Het Brusselse parket opende begin juni 2002 een dossier tegen Dexia Bank. Volgens een recent vonnis van de Brusselse rechtbank van koophandel in kortgeding opereerde de bank "in een context van ernstige belangenvermenging, misbruik van vertrouwen en misbruik van voorkennis". Door de onrechtmatige kredietverlening van Dexia aan het virtueel failliete Creneau kwamen de schuldeisers van dit architectenbureau in 2001 in de problemen, meent de rechtbank.
...

Het Brusselse parket opende begin juni 2002 een dossier tegen Dexia Bank. Volgens een recent vonnis van de Brusselse rechtbank van koophandel in kortgeding opereerde de bank "in een context van ernstige belangenvermenging, misbruik van vertrouwen en misbruik van voorkennis". Door de onrechtmatige kredietverlening van Dexia aan het virtueel failliete Creneau kwamen de schuldeisers van dit architectenbureau in 2001 in de problemen, meent de rechtbank. Binnen de bank reageert men geschokt op het vonnis. "Wie het leest, moet besluiten dat de medewerkers van Dexia gangsters zijn," aldus een waarnemer. "Dat gelooft toch niemand. Het lijkt wel of de bank zich niet eens verdedigd heeft voor de rechter. We vinden geen letter van de verdediging in de beslissing van de rechtbank". Een juridische raadgever van de bank bestempelt het vonnis dan ook als "100% incorrect, en dat tonen we ook aan in beroep". "Het vonnis wordt gebruikt om ons af te dreigen," klinkt het op de juridische dienst. De feiten speelden zich af in de aanloop naar het faillissement van Creneau (november 2001), een klant van Dexia. Sinds 1999 was Artesia (nu Dexia) voor 18% aandeelhouder van Creneau. De prijs van dit pakket aandelen (154.933 euro) werd bepaald op basis van cijfers van de auditor Finpower. Fictieve cijfers, lezen we in het vonnis. In juli 2000 duidde Dexia een nieuwe revisor aan ( Arthur Andersen) om Creneau door de lichten. Die stelde vast dat de boekhouding "fictief" was, het bedrijf een negatief eigen vermogen had (na correctieboekingen) en het dus aan de faillissementvoorwaarden voldeed. "Desondanks zei Dexia de kredieten niet op," lezen we in het vonnis. Nochtans stelt de vigerende rechtspraak dat een bank de kredieten móét opschorten als blijkt dat een schuldenaar virtueel failliet is. Anders worden "derden door de handhaving van die kredieten misleid door de solvabiliteitsschijn die door de bankier gecreëerd wordt," citeert de rechtbank uit de rechtsleer.In september 2000 werd het dossier complexer. In een brief aan Creneau waardeerde de corporate-afdeling van Dexia de aandelen van zijn klant "indicatief" op 11,1 tot 13,6 miljoen euro. Let wel: Dexia waardeerde Creneau een jaar eerder (toen het 18% van de aandelen kocht) op (omgerekend) 859.880 euro. Dexia baseerde zich naar eigen zeggen op het kritische Andersen-rapport voor de nieuwe waardebepaling.Met deze "valse waardering" (dixit het vonnis) in de hand trok het management van Creneau de hort op om een partner te zoeken. Dat mislukte. Verrassingszet van DexiaEen Brabantse onderaannemer, die het dossier uiteindelijk bij de rechtbank aankaartte, ging met Creneau in zee voor de realisatie van een grote werf (het Ubizen-gebouw in Leuven). Deze onderaannemer maakte in mei 2001 met hoofdaannemer Creneau een contract voor een bedrag van 1,7 miljoen euro. Dexia had in die periode voor 1,1 miljoen euro kredieten uitstaan bij Creneau. De aanleiding van het proces deed zich voor in oktober 2001. Toen stortte bouwheer Ubizen een bedrag van 0,6 miljoen op de rekening van Creneau, ter betaling van de onderaannemer in kwestie. Creneau betaalde de onderaannemer met enkele checks.Plots nam Dexia het heft in handen. Nadat Ubizen het geld had gestort op de rekening van Creneau, blokkeerde de bank de kredieten, waardoor dat bedrag werd gebruikt om de bancaire schulden te delgen (en de checks waardeloos werden). Gevolg: Creneau ging failliet en de onderaannemer zat met een onbetaalde factuur. Volgens Dexia is er niets aan de hand. Het blokkeren van de kredieten staat los van de sommen die werden geïnd in het licht van de werken bij Ubizen, luidt de redenering. Maar medio mei 2002 veroordeelde de rechttbank van koophandel Dexia in kortgeding tot de voorlopige betaling van 0,75 miljoen euro aan de onderaannemer. Dexia ging in beroep tegen de beslissing. Eergisteren, dinsdag, werden in principe de laatste pleidooien gehouden.Binnen Dexia is men behoorlijk de kluts kwijt door het vonnis. Een jurist: "Als we inderdaad zo streng zouden zijn als deze rechter stelt, dan zouden we het verwijt krijgen dat we financiële fundamentalisten zijn. Volgens ons is het de taak van een verantwoordelijke bankier dat hij een bedrijf dat een overnemer zoekt (zoals Creneau), ademruimte geeft. Mochten we zo rigide zijn als de rechter eist, dan zouden heel wat Belgische ondernemingen onmiddellijk de boeken mogen neerleggen omdat we de kraan dicht móéten draaien."Het strafrechtelijke luik is nog delicater. De rechtbank van koophandel had immers het Brusselse parket op de hoogte gebracht (op zich al opmerkelijk) van de vermoede gang van zaken bij Dexia. Het creëren van een valse schijn van solvabiliteit, "fictieve" waarderingen bij de verkoop van aandelen en belangenvermenging zijn maar enkele zaken die het parket moet onderzoeken. Een waarnemer die in de banksector actief is, acht het onwaarschijnlijk dat het ooit tot veroordelingen komt. Hans Brockmans [{ssquf}]"Dexia handelde in een context van ernstige belangenvermenging, misbruik van vertrouwen en misbruik van voorkennis.""Mochten we zo rigide zijn als de rechter eist, dan zouden heel wat Belgische ondernemingen onmiddellijk de boeken mogen neerleggen omdat we de kraan dicht móéten draaien."