Export Vlaanderen, de vroegere VDBH, staat in de steigers met een nieuwe topman Martin van Houtte en een opgesmukte raad van bestuur onder leiding van oud-kamerlid Jos Dupré. In die raad ook een niet onaardig aantal vrouwen. Een overzicht.
...

Export Vlaanderen, de vroegere VDBH, staat in de steigers met een nieuwe topman Martin van Houtte en een opgesmukte raad van bestuur onder leiding van oud-kamerlid Jos Dupré. In die raad ook een niet onaardig aantal vrouwen. Een overzicht.CHRIST'L JORISLadies first. Christ'l Joris is voorzitter van de raad van bestuur van Etap Verlichting, waar zij haar vader Norbert Joris opvolgde. Christ'l Joris (41 j.) is doctor in de sociale en culturele antropologie. Na enkele jaren als assistent aan de KU-Leuven, de migrantenwerking in Brussel en de Koning Boudewijn Stichting, volgde ze in '92-'93 een opleiding aan de Vlerick School voor Management. Wat is haar ambitie als bestuurder van Export Vlaanderen ? Christ'l Joris : "Op de viering van 50 jaar Fabrimetal begin deze maand zei professor Perlitz dat de match Europa-Azië-Amerika nog niet is beslist. De kansen van Europa zijn hoog. De rol van Oost-Europa als onze werkplaats is cruciaal. Als wij de EU op gang krijgen en Oost-Europa tot ontwikkeling kunnen brengen, zal de 21ste eeuw de onze zijn. Dat vond ik inspirerend. Dat werkplaats-idee nuanceer ik. Het gaat waarschijnlijk op voor grotere bedrijven. Vanuit mijn ervaring bij Etap zie ik een andere strategie voor kmo's. Oost-Europa is vandaag een enorme productiemachine en wordt in nichemarkten een trendsetter. Als we de Perlitz-formule hanteren, zullen wij zeer intelligent moeten importeren én exporteren. Wij moeten een intelligent transitcentrum worden om een dominante medespeler te blijven en onze tewerkstelling op zijn minst te handhaven." MIEKE OFFECIERS-VAN DE WIELEMieke Offeciers-Van de Wiele (44 j.) is gedelegeerd bestuurder van het VEV. Na haar studies rechten (UIA) begon ze haar carrière aan de balie van Antwerpen. In '75 ging ze aan de slag bij het VEV, waar ze opklom tot directeur van de studiedienst ('86). Mieke Offeciers-Van de Wiele was gedurende enkele maanden minister van Begroting, onder Dehaene I. Intussen leidt ze drie jaar het VEV. "De raad van bestuur moet zo snel mogelijk een strategisch plan opstellen," vindt Mieke Offeciers. "Van de Vlaamse Economische Vertegenwoordigers wordt een actievere prospectie verwacht. Bovendien moet de subsidieprocedure worden vereenvoudigd. De raad dient richtlijnen op te stellen voor de tarifering van de diensten, om een drempel voor de adviesaanvragen te leggen, een soort remgeld. Ook hecht ik veel belang aan de uitbouw van intergewestelijke missies, in samenwerking met de regionale werkgeversorganisaties." MARTINE REYNAERSMartine Reynaers (40 j.) is gedelegeerd bestuurder van de Reynaers Groep uit Duffel (5 miljard omzet), een familiebedrijf dat aluminium produceert. Reynaers wierp zich de voorbije jaren op als één van de snelst groeiende ondernemingen (3,4 miljard in '94) in Vlaanderen. Martine Reynaers, moeder van vier kinderen en gehuwd met de Fransman Jean Louis Juliard, is juriste en schoolde zich onder meer bij in Fontainebleau. Ze is bestuurder van het VEV en lid van het VKW. Gevraagd naar haar ambities als nieuwe bestuurder van Export Vlaanderen, blijft ze voorlopig vaag : "Als lid van de raad van bestuur van Export Vlaanderen wil ik optimaal samenwerken met alle betrokkenen om de opdracht uit te voeren die ons is toevertrouwd door de Vlaamse regering." DIANE VERSTRAETENDiane Verstraeten is één van de vier geëngageerde vrouwen rond de tafel. Zij is directeur-generaal op de administratie Buitenlands Beleid van de Vlaamse Gemeenschap en bekleedt daarnaast een hele reeks mandaten in sociaal-culturele organisaties. Ze is ook lid van de stuurgroep Dienst Investeren in Vlaanderen en voorzitter van de adviescommissie van het Fonds Oost- & Centraal-Europa. Verstraeten : "Het Vlaams administratief landschap voor buitenlandse aangelegenheden is sterk verkaveld. Alle instanties, waaronder Export Vlaanderen, moeten zoeken naar sterke synergieën. Export Vlaanderen moet eveneens een stevige inhoudelijke bijdrage leveren om het economisch luik in te vullen. Dat vormt een cruciaal onderdeel van elk buitenlands beleid." WALTER BORMSJurist Walter Borms werkte vijf jaar lang voor de BDBH en daarna zeven jaar voor NCMV Internationaal, het exportbevorderingsorgaan van de middenstandsorganisatie. Eerstdaags wordt Borms adjunct-secretaris-generaal van de UEAPME (Union Européenne pour l'Artisanat et les Petites en Moyennes Entreprises) het "Europese NCMV". Over de nieuwe VDBH laat Borms al meteen een relativerende stem horen : "Het is niet omdat je de baas en de raad van bestuur vernieuwt, dat je daarmee al de rest verandert. Export Vlaanderen blijft een overheidsinstelling, met alle voor- en nadelen vandien : statutair personeel, vaste benoemingen, tijdrovende overheidsaanbestedingen, onderhevigheid aan politieke beslissingen enzovoort. Verwacht dus geen mirakels." Goeie zaak volgens Borms is dat in de nieuwe raad van bestuur de ondernemingen of hun belangenverenigingen in de meerderheid zijn. De eerste vraag die Export Vlaanderen volgens Borms moet oplossen, is zo evident dat de oude VDBH haar vergat te stellen : wat moet de overheid doen om de export te bevorderen ? "De VDBH had wel actieprogramma's, maar er zat geen strategische lijn in," zegt Borms, die meteen zijn strategie voorlegt : "Export Vlaanderen moet de ondernemingen helpen die het nodig hebben dat zijn de kmo's en zich richten op nieuwe markten, zoals Latijns-Amerika en stukken van de Aziatische markt." Daarbij rijst bij Borms de vraag of de overheid dat zelf moet doen, of integendeel beter andere instanties inschakelt. Is Borms hier niet met zijn eigen winkel bezig, het NCMV ? "We kunnen helpen," antwoordt hij. "De VDBH werkt bijvoorbeeld met een databank van exporterende bedrijven. Die wordt wel bijgehouden, maar blijft relatief beperkt. Als Export Vlaanderen een actie onderneemt voor die bedrijven, kan het NCMV zijn steentje bijdragen. Je gaat als overheid toch ook geen beleid uitwerken voor de metaalverwerkende sector zonder Fabrimetal te raadplegen ? Vroeger was dat het geval : de VDBH was een eiland. Ook binnen de VDBH waren er eilanden : tussen de verschillende diensten was er geen interne communicatie, door een gebrek aan intern management." LUDO CUYVERSLudo Cuyvers is hoogleraar Internationale Economie aan de Universiteit Antwerpen ( UA), directeur van het Centre for Asian Studies van dezelfde universiteit en lid van de raad van bestuur van Delcredere. "De raad van bestuur van de oude VDBH hield zich te veel bezig met routinematige zaken," vindt Cuyvers. "Er werd te weinig nagedacht over het actieprogramma. Vaak nam de VDBH deel aan beurzen omdat dat nu eenmaal een traditie was." Voor Cuyvers heeft Export Vlaanderen de taak en de plicht om doordachte acties te voeren. De organisatie moet daarom een geïntegreerd pakket aanbieden waar kmo's gemakkelijk kunnen instappen, compleet met voorbereidende campagnes in de pers. Bovendien moet Vlaanderen niet langer export stimuleren naar landen waar er al een groot marktaandeel bestaat. Cuyvers : "De VDBH spande vaak de kar voor het paard. Als je in een land al een stevig marktaandeel hebt, moet je sectorgerichte acties uitwerken, met de medewerking van de exporteurs zelf en hun beroepsorganisaties. Alleen voor landen waar we een klein marktaandeel hebben, moet je algemene handelsmissies opzetten." De Antwerpse Economieprofessor is niet zo gelukkig met de aanwezigheid van werkgeversorganisaties in de raad van bestuur. "Het risico bestaat dat ze alleen zullen spelen voor de eigen achterban," aldus Ludo Cuyvers. "Kijk naar de BDBH vroeger, waarin verschillende beroepsfederaties zetelden. De BDBH breide vaak hun wensen aaneen." LUC DE BRUYCKERELuc De Bruyckere, psycholoog, Vlerick-boy en gewezen Trends Manager van het Jaar, is gedelegeerd