Jeremy Rifkin, De Europese droom. Business Contact, 456 blz., 34,50 euro. Martin Hinoul, Kenniseconomie Europa - Sprong in de diepte? De Cavalerie, 226 blz., 22 euro.
...

Jeremy Rifkin, De Europese droom. Business Contact, 456 blz., 34,50 euro. Martin Hinoul, Kenniseconomie Europa - Sprong in de diepte? De Cavalerie, 226 blz., 22 euro. Als ik het boek lees van de weerbarstige Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin - The European Dream - krijg ik wel eens de neiging om te geloven dat het slecht gaat met Amerika en dat Europa alle troeven heeft om het te maken," schrijft de Leuvense wetenschapper Martin Hinoul in Kenniseconomie Europa - Sprong in de diepte?, het boek dat we vorige week in deze rubriek voorstelden. Hinoul, die de kenmerken van Silicon Valley en andere Amerikaanse topregio's in technologie kent als geen ander, geeft Europa óók kansen, maar dan moet wel eerst de achterstand weggewerkt worden op de Verenigde Staten. Ondertussen moeten we ook oppassen dat we niet in snelheid gepakt worden door Aziatische spurters (met China aan de kop). Dat moet op een slimme manier gebeuren, zo onderwijst Hinoul, via verschillende kennisregio's. Al is het dan niet zo bedoeld, Hinouls compacte boek kan gelezen worden als een consciëntieuze weerlegging van de argumenten die wereldster Rifkin in zijn pronte bestseller verkondigt. Met grofkorrelige observaties en haastige conclusies bezingt de econoom uit Washington DC de ondergang van zijn vaderland en de glorie van Europa. Rifkin schuift de Europese Unie naar voren als ideale derde weg tussen het extreme individualisme van de VS en het radicale collectivisme van Azië. En de democratische Amerikaanse Droom dan, met kansen voor iedereen, van voddenraper uit Alabama tot bourgeois uit Boston? Volgens Rifkin is die Droom sterk op zijn retour. In plaats van de sprong van arm naar bemiddeld te maken, groeit de kloof tussen een kleine laag rijken en een grote massa armen. De sociale voorzieningen, het betaalbare onderwijs en het herverdelingsmechanisme in Europa zorgen ervoor dat veel meer mensen kunnen profiteren van welvaart en welzijn. Rifkin bezingt ook de levenskwaliteit van de doorsnee Europeaan. Hier wordt niet geleefd om te werken. De Franse 35-urenweek is alweer zo'n forse stap in de richting van een nog betere verdeling tussen werk en vrije tijd. Precies in dergelijke voorbeelden schuilt de zwakte van Rifkins betoog. De Franse 35-urenweek is een fiasco, zadelt werknemers met meer werkdruk op en verlicht de hoge werkloosheidscijfers zeker niet. De bonhomie en bonheur die Rifkin bejubelt, zou wel eens geworteld kunnen zijn in een lankmoedig, laks en vadsig beleid, dat geen harde keuzes meer durft te maken. Een degelijk boek over de pro's en contra's van het Europese model zou die precaire contra's even ernstig moeten onderzoeken als de populaire pro's. Dat doet Rifkin helaas niet, hij huppelt gewoon Guy Verhofstadt achterna, die vooral de optimistische aspecten wil belichten. Luc De Decker