Het Belgische team van Marylise & Rembo Fashion Group huist in het strakke kantorencomplex Frame 21 langs de E313 in Herentals. Er werken zo'n 25 mensen voor de twee bruidsmerken van de modegroep: Marylise en Rembo Styling. "Het ontwerp en de ontwikkeling van prototypes gebeurt in Herentals", zegt Werner De Vlieger (58), de zaakvoerder van het familiebedrijf. "Onze productie gebeurt in Portugal, daar hebben we 45 personeelsleden en werken we met externe confectieateliers. Trouwen is weer in. Er wordt weer meer aandacht aan besteed. Jaarlijks verkopen we tussen 12.000 en 15.000 bruidsjurken." Voor dit jaar wordt een groepsomzet van 8 miljoen euro verwacht.
...

Het Belgische team van Marylise & Rembo Fashion Group huist in het strakke kantorencomplex Frame 21 langs de E313 in Herentals. Er werken zo'n 25 mensen voor de twee bruidsmerken van de modegroep: Marylise en Rembo Styling. "Het ontwerp en de ontwikkeling van prototypes gebeurt in Herentals", zegt Werner De Vlieger (58), de zaakvoerder van het familiebedrijf. "Onze productie gebeurt in Portugal, daar hebben we 45 personeelsleden en werken we met externe confectieateliers. Trouwen is weer in. Er wordt weer meer aandacht aan besteed. Jaarlijks verkopen we tussen 12.000 en 15.000 bruidsjurken." Voor dit jaar wordt een groepsomzet van 8 miljoen euro verwacht. "We hebben een belangrijke positie op de Belgische markt, maar het is een kleine markt in vergelijking met landen als Frankrijk, Duitsland en Italië. 95 procent van onze omzet komt van de export. Onze collecties worden ook verkocht in de Verenigde Staten, Australië en Japan", vertelt De Vlieger. De roots van het bruidsmodebedrijf gaan terug tot in 1926, toen zijn grootouders een zaak begonnen met hoeden en accessoires in de Carnotstraat in Antwerpen. De winkel groeide uit tot een groothandel en in 1973 startte de tweede generatie met een bruidsjurkencollectie. Werner De Vlieger, een telg van de derde generatie, nam in de jaren 80 samen met zijn echtgenote de fakkel over. "Ik ben in deze business geboren, maar ik ben geen modeman", getuigt De Vlieger. Hij stapte na zijn studies toegepaste economische wetenschappen in het familiebedrijf. "Zo ging dat vroeger. Ik was de oudste en omdat ik mijn ouders een plezier wilde doen, nam ik de zaak over. Gelukkig heb ik er vrij snel mijn draai in gevonden." Werner De Vlieger bouwde de groothandel uit tot een bruidsmodemerk met een eigen signatuur. De collecties werden in Antwerpen ontwikkeld en gefabriceerd in het Verre Oosten. De jurken worden verkocht aan 630 gespecialiseerde winkels in twintig landen. Een belangrijke wending in het Marylise-verhaal is de overname in 2008 van de failliete Limburgse concurrent Rembo Styling. "Daarom hebben we ons in 2011 in Herentals gevestigd. De eerste jaren na de overname hadden we een bedrijf in Antwerpen en een in Genk. Het had weinig zin op twee locaties hetzelfde te doen", stelt De Vlieger. Met de overname van Rembo Styling kreeg Werner De Vlieger ook een Portugese productievestiging in handen. "Dat was een zware erfenis. Ik vond er een oud lelijk gebouw met veel te veel personeel. We hebben er zwaar geherstructureerd. Positief was dat er een jong management was en dat er enorm veel stielkennis zat die wij in België waren verloren." De Vlieger zag potentieel in de productievestiging en verhuisde de confectie van de Marylise-bruidsjurken van China naar Portugal. Hij bouwde in Leiria een nieuwe fabriek, een investering van 1,5 miljoen euro. De Europese stoffen worden geknipt in de eigen productiefaciliteit en de confectie gebeurt door gespecialiseerde familiale ateliers in de regio. "Portugal is tegenwoordig veel goedkoper dan China", duidt Werner De Vlieger. Als de gemiddelde loonkosten per uur in België 41 euro zijn, dan zit Portugal volgens cijfers van Eurostat aan 13 euro. "Met die loonkosten, de kennis en het opleidingsniveau van de mensen daar, loont het niet meer in China te produceren. Als je jonge Portugezen een kans geeft, nemen ze die met beide handen aan. Voor een vacature voor een boekhouder ontvingen we 300 kandidaten", lacht De Vlieger. Volgens dochter Chiara De Vlieger (28), co-CEO van de groep, zit er ook veel meer creativiteit. "We hebben in Portugal onze productie zelf in handen, zo kunnen we veel innovatiever zijn." Vader De Vlieger beaamt dat: "Chinese producenten investeren niet meer. De economie sputtert. De markt staat onder druk. De fabrieken besparen en verliezen personeel aan rijkere industriesectoren, die beter betalen. Het gaat meer en meer om massaproductie ten koste van kwaliteit. Dat is een negatieve spiraal." Dochter Chiara volgt de voetsporen van haar vader. Ze studeerde communicatiewetenschappen en ging na haar studies aan de slag in het