De Belgische fiscus houdt niet van 'geheime commissielonen'. Die hebben tot gevolg - hun naam zegt het zelf - dat de genieter niet gekend is. Hij ontloopt de normaal verschuldigde belasting (en socialezekerheidsbijdragen).
...

De Belgische fiscus houdt niet van 'geheime commissielonen'. Die hebben tot gevolg - hun naam zegt het zelf - dat de genieter niet gekend is. Hij ontloopt de normaal verschuldigde belasting (en socialezekerheidsbijdragen). Het taxatiestelsel van 'geheime commissielonen' verschilt volgens de categorie van belasting. In de 'personenbelasting' wordt het geheime commissieloon zonder meer uit de aftrekbare beroepsuitgaven geweerd. In de 'vennootschapsbelasting' is de taxatie veel zwaarder. Het geheime commissieloon wordt hier onderworpen aan een afzonderlijke belasting van maar liefst 309 %. Die hoge belasting is bedoeld om alle belastingen en sociale bijdragen te recupereren die in hoofde van de genieter dreigen verloren te gaan. Gelukkig worden zowel het geheime commissieloon zelf als de bijzondere belasting hier als een aftrekbare uitgave beschouwd. De financiële kosten van een geheim commissieloon van bijvoorbeeld 100 blijft aldus - in de sfeer van de vennootschapsbelasting - beperkt tot 100 aftrekbaar geheim commissieloon, plus 309 aftrekbare belasting, of samen 409. Dat is nog heel veel. Maar het is historisch nog ergens te verantwoorden. Wie aan een zwaar belast kaderlid, dat tevens onder toepassing valt van de sociale zekerheid van werknemers, een nettobezoldiging van 100 wil garanderen, was vroeger, toen de marginale tarieven van de personenbelasting nog astronomisch hoog waren, ongeveer even veel, en soms meer kwijt. In de 'rechtspersonenbelasting' geldt een vergelijkbaar systeem: op het 'geheime commissieloon' is ook hier een bijzondere belasting verschuldigd van 309 %, waardoor de financiële kostprijs van een geheim commissieloon van 100 ook hier 409 (100 + 309) bedraagt. Bijzonder. Naast deze 'algemene' regeling inzake geheime commissielonen bestond tot voor kort ook nog een 'bijzondere' regeling. Die kwam erop neer dat de minister van Financiën in sommige omstandigheden het betalen van geheime commissielonen door de vingers kon zien, mits de onderneming bereid was een beperkte, door de minister vast te stellen belasting te betalen. Geheim commissieloon en (beperkte) belasting waren in deze regeling ook als beroepsuitgave aftrekbaar. In het kader van de Oeso zijn evenwel een tijdje geleden afspraken gemaakt om elke vorm van fiscale aftrekbaarheid te bannen voor sommen die aan omkoping van buitenlandse ambtenaren worden besteed. Vandaar dat de Belgische wetgever schoon schip heeft gemaakt met de 'bijzondere' regeling inzake geheime commissielonen. Die is gewoon afgeschaft. Gedaan dus met de bevoegdheid van de minister van Financiën om enige mildheid te betonen ten aanzien van sommige vormen van geheime commissielonen. Borstel. Maar daar is het niet bij gebleven. Niet getemperd door enige zin voor maat, is de Belgische wetgever er met de ruige borstel door gegaan. In plaats van de algemene regeling inzake 'geheime commissielonen' aan een genuanceerde bijsturing te onderwerpen, heeft hij met één pennentrek de aftrek van geheime commissielonen zonder meer uitgesloten in alle gevallen waarin die te maken hebben met private of openbare omkoping in België of met een openbare omkoping van buitenlandse of internationale ambtenaren. Het probleem is dat hij het algemene fiscale stelsel inzake geheime commissielonen tegelijk zonder meer heeft laten bestaan. Het gevolg is dat in de personenbelasting niets wijzigt. Een ondernemer die aan de personenbelasting onderworpen is en zich bezondigt aan omkoping, riskeert op fiscaal gebied uitsluitend een verwerping van de sommen die hij aan de omkoping heeft besteed. Dat is niets anders dan wanneer hij gewone geheime commissielonen betaalt. In de vennootschapsbelasting daarentegen is de situatie nu volledig anders. Een vennootschap die zich aan omkoping bezondigt, krijgt niet enkel - zoals in de bestaande regeling inzake geheime commissielonen - de bijzondere heffing van 309 % aan haar broek. Zij zal bovendien de betaalde steekpenningen niet als beroepsuitgave in aftrek kunnen brengen. Sanctie. De financiële kosten worden nu angstwekkend duur. Reken mee: om te beginnen is er de steekpenning van bijvoorbeeld 100. Daarbovenop komt de bijzondere belasting van 309 %. Maar de steekpenning is fiscaal niet aftrekbaar. Om 100 te kunnen betalen, heeft de vennootschap niet 100 maar wel 151,49 nodig. Zij moet immers ook de vennootschapsbelasting (51,49) ophoesten op de winst waaruit zij de steekpenning (van 100) betaalt. De kostprijs van een steekpenning van 100 is nu niet langer 409 (zoals bij een gewoon geheim commissieloon), maar wel 460,49 (100 + 51,49 + 309). Dat is buiten elke proportie. 409 houdt - sinds de verlaging van de marginale tarieven in de personenbelasting - al geen enkel verband meer met het werkelijke bedrag aan belasting (en sociale bijdragen) dat in hoofde van de genieter van het commissieloon dreigt verloren te gaan. 460,49 is nog veel meer buiten verhouding. Dit is geen belasting meer, maar een regelrechte sanctie. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck