nooit een orkest hadden gehoord. Het was ongelooflijk dat te voelen. "Je hoort vaak dat klassieke muziek het moeilijk heeft. Dat klopt misschien voor het Westen, maar in Azië, Afrika en Zuid-Amerika neemt de belangstelling toe. De uitnodigingen uit de groeilanden stromen binnen." RAES. "Wij gaan meer dan andere orkesten op tournee. We spelen elk seizoen ongeveer tachtig concerten in Nederland en veertig in het buitenland. We hebben musici uit 25 landen. De crisis heeft de instroom veranderd. Nu komen er orkestleden uit het zuiden van Europa, omdat het daar slecht gaat. Maar de meerderheid is Nederlands." RAES. "De zaal speelt daar een cruciale rol in. Het Concertgebouworkest heeft het grote geluk dat het al sinds zijn oprichting kan repeteren en concerteren in het Concertgebouw. Het speciale aan die zaal is dat je elkaar niet goed hoort op het podium. Dat probleem maakt dat het orkest zo mooi zacht speelt. De musici moeten naar elkaar luisteren. "Bovendien stonden er al vanaf het begin dirigenten van wereldklasse voor het orkest. In die 125 jaar zijn er maar zes chef-dirigenten geweest: na stichter Willem Kes had je Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly en nu Mariss Jansons. Er zijn nog enkele goede oude orkesten, maar die hebben niet diezelfde continuïteit." RAES. "Absoluut. Na vijf minuten op de repetitie hoor je dat verschil al. En als Bernard Haitink voor de Berliner Philharmoniker staat, hoor je dat hij de klank van Amsterdam overzet op dat orkest. Ik heb enkele keren in jury's van dirigentenwedstrijden gezeten. Dan krijg je tien keer hetzelfde stuk, en elke keer klinkt het orkest weer anders." RAES. "Een dirigent moet een grote muzikale bagage hebben, maar dat is niet voldoende, hij moet het orkest vooral op sleeptouw nemen. Vergelijk het met een manager in een bedrijf. Het is psychisch heel veeleisend om elke avond weer voor dat honderdkoppige monster te staan. Elk orkest heeft zijn eigen cultuur. Soms moet je autoritair optreden om problemen op te lossen. In Amsterdam werkt zo'n aanpak niet. Het Concertgebouworkest heeft een dirigent nodig die op de repetitie hard werkt, maar het orkest ook vrijheid en respect geeft." RAES. "Dat klopt, maar jonge dirigenten moeten vlieguren maken. Haitink is ook jong begonnen. Hij is zo goed geworden omdat hij lang in de schaduw heeft kunnen werken. Je moet jonge dirigenten beschermen. Je beperkt bijvoorbeeld de tijd dat ze met het orkest werken. Zo vermijd je dat de muzikanten hen al snel beu worden. "Veel jonge dirigenten leggen te veel uit en dirigeren te nadrukkelijk. Grote dirigenten zoals Mariss Jansons doen juist heel weinig. Ze laten de muzikanten naar zichzelf luisteren, ze geven het orkest ruimte en voelen perfect wat het aankan. Die overdracht gebeurt grotendeels non-verbaal. Dat is de magie van het stille leiderschap. Je kunt dat alleen door ervaring leren. Ik geef geregeld lezingen over leiderschap, omdat managers veel van dirigenten kunnen opsteken. In een orkest werk je samen. Het is nooit alleen maar één mens." RAES. "Ook onze subsidies zijn gekort. Maar de besparingen hebben de andere Nederlandse orkesten veel harder getroffen. Daarom hebben wij niet geklaagd, dat zou niet mooi zijn. De problemen van de andere ensembles zijn ook niet goed voor ons. Als toporkest heb je een weefsel nodig. Het is goed dat artiesten kunnen doorstromen. "Je merkt dat het marktdenken opgeld maakt in Nederland. Maar kunst is geen product. Als orkest kun je het niet redden met eigen inkomsten alleen, of je moet alleen populaire dingen spelen. Maar het Concertgebouworkest is geen jukebox, wij zijn een stuk erfgoed. Je hebt ook labo en experiment nodig, en je moet hedendaagse muziek kunnen spelen. Dat is kwetsbaar geworden. "Wij hebben het geluk dat ongeveer de helft van onze middelen uit eigen inkomsten bestaat. Geen enkel ander orkest in Europa doet beter. Aan het einde van mijn verblijf bij deFilharmonie hadden we 13 procent eigen middelen, en dat was toen het hoogste percentage in België. In Amsterdam halen we die inkomsten hoofdzakelijk uit de ticketverkoop, sponsoring en mecenaat. Dat mecenaat is een bron van inkomsten die nog groeit. Het orkest heeft daar een lange traditie in. Een calvinist die succes heeft, schenkt gemakkelijker geld. De Nederlandse fiscaliteit stimuleert dat ook." RAES. "In Nederland heb je een piramidaal orkestlandschap. Bovenaan staat het Concertgebouworkest, daaronder heb je het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Philharmonisch Orkest, en daaronder enkele provinciale orkesten. Zo'n piramide moet je ook in Vlaanderen krijgen. De versnippering begint iedereen stilaan kapot te maken. DeFilharmonie krijgt binnenkort onderdak in de vernieuwde Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Ik hoop dat het dan ook over voldoende werkingsmiddelen beschikt. Maar