Dat Jo Lernout, Pol Hauspie, Nico Willaert en Gaston Bastiaens in het rapport van de auditfirma KPMG over het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie ( L&H) zware beschuldigingen naar hun hoofd hebben gekregen, zal weinigen hebben verbaasd. Het rapport van KPMG is echter ook bijzonder scherp voor het interne auditcomité van L&H en voor hen die de verantwoordelijkheid dragen voor het interne auditrapport over L&H.
...

Dat Jo Lernout, Pol Hauspie, Nico Willaert en Gaston Bastiaens in het rapport van de auditfirma KPMG over het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie ( L&H) zware beschuldigingen naar hun hoofd hebben gekregen, zal weinigen hebben verbaasd. Het rapport van KPMG is echter ook bijzonder scherp voor het interne auditcomité van L&H en voor hen die de verantwoordelijkheid dragen voor het interne auditrapport over L&H. Het rapport vertelt hoe KPMG, bij gebrek aan enige verdere reactie van L&H op zijn brieven, op 18 december 2000 een tussentijds rapport aan alle L&H-bestuurders bezorgde. De spraakmakers werden formeel in gebreke gesteld om uiterlijk op 22 december 2000 te antwoorden. Op 21 december 2000 woonde KPMG een vergadering van het auditcomité van L&H bij.Daar bleek tot de opperste verbazing van KPMG nog een bundel documenten te bestaan, die als basis had gediend voor het interne rapport dat bij het Britse advocatenkantoor Bryan Cave LLP en het toenmalige advocatenkantoor Loeff Claeys Verbeke (nu Allen & Overy) was besteld. De documenten handelden over Korea en waren nooit eerder aan KPMG overhandigd. Nochtans had L&H meegedeeld dat alle documenten aan KPMG waren bezorgd op 16 november 2000. Zelfs op 21 december 2000 werd volgens KPMG niet op al hun vragen geantwoord, terwijl KPMG toch in opdracht van de Ieperse handelsrechtbank handelde. Bovendien stelt KPMG dat het met zijn beperkte toegang tot de documenten bij L&H zaken ontdekte die het auditcomité, dat volgens KPMG wel toegang had tot alle gegevens binnen L&H, beweerde niet te hebben gevonden. Ook het erg volledige rapport van PricewaterhouseCoopers over de situatie in Korea versterkt de indruk dat het onderzoek van het auditcomité zeer onvolledig is. Sommigen menen zelfs dat het auditcomité hier vooral de schade wilde beperken door bepaalde zaken te verhullen. Het auditrapport werd opgesteld door het auditcomité, de auditfirma Andersen, Loeff Claeys Verbeke en Bryan Cave. Het auditcomité bestaat uit de bestuurders Erwin Vandendriessche, Marc De Pauw en Dirk Cauwelier. Die wilden echter alleen anoniem reageren. "Wat KPMG schrijft, klopt. Toen ik dat ontdekte, heb ik mij zeer boos gemaakt," zegt een van hen. De verantwoordelijke hiervoor weigert hij te noemen. Een ander lid stelt het zo: "Het was om praktische en juridische redenen dat wij die bundel documenten pas toen aan KPMG hebben overhandigd." Wat doet vermoeden dat Loeff Claeys Verbeke, toen de huisjurist van L&H, en/of Bryan Cave hebben geadviseerd om gegevens aan KPMG heeft onthouden. Wim Dejonghe van Allen & Overy ontkent hiervan iets af te weten. Dat hun rapport onvolledig is, geven de leden van het comité grif toe. Wel ontkennen ze dat ze bewust feiten hebben verdoezeld. Ook vinden ze niet dat het bestellen door de nieuwe L&H-topman Philippe Bodson van een nieuw rapport bij PricewaterhouseCoopers een desavouering van hun werk is. "Wij hebben altijd gesteld dat ons rapport onvolledig was en verder moest worden uitgediept. KPMG had trouwens ook veel meer tijd dan wij en uiteraard pogen zij de zaken voor hun zo gunstig mogelijk voor te stellen," zeggen de makers van het auditrapport. Willy Van Damme