Het privé-leven van de topman van het voedingsconcern Vandemoortele blijft zorgvuldig afgeschermd. Hij behoort tot de vierde generatie van de onderneming, die in 1899 door Constant Vandemoortele en zoon Adhémar in Izegem werd opgericht. De aandeelhouders omvatten vandaag vier familietakken: Jean en zijn neef Philippe, en de twee aangetrouwde families ...

Het privé-leven van de topman van het voedingsconcern Vandemoortele blijft zorgvuldig afgeschermd. Hij behoort tot de vierde generatie van de onderneming, die in 1899 door Constant Vandemoortele en zoon Adhémar in Izegem werd opgericht. De aandeelhouders omvatten vandaag vier familietakken: Jean en zijn neef Philippe, en de twee aangetrouwde families De Ruyttere en Casier. De derde aangetrouwde familiale tak, de familie Swenden, heeft zich uitgekocht. Jean Vandemoortele reageert omzichtig op vragen rond het aandeelhouderschap. JEAN VANDEMOORTELE. "(glimlacht) Nu komen we al in de privé-sfeer van mensen. Zij zijn de nazaten van Constant Vandemoortele. Kijk naar alle familiebedrijven met een geschiedenis van 105 jaar. Het is evident dat er op een bepaald moment herschikkingen en hergroeperingen zijn. We zijn met relatief vele telgen." VANDEMOORTELE. "Nee, ik ben de enige." VANDEMOORTELE. "Er zijn geen a priori's. Vandaag is dat zo, in de toekomst zullen we zien. Dat is een zaak van gezond pragmatisme." VANDEMOORTELE. "Ik ben lid van het directiecomité van het VBO en van de raad van bestuur van de voedingsfederatie Fevia. Maar dit is mijn zwaartepunt." VANDEMOORTELE. "Ik sociaal geïntegreerd, hoop ik (lacht). Maar daarom niet politiek actief. Je moet in je leven een evenwicht hebben. Een belangrijke functie vraagt veel tijd. Zeker als je nog een familiaal en sociaal leven wil hebben." VANDEMOORTELE. "Ik heb geluk gehad. Door het feit dat ik Jean Vandemoortele heet, heeft men speciale zorg gespendeerd aan mijn parcours. Mijn grootste opleiding is twintig jaar werken in het bedrijf. Ik ben licentiaat economie van de KU Leuven. Ik heb in 1981 een jaar Insead gedaan. Dat was mijn eerste contact met professor Philippe Haspeslagh. Het was een zeer internationaal gezelschap. En de enige prof bij wie we ons examen in het Nederlands mochten afleggen. Hij zei (spreekt Engels met een zwaar accent): 'Those who want can answer in Dutch'. We waren met drie studenten die daar gretig gebruik van maakten." VANDEMOORTELE. "Ja, ik denk het wel." (Bernard Deryckere, gedelegeerd bestuurder van de divisie Soy Foods, komt even tussenbeide: "Om alle misverstanden te vermijden: er was toen nog geen afspraak dat Philippe Haspeslagh in de raad van bestuur zou zetelen... (lacht).")