Deze zomer sloten AB InBev en CEE een samenwerkingsovereenkomst om de energievoorziening van de site van de brouwer in Leuven te verduurzamen. CEE is een cleantechbedrijf met 45 medewerkers dat zuinige en economisch rendabele productieprocessen ontwikkelt en bouwt, vaak voor energie-intensieve bedrijven in de industrie. CEE zal vanaf komende zomer voor de brouwerij warmte en elektriciteit produceren met biogas uit biologische waterzuivering.
...

Deze zomer sloten AB InBev en CEE een samenwerkingsovereenkomst om de energievoorziening van de site van de brouwer in Leuven te verduurzamen. CEE is een cleantechbedrijf met 45 medewerkers dat zuinige en economisch rendabele productieprocessen ontwikkelt en bouwt, vaak voor energie-intensieve bedrijven in de industrie. CEE zal vanaf komende zomer voor de brouwerij warmte en elektriciteit produceren met biogas uit biologische waterzuivering."In Leuven komt een nieuw restwarmtenet op lagere temperatuur", zegt Koen Bosmans, de general manager van CEE. "De productieprocessen worden energie-efficiënter gemaakt, waardoor ze met de warmte vanuit dat nieuwe net kunnen worden gevoed en niet langer stoom uit het bestaande stoomnet nodig hebben. Daarnaast zal CEE op de site biogas uit de afvalwaterzuivering en aardgas omzetten in warmte voor het nieuwe warmtenet en in elektriciteit voor de site." De nieuwe installatie zal elk jaar, voor minstens vijftien jaar, 40.000 megawattuur omzetten in 16.000 megawattuur elektriciteit en 20.000 megawattuur nuttig ingezette warmte. Volgens de betrokkenen zakt de CO2-uitstoot van de site daardoor met 7000 ton per jaar. "Tegen 2040 wil AB InBev net zero bereiken over zijn hele waardeketen", kadert Frédéric Marchant, manager technical services van AB InBev Leuven. "Dit is niet het enige project waarmee we dat doel willen halen, maar het is wel goed voor twee derde van de CO2-reductie in onze brouwerij." Als alles volgens plan verloopt, start de nieuwe Leuvense installatie op in de zomer van 2022. Op dat moment zal het project een ontwerp-, test- en bouwfase van tweeënhalf jaar hebben doorlopen. CEE is al in 2015 gestart met kleine projecten om de energie-efficiëntie van AB InBev Leuven te verhogen. De nieuwe stap om uit de eigen afvalstromen energie en warmte te produceren, oogt anno 2021 niet onlogisch. Het is wel complexer, zegt Koen Bosmans. "Vroeger bouwde je een fabriek en speelde de CO2-emissie geen rol. De fabriek voedde vanuit één stoomketel alle vragen naar warmte. Parallel stond er een koelmachine die alle vragen naar koude invulde. Door de strengere regelgeving is CO2 nu wel een randvoorwaarde en moet een fabriek veel efficiënter omspringen met haar energiestromen. Daarbij hoort een aanpak op maat van de productieprocessen. Van een eenvoudige opstelling met twee installaties en tien parameters ging het naar een combinatie van veel meer installaties en het beheer van 500 parameters. Die complexiteit leidt ertoe dat bedrijven cleantech almaar vaker uitbesteden." CEE wordt de eigenaar van de energie-installatie. Gedurende vijftien jaar koopt AB InBev warmte en elektriciteit aan bij CEE, dat de verantwoordelijkheid draagt voor het halen van de afgesproken kwaliteits- en capaciteitsniveaus. "Het was een huzarenstukje om dat contractueel rond te krijgen", zegt Frédéric Marchant. "Hoe kun je de eigenaar zijn van een installatie, terwijl je niet de eigenaar van de grond bent? Wat met verzekeringskwesties? Leveringsgaranties? Wijzigende wetgeving in de komende jaren? Om tot een akkoord te komen moesten specialisten van beide partijen mee aan tafel: technisch verantwoordelijken, financiële specialisten, juristen, aankopers, directieleden en vanwege de lange termijn ook verzekeraars, notarissen en overheden. Uiteindelijk namen de onderhandelingen vijftien maanden in beslag." Het samenwerkingsmodel waarover CEE en AB InBev een akkoord sloten, laat zich samenvatten als energy as a service. CEE heeft de plicht het biogas en het aardgas dat AB InBev aanlevert om te zetten in bruikbare elektriciteit en warmte, om die vervolgens tot in de productielijnen te brengen. Contractueel ligt de verantwoordelijkheid voor de engineering, de financiering, de constructie en de exploitatie voor vijftien jaar bij CEE. Daarna kan het contract worden verlengd of kan AB InBev de eigenaar van de installatie worden. CEE zorgde voor de volledige voorfinanciering. Dat is opmerkelijk als kmo. Waarom koos een reus als AB InBev niet voor het eigenaarschap van de installatie? "Voor ons was het een kans om niet zelf te investeren", legt Frédéric Marchant uit. " Energy as a service biedt ons de mogelijkheid onze cash op een andere manier te gebruiken. De technologie van duurzaamheidsprojecten wordt heel complex. Wij zijn brouwers, geen energieleveranciers."De installatie van CEE staat op grond die geen eigendom is van het cleantechbedrijf. Een recht van opstal verhielp dat euvel. "AB InBev verleent als klant een recht van opstal aan CEE", verduidelijkt Koen Bosmans. "CEE heeft zich wel te houden aan de huisregels van AB InBev, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid en technische standaarden." CEE zette tien jaar geleden in de bouwsector voor het eerst zulke samenwerkingsmodellen op. "Aanvankelijk was de markt terughoudend", geeft Koen Bosmans toe. "Noem het gerust een processie van Echternach. Multinationals zijn het gewoon om activa te kopen en te beheren. Het voelt onwennig om een derde partij toe te laten. Ons eerste doel is de maakindustrie duurzamer te maken. Vaak gebeurt dat door een installatie te verkopen, maar de jongste jaren zien we een verschuiving naar energy as a service. Wij hebben geen voorkeur voor dat model of voor verkoop. Vijftien jaar is lang en het betekent dat de risico's tot 2037 bij ons liggen. Daarom waken we er wel over dat er een evenwicht is tussen de types contracten die we met onze klanten afsluiten." In het akkoord met AB InBev heeft niet enkel CEE plichten. Het contract verplicht de brouwer ertoe de nodige brandstof aan te leveren met bepaalde kwaliteiten en capaciteiten. Daarnaast moet AB InBev bepaalde volumes warmte en elektriciteit afnemen volgens de afgesproken kwaliteitsvereisten. Het contract voorziet ook in straffen in beide richtingen, al creëert dat onterecht de indruk dat beide partners al vechtend de samenwerking ingaan."Samenwerken op lange termijn is de boodschap", aldus Frédéric Marchant. "De incentives voor beide partijen liggen in dezelfde richting: de installatie zo veel mogelijk benutten om een driedubbele winst te creëren, voor AB InBev, voor CEE en voor de samenleving."