bestuurder van het voedingsbedrijf Ter Beke (nagenoeg 7 miljard frank omzet), waar hij in '80 op het hoogste schavotje klom. Hoe ziet hij zijn missie bij Export Vlaanderen ? Luc De Bruyckere : "Ten eerste vind ik dat er in de vroegere VDBH héél veel competentie schuilt die onvoldoende wordt aangewend. Export Vlaanderen moet zich profileren als een Centre of Excellence. Alle aanwezige kennis, alle middelen en mensen moeten met dat doel worden ingezet, zodat exporterende bedrijven meer kansen krijgen. Ten tweede dring ik aan op meer coördinatie tussen de verschillende exportinstanties. Telkens opnieuw word je geconfronteerd met de wildgroei aan Belgische vertegenwoordigers. Het buitenland snapt daar geen snars van. Ten derde moeten de aanbevelingen van de Ernst & Young-audit ernstig worden genomen. En ten vierde moet binnen de VDBH-staf de nu heersende onzekerheid zo snel mogelijk worden weggenomen." WILLY DE WORTELAERWilly De Wortelaer (58 j.) kwam in '64 bij de Landelijke Bedienden Centrale (LBC) afdeling Leuven terecht en groeide door tot nationaal secretaris van de organisatie. De voorbije negen jaar was hij ook adjunct-secretaris-generaal van de LBC. In de vorige raad van bestuur van de VDBH viel het ACV-mandaat open en werd De Wortelaer, gezien zijn internationale ervaring, gevraagd het mandaat op te nemen. Willy De Wortelaer wil in de nieuwe structuur terreinen en producten steunen die niet tot de klassieke exportsectoren behoren. Hij denkt bijvoorbeeld aan de mogelijkheden op het vlak van biotechnologie. Voorts moet de raad van bestuur volgens De Wortelaer een grondige en objectieve evaluatie maken van de minder positieve ervaringen uit het verleden en daaruit lessen trekken.JO LIBEERMet Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Kortrijk-Roeselare-Tielt, komt het zuiden van de provincie West-Vlaanderen mee aan tafel zitten. Zijn benoeming binnen Export Vlaanderen is het zoveelste mandaat in een lange rij. De uit Wevelgem afkomstige jurist is onder meer beheerder van de Stichting Interieur, lid van het dagelijks bestuur van de Kortrijkse Hallen, directielid van de West-Vlaamse Gom en secretaris-generaal van het Instituut voor Bestuurders. Daarnaast mag hij zich, via een reeks persoonlijke initiatieven, ook zélf ondernemer noemen. Met welke ambitie gaat Jo Libeer, die tussen '80 en '83 beroepservaring opdeed in de Quatre Bras, rond de bestuurderstafel van Export Vlaanderen zitten ? "Ik zie vijf prioriteiten. Eén : er moet worden geluisterd naar wat de ondernemers willen, zij zijn tenslotte de opdrachtgevers. Twee : er moet een duidelijke definitie komen van wat Export Vlaanderen wel en niet doet. Drie : Export Vlaanderen moet de ambitie hebben een Centre of Excellence te worden. Vier : er moet worden gepraat onder gelijkgestemden, waartoe ik dus ook de BDBH, de handelskamers, Awex en de sectorale organisaties reken. Vijf : er is behoefte aan één professioneel aanspreekpunt in het buitenland, dat toegankelijk is voor iedereen. Nu hebben we in andere landen een wirwar van vertegenwoordigers." DIRK VAN EVERCOORENMet Dirk Van Evercooren zit de jongste (30 j.) bestuurder rond de tafel. Deze licentiaat economie (VUB) startte in '89 zijn loopbaan bij het ABVV, waar hij als adviseur van de studiedienst terechtkwam. Internationale betrekkingen waren zijn domein. Op 1 september '96 schoof Van Evercooren door naar de studiedienst van het Vlaamse Intergewestelijke ABVV. Hij is ook actief lid van de kernredactie van Samenleving en Politiek en van de denktank Joekels, waar jonge en progressieve economisten elkaar vinden. In de nieuwe raad van bestuur van Export Vlaanderen neemt hij, namens de socialistische vakbond, het mandaat van Johan Maes over. Als nieuwkomer pakt hij niet uit met gewaagde uitspraken. Van Evercooren : "Het is belangrijk dat de interne werking van Export Vlaanderen vlot verloopt. De werking op het terrein was volgens mij wél goed georganiseerd. Het komt er nu op aan die twee te stroomlijnen." K.C.