het orkest heeft alleen een reden van bestaan als het op Europees niveau iets kan betekenen. "De andere orkesten moet je niet hetzelfde laten doen. Maak van Brussels Philharmonic bijvoorbeeld een goed kamerorkest. Of laat het samensmelten met het orkest van de Vlaamse Opera. Of geef het een andere missie, zoals filmmuziek en creaties. De Nederlandse Opera in Amsterdam heeft geen vast orkest. Alle orkesten moeten er enkele producties spelen, ook wij. Daardoor creëer je adrenaline en gebruik je de musici flexibeler. Dat kan evengoed in Vlaanderen. Ook het Vlaams Radio Koor en het Koor van de Vlaamse Opera hebben niet genoeg werk om elf maanden te vullen. Meer middelen zullen er wellicht niet komen. Gebruik ze dan zo efficiënt mogelijk. "Er moet een minister van Cultuur met guts komen, die een visie op lange termijn ontwikkelt, minstens tot in 2024, en dus niet tot de volgende verkiezingen. Ik ben tien jaar weg uit Vlaanderen, maar er is in die tijd te weinig veranderd. We werden enkele keren gevraagd om te adviseren. Dat wordt dan in een schriftje genoteerd, en je hoort er niets meer van." RAES. "Zeker. Maar we beseffen te weinig welke uitstraling musici als Philippe Herreweghe, René Jacobs, Jos Van Immerseel en Paul Van Nevel hebben. Gebruik die als ambassadeurs. Wielrennen is ook mooi, maar we hebben nog sterke kanten." RAES. "Het Concertgebouworkest is een hype in Nederland, het wekt een soort collectieve trots op. We komen zowat elke dag op de radio en we zijn geregeld op televisie. Koningin Máxima is beschermvrouwe van het orkest. Ze woont geregeld een concert bij of vergezelt ons op tournee. "Als we naar China of Brazilië gaan, reizen politici, bedrijfsleiders en vertegenwoordigers van de haven mee. Ook onze hoofdsponsors ING en Unilever zijn erbij op tournees en ontplooien hun sponsoring in de landen die we aandoen. Nederlanders zijn geboren marketeers, al vierhonderd jaar." RAES. "Je mag niet in je luie stoel zitten. Je moet voortdurend proberen je publiek te verbreden. Daarom lanceren we volgend seizoen op zaterdagavond een nieuw, kort concertformat: we spelen één meesterwerk, met een presentator die vertelt over het programma. Eén meesterwerk is genoeg, je hoeft op een avond ook geen twee goede boeken te lezen. En we hebben een familieabonnement, om gezinnen met kinderen naar de concerten te lokken. "Vijf jaar geleden hebben we de AAA-serie rond hedendaagse muziek geïntroduceerd. Die zit bomvol risico's. We werken daarvoor samen met andere culturele instellingen in de stad zoals het Stedelijk Museum en het EYE, het filmmuseum in Amsterdam. We merken dat het publiek van die instellingen naar elkaar begint te komen. Dat verjongt en creëert een dynamiek. Als de zaal twee keer vol zit, bereiken we vierduizend mensen. Er is geen enkele stad ter wereld waar zo veel mensen naar hedendaagse muziek komen luisteren. "Er wordt vaak nostalgisch gedaan over de tijd dat Gustav Mahler zijn symfonieën in Amsterdam kwam dirigeren. Zijn muziek was hier populairder dan in Wenen. Maar men vergeet dat er toen maar vierhonderd mensen in de zaal zaten." RAES. "In dat magazine brengen we zes keer per jaar concertregistraties, beeldfragmenten en commentaar van de dirigent over een programma. In vier maanden hebben we bij ons mecenaat 1,2 miljoen euro ingezameld om dat project te financieren. RCO Editions is voorlopig een succes, want 20.000 mensen hebben de app al gedownload. "We proberen op allerlei manieren jonge mensen te bereiken. We hebben enkele medewerkers op kantoor die alleen met sociale media bezig zijn. In 2013 hadden we 42 miljoen internetcontacten. We hebben ook een jongerenclub opgericht, Entrée. Die heeft achtduizend leden. Dit jaar komt ook een bioscoopfilm uit over het orkest op wereldtournee." RAES. "Dat heeft te maken met de ambitie en de internationale houding van de Nederlanders. Als ze iemand zoeken, speelt de nationaliteit minder een rol. Een Nederlander is direct en geeft graag zijn mening, maar hij luistert niet altijd. Een Belg is van nature soepel en empathisch. Nederlanders vinden dat prettig, hoor ik vaak zeggen. Ik denk wel dat het gemakkelijker is als Belg in Nederland te werken dan als Nederlander in België. Een Belg is moeilijk te decoderen voor een Nederlander. Hij laat niet altijd in zijn kaarten kijken. In Nederland weet je wat je aan elkaar hebt. Dat is weleens hard voor ons. "Ook buiten Nederland zie je veel Belgen die belangrijke internationale functies bekleden, kijk alleen maar naar de Europese Unie. Dat moet dan toch betekenen dat Belgen iets speciaals hebben." www.concertgebouworkest.nlWIM VER ELST, FOTOGRAFIE KRISTOF VRANCKEN"In een orkest werk je samen. Het is nooit alleen maar één mens" "Nederlanders zijn geboren marketeers, al vierhonderd jaar" "De versnippering in Vlaanderen begint stilaan alle orkesten kapot te maken"