Er gaat geen dag voorbij zonder nieuwe recordcijfers over de stijgende werkloosheid in tal van eurolanden. Begin juli telde de eurozone een geharmoniseerde werkloosheidsgraad van 11,2 procent, een record. In een jaar tijd zijn er in de muntunie 2,02 miljoen werklozen bijgekomen, waardoor het totaal op 17,8 miljoen komt.
...

Er gaat geen dag voorbij zonder nieuwe recordcijfers over de stijgende werkloosheid in tal van eurolanden. Begin juli telde de eurozone een geharmoniseerde werkloosheidsgraad van 11,2 procent, een record. In een jaar tijd zijn er in de muntunie 2,02 miljoen werklozen bijgekomen, waardoor het totaal op 17,8 miljoen komt. Dan lijkt het in België allemaal best mee te vallen. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) telde eind juni ongeveer 410.000 uitkeringsgerechtigde volledig werklozen, zowaar een lichte daling (-0,7 %) in een jaar tijd. De werkloosheidsgraad bedraagt in België 7,1 procent. Is België een paradijselijk eiland in een eurozone die kreunt onder de jobvernietiging? Niet echt. De RVA-cijfers moeten aanzienlijk gerelativeerd worden. Ze worden vertekend door de hervorming van de wachtuitkering in een inschakelingsuitkering. Sinds 1 januari 2012 is de vroegere wachttijd voor afgestudeerden zonder job verlengd met drie maanden. Jonge afgestudeerden moeten voortaan twaalf in plaats van negen maanden wachten vooraleer ze recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Ze duiken dus nog niet in de werkloosheidscijfers van het tweede kwartaal op. Dit effect wordt pas de komende maanden weggewerkt. Een meer structurele factor is dat conjunctuurvertragingen zich met zes maanden vertraging laten voelen op de arbeidsmarkt. De negatieve groeicijfers voor het tweede kwartaal moeten zich de komende maanden dus nog vertalen in jobvernietiging. Ook het Planbureau zegt het in zijn jongste rapport over de economische vooruitzichten van België voor de komende vijf jaar: de Belgische werkloosheid zal enkel stijgen. Het Planbureau hanteert een andere definitie dan Eurostat om de werkloosheid te berekenen - het telt ook de oudere werklozen mee - en voorspelt een stijging van de werkloosheid van 11,9 procent in 2011 tot 12,9 procent in 2014. Vertrekkende van een economische groei van 0,1 procent verwacht het Planbureau een stijging van de werkloosheid met 19.000 eenheden dit jaar, tot 12,2 procent. Dat is het gevolg van een dubbele beweging (zie grafiek Werkloosheid stijgt tot 2015). Enerzijds neemt de binnenlandse werkgelegenheid amper toe. Anderzijds is er een sterkere stijging van de beroepsbevolking, het aantal mensen dat zich aanbiedt op de arbeidsmarkt. Dat heeft op zijn beurt twee oorzaken. Ten eerste zijn er door de migratie meer mensen beschikbaar op de arbeidsmarkt. Ten tweede is er het effect van de tewerkstellingsmaatregelen van de regering. Door de strengere regeling voor vervroegd pensioen, brugpensioen en de verschillende vormen van loopbaanonderbreking, moeten zich meer mensen op de arbeidsmarkt aanbieden. Een goede zaak, maar er komen onvoldoende nieuwe jobs bij. Vandaar een stijging van de werkloosheid. Het Planbureau is voor 2013 nog pessimistischer. Dan komen er 30.000 werklozen bij. Pas in 2016 en 2017 zou er een echte vermindering komen van de werkloosheid. Overheidstewerkstelling is geen oplossing meer, leert het Planbureau. In tegenstelling tot het voorbije decennium, toen de overheidstewerkstelling sterk toenam, zal die nu vooral dalen. Met uitzondering van het gesubsidieerde stelsel van de dienstencheques, waar het aantal werknemers in twee jaar tijd met 19.600 personen zal stijgen. De vergrijzing zorgt er weliswaar voor dat veel werknemers vervangen moeten worden, maar de recente arbeidsmarkthervormingen houden die druk de komende jaren in toom. Het aantal nieuwkomers in de beroepsbevolking (geraamd op 141.000 personen per jaar) moet ruimschoots volstaan om tegemoet te komen