familiebedrijf. Haar broer volgt voorlopig een andere weg; hij werkt voor een van de grote consultancybedrijven in de farmaceutische sector. "We zijn de zaak aan het doorgeven aan de volgende generatie. Dit bedrijf moet een jonge spirit hebben om creatief te zijn. We maken een trendy product, we verkopen geen koffiebonen. Wij moeten het hebben van onze creativiteit. Dat kan het beste door jonge talenten aan te trekken, gecombineerd met de ervaring van de oudere generatie", vindt De Vlieger. De vijftiger blijft actief in het bedrijf - vooral de productie in Portugal wordt zijn dada - maar Chiara wordt het gezicht van Marylise & Rembo Fashion Group. "Achter de schermen blijft hij wel mee de grote krijtlijnen uittekenen", zegt Chiara De Vlieger. Een van de nieuwe accenten wordt de verdere internationalisering. Tot een paar jaar geleden waren de collecties, die getypeerd worden als 'bohemian chic', vooral in Europese winkels te vinden. Vandaag vinden de bruidsjurken van Marylise en Rembo Styling ook hun weg naar de VS, Rusland, Azië en Australië. Chiara trok een paar jaar geleden mee met een handelsmissie naar San Francisco en zo ging de bal aan het rollen. "Boho-chic is voor een specifieke doelgroep. Onze klanten zijn meisjes die niet traditioneel willen trouwen. Die niche is een nieuwe groeimarkt", weet Chiara De Vlieger. Ook in de VS - de grootste markt voor bruidsjurken ter wereld - en China ziet ze ruimte voor trendy collecties. Niet iedereen kiest voor traditioneel. "95 procent van de bruidsjurken in de wereld zijn klassieke taartjurken. Die worden allemaal in China gemaakt, met nul creativiteit. Onze ontwerpers gaan voor een comfortabele, trendgevoelige bruidscollectie voor het middensegment. Een bruidskleed kost bij ons gemiddeld 1500 euro. We zoeken altijd naar vernieuwing. Dit jaar hebben we bruidsjurken in kasjmier en mohair voorgesteld. Dat slaat aan, we moeten de concurrentie altijd een stap voor zijn." Volgens Werner De Vlieger is Marylise & Rembo Fashion Group een bedrijf in beweging. In een klassieke sector valt het op met nieuwigheden. Momenteel worden de collecties voor 2017 voorgesteld aan agenten en gespecialiseerde winkels. "Vorige maand waren we voor het eerst uitgenodigd om deel te nemen aan een grote bruidsmodeshow in Barcelona. We zijn net terug van Milaan en we moeten nog naar Düsseldorf, New York, enzovoort. 60 procent van onze winkels heeft al ingekocht en die jurken moeten tegen september in de winkels liggen. Dat zijn pasmodellen. Daarna komen de bestellingen op maat binnen. Wij produceren elke jurk tegen de pasdatum die de klant met de winkel heeft afgesproken. Gewoonlijk is dat een maand voor het huwelijk", legt De Vlieger uit. "Dat onderscheidt ons van andere merken. Wie met Chinese producenten werkt, wordt verplicht veel stock aan te kopen. Dat leidt tot dumpingprijzen. Wij werken meer op kwaliteit", benadrukt Chiara. Haar vader ziet in de internationale markten nog veel potentieel. "We moeten alleen zien dat we onze identiteit niet verliezen. We moeten trouw blijven aan ons bedrijf, aan onszelf en aan ons product." Hij verwacht ook geen grote schokken in zijn business door de digitale revolutie. "Een bruidsjurk is een emotioneel product voor een uniek moment. Wat is er mooier dan een moeder die met haar dochter naar een winkel gaat om een jurk te kiezen, te passen, te kopen?" Chiara zet het internet en de sociale media wel volop in als communicatie-instrument. Werner De Vlieger: "Het belangrijkste woord bij ons is capaciteit. Als je produceert in het Verre Oosten, dan draait het om kwantiteit. In Portugal hebben wij een productiecapaciteit die we per week optimaliseren. We kunnen daar niet zwaar over gaan, anders brengen we onszelf in moeilijkheden. Als hier morgen een Amerikaan staat en hij wil duizend jurken per jaar afnemen, dan zeg ik: 'neen, kom binnen drie jaar eens terug als ik die capaciteit heb'." Daar wordt hard op gefocust. "Portugal is een van de grootste troeven van het bedrijf. We proberen die capaciteit stelselmatig uit te breiden", aldus Chiara. Het bruidsmodebedrijf heeft een gezonde ambitie zijn marktpositie te verstevigen. "Zolang we trendgevoelige collecties op de markt brengen, zullen we succes hebben", verwacht Werner. "Chiara is 27, er is nog tijd. Ik wil haar een bedrijf overlaten dat te managen is. Vandaar dat ik een team van jonge mensen rond haar probeer te verzamelen op wie ze kan terugvallen. Dan kan ze het bedrijf verder uitbouwen door de brede wereldmarkt te betreden en daar partners te zoeken, winkels die loyaal zijn, die het product begrijpen en kunnen verkopen." Kurt De Cat, fotografie Kris Van Exel"Chinese producenten investeren niet meer. Het gaat meer en meer om massaproductie ten koste van kwaliteit"