Capital at Work beheert ruim 6 miljard euro en maakt deel uit van de beursgenoteerde Luxemburgse verzekeringsgroep Foyer. Die kleinere vermogensbeheerder legt zich vooral toe op discretionair beheer, waarbij de klant de verantwoordelijkheid voor de beleggingen volledig uit handen geeft. "De eerste vraag die een private bank moet stellen is: wil je actief of passief beheer aanbieden?", zegt chief investment officer Erwin Deseyn. "Wij hebben gekozen voor actief beheer. We willen niet slaafs de indexen volgen."
...

Capital at Work beheert ruim 6 miljard euro en maakt deel uit van de beursgenoteerde Luxemburgse verzekeringsgroep Foyer. Die kleinere vermogensbeheerder legt zich vooral toe op discretionair beheer, waarbij de klant de verantwoordelijkheid voor de beleggingen volledig uit handen geeft. "De eerste vraag die een private bank moet stellen is: wil je actief of passief beheer aanbieden?", zegt chief investment officer Erwin Deseyn. "Wij hebben gekozen voor actief beheer. We willen niet slaafs de indexen volgen." Deseyn illustreert die keuze aan de hand van de overheidsobligaties uit de eurozone. "De landen met de meeste schulden wegen automatisch het zwaarst in de indexen. Volgen we die indexen, dan stoppen we veel geld in Italiaanse obligaties. Wij vermijden dat land liever en verkiezen bijvoorbeeld Noorse obligaties." Het is niet gemakkelijk met obligaties een behoorlijke return te halen. Deseyn: "In euro boek je nauwelijks rendement. Daarom is het essentieel dat je wereldwijd belegt, vooral in dollar." 60 procent van de obligatieportefeuille is uitgedrukt in dollar, maar die blootstelling aan de Amerikaanse munt is grotendeels afgedekt, want netto bedraagt die slechts 23 procent (cijfers van half mei). De geselecteerde obligaties zijn zeer divers. Behalve in Noorse obligaties belegt Capital at Work ook in Indiaas overheidspapier. "Beleggers die in obligaties willen blijven, kunnen we door die doorgedreven diversificatie een rendement van 2 à 3 procent bieden", preciseert Deseyn. "We kunnen de cliënt ook voorstellen 25 of 30 procent van zijn portefeuille in aandelen te beleggen, om het rendement op te krikken tot 4 à 6 procent." "Onze methode om aandelen te evalueren, waar we al een kwarteeuw aan sleutelen, is vooral gebaseerd op de bedrijfswaarde en de vrije kasstroom", vervolgt Deseyn. Algemeen manager Maarten Rooijakkers vult aan: "De aandelen worden vooraf ook gescreend op hun intrinsieke kwaliteiten. Wat is de belangrijkste troef van het bedrijfsmodel? In de farmaceutische sector zullen we bijvoorbeeld altijd de patentenportefeuille onder de loep nemen." De bescherming van het kapitaal is niettemin essentieel, vooral voor traditionele obligatiebeleggers, zegt Rooijakkers. "We moeten cliënten ook uitleg geven over de werking van zowel de aandelen- als de obligatiemarkt en duidelijk maken wat het betekent te beleggen in aandelen. In die geest hebben we de Capital at Work Academy opgericht." Vincent Lambrecht, de directeur vermogensplanning, denkt dat de cliënten vanaf begin volgend jaar door de MiFID II-richtlijn preciezer weten waarin ze hebben geïnvesteerd en hoeveel ze daarvoor hebben betaald. "Die richtlijn is vooral bedoeld om de belegger beter te beschermen. Voor de kostentransparantie zal er voor ons geen revolutie plaatsvinden. Beheerders die advies geven, zullen aan een hele reeks formaliteiten moeten voldoen. Voor die spelers is MiFID II een wervelstorm, voor ons niet." Volgens Capital at Work is de absolute opsplitsing van de kosten voor externe research en voor transacties een van de belangrijkste wijzigingen van MiFID II. Stel dat een beheerder gratis toegang krijgt tot de research van een beurshuis, als hij daaraan voldoende orders doorgeeft. De kosten van die externe analyses worden dan gecamoufleerd door de transactiekosten. MiFID II zal die verborgen kosten zeer zichtbaar maken. "Wij hebben een eigen team van acht analisten. We hebben beslist dat de kosten voor de externe analyses voor onze rekening zijn", klinkt het bij Capital at Work. Guy Legrand