aan de vrijgekomen vacatures van gepensioneerden op te vullen. De kans is reëel dat de cijfers van het Planbureau zelfs nog te optimistisch zijn. Voor 2012 gaat de instelling uit van een economische groei van 0,1 procent. Gezien de krimp van 0,6 procent in het tweede kwartaal en de negatieve vooruitzichten van NBB-gouverneur Luc Coene voor het derde, is dit cijfer gedateerd. Een negatieve groei over heel 2012 is niet uitgesloten. Voor 2013 wordt 1,4 procent voorspeld, maar ook dat lijkt niet echt realistisch. De Leuvense econoom Joep Konings berekende de impact van een nulgroei op de Belgische werkgelegenheid. Hij baseert zich op de wet van Okun, die een verband legt tussen lage economische groei en toenemende werkloosheid. Als de economie 1 procentpunt onder haar trendgroei blijft, neemt de werkloosheid met 0,6 procentpunt toe, is de vuistregel. "Ik ging uit van een normale trendgroei van 2,5 procent", zegt Konings. "Als je de extrapolatie doet vanaf 2011, moet je eigenlijk ook al de groei in 2011 eens bekijken. Die lag rond de 2 procent. Dus als we in 2012 naar een nulgroei gaan, dan is dit een extra 2 procent eraf. Dan denk ik dat de werkloosheidsgraad met 1,2 procentpunt stijgt." Op basis van de werkloosheidscijfers van het Planbureau stijgt de werkloosheidsgraad dan van 11,9 naar iets meer dan 13 procent. "Normaal gezien gaat dit erg langzaam", zegt Konings. "Er zijn ook schattingen die aangeven dat die Okuns- coëfficiënt eerder rond 0,4 procent ligt voor België. In dit geval krijgen we een toename van 0,8 procentpunt." In de praktijk zou dit neerkomen op bijna 60.000 werklozen extra. De verleiding is groot om de slechte arbeidsmarktvooruitzichten enkel te wijten aan de conjuncturele evolutie. De cijfers van Eurostat en een recent rapport van het IMF waarschuwen echter dat de politici best niet voor deze comfortzone kiezen. Tal van Europese arbeidsmarkten, onder andere de Belgische, zijn structureel ziek en vergen diepgaande hervormingen. Als we een aantal cruciale structurele arbeidsmarktindicatoren op een rij zetten, dan behoort België tot de slechtere leerlingen van de Europese klas (zie tabel). De werkgelegenheidsgraad van bij 20- tot 64-jarigen ligt met 67,3 procent nog altijd onder het niveau van voor de financiële crisis. Het Planbureau voorspelt voor 2017 een werkgelegenheidsgraad van 68,5 procent, nog altijd ver onder de EU2020-doelstelling van 73,2 procent. Om dat laatste doel te bereiken, moeten zo'n 560.000 banen gecreëerd worden. Een ander opvallend cijfer is de hoge inactiviteitsgraad, 33 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd. Die plaatst de werkloosheidscijfers in een ander perspectief. Want in de werklozenstatistieken worden bijna enkel die mensen opgenomen die zich daadwerkelijk aanbieden op de arbeidsmarkt. Een belangrijk deel van de arbeidsreserve verdwijnt dus onder de radar. Het gaat om bruggepensioneerden, mensen met vervroegd pensioen, arbeidsongeschikten, studenten in wachttijd (nu inschakelingstijd),... In zijn studie Fiscal Policy and Employment in Advanced and Ermerging Economies doet het IMF aanbevelingen om die groepen opnieuw in het arbeidscircuit op te nemen. Interessant, omdat ze dateren van na de vorming van de regering-Di Rupo en de aangekondigde arbeidsmarkthervormingen. De voorstellen van het IMF liggen voor de hand. Een beter activeringsbeleid om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, wegwerken van de werkloosheidsval die in België nog altijd te groot is, een strenger werkloosheidsbeleid met een beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd, en lagere lasten op arbeid. Voor het IMF is er geen andere oplossing, want bij ongewijzigd beleid zal België in 2020 een werkgelegenheidsgraad van 70,3 procent halen, wat 2,9 procentpunt te weinig is. ALAIN MOUTONDe RVA-cijfers zijn vertekend door de hervorming van de wachtuitkering in een inschakelingsuitkering.