9. De werkzaamheidsgraad moet worden opgekrikt van 59,5 % tot 65 %, en dat door de aangroei van 30.000 jobs per jaar.
...

9. De werkzaamheidsgraad moet worden opgekrikt van 59,5 % tot 65 %, en dat door de aangroei van 30.000 jobs per jaar. 10. De regering wil de werkloosheidsval bestrijden, onder meer door afcentiemen te geven voor de laagste inkomens.De Vlaamse regering beloofde bij haar aantreden 30.000 extra jobs per jaar, maar die belofte kon Vlaams minister van Werkgelegenheid Renaat Landuyt ( SP.A) niet waarmaken. Slechts 62,6 % (in plaats van de beloofde 65 %) van de Vlaamse beroepsbevolking was eind vorig jaar aan de slag, al piekte dat percentage in de loop van 2000 op 63,5 %. In totaal kwamen er de voorbije vijf jaar per saldo ook maar 60.000 banen bij in plaats van de vooropgestelde 150.000. Met 204.000 niet-werkende werkzoekenden in april 2004 zit Vlaanderen ruim boven de 185.000 van 1999. Is dat de schuld van de Vlaamse regering? In hoofdzaak niet. Het zijn vooral de tegenvallende conjunctuur gedurende een groot deel van de legislatuur en de stroeve werking van de arbeidsmarkt die de werkgelegenheid onderuit haalden. Op beide factoren heeft de Vlaamse regering niet veel grip. De evolutie van de conjunctuur is zeker voor een open economie als de Vlaamse op de eerste plaats een internationaal gegeven. De Vlaamse regering ging aan de slag onder een bijzonder gunstig gesternte, maar in 2001 vertraagde de economie fors om pas eind vorig jaar overeind te krabbelen. De werkgelegenheid reageert bovendien met een jaar vertraging op een aantrekkende conjunctuur, zodat de arbeidsmarkt nu pas de eerste signalen van herstel toont. De kortlopende werkloosheid is bijvoorbeeld met 2 % gedaald, en het aantal vacatures stijgt fors. Ook om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren, heeft Vlaanderen relatief weinig bevoegdheden. Het heeft geen impact op de hoge loonkosten en nauwelijks ruimte om de lasten voor bedrijven te verlagen. Dat is telkens federale materie. Wel beloofde de regering afcentiemen op de laagste inkomens, maar daar is niets van in huis gekomen. De Vlaamse regering heeft wel de mogelijkheden om haar rol als makelaar op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het beter afstemmen van de arbeidsvraag (vooral naar hoge kwalificaties) op het aanbod (van vaak laaggeschoolde arbeiders) is een structureel probleem dat enkel 'dankzij' de verzwakkende conjunctuur minder nijpend werd. Ook de volgende regering zal een arbeidsparadox erven waarbij een aanhoudend hoge, langdurige werkloosheid hand in hand gaat met een stijgend aantal vacatures. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding kreeg goede punten, maar de geplande hervorming die was opgenomen in het regeerakkoord (de VDAB zou uit de privé-sector concurrentie krijgen voor het begeleiden van werkzoekenden) bleef uit, zodat de VDAB zijn dubbelrol van rechter en partij op de arbeidsmarkt behield. Tijdens de vijf jaar dat ze minister van Onderwijs was, heeft Marleen Vanderpoorten ( VLD) het budget fors doen toenemen. Het steeg met bijna 25 % tot 7,8 miljard euro. Die verhoging was noodzakelijk om een paar belangrijke doelstellingen te realiseren: meer mankracht en meer investeringen in de infrastructuur van het secundair onderwijs. Wat die mankracht betreft, is er inderdaad wat veranderd maar dan wel alleen in het kleuter- en lager onderwijs. Zo kunnen kinderverzorg(st)ers voortaan aan de slag in de kleuterschool. Daarnaast ging het loon van de directies in het basisonderwijs de hoogte in. Wat de schoolinfrastructuur betreft, is er echter bitter weinig veranderd: tal van verouderde schoolgebouwen voldoen nog altijd niet aan een aantal veiligheidsnormen. Bovendien wordt in de begroting 2004 de toegezegde 50 miljoen euro extra voor de schoolgebouwen gehalveerd. Een ander heikel punt is het verschil in financiering tussen de netten. Uiteraard is er geen verschil in lonen tussen het vrij onderwijs en het gemeenschapsonderwijs. Anders is het gesteld met de werkingsmiddelen die nodig zijn voor bijvoorbeeld verwarming of materiaal, wat in totaal ongeveer 12 % van de middelen uitmaakt. Momenteel is het zo dat voor elke 100 euro die het gemeenschapsonderwijs krijgt, het vrij onderwijs er 67 ontvangt. In de loop van de regeerperiode werd er wel een studie uitgevoerd om de zogenaamde objectiveerbare verschillen aan te tonen en werd er een rondetafelconferentie georganiseerd, maar het probleem werd niet echt concreet aangepakt. Wel is het zo dat het percentage werkingsmiddelen van de vrije scholen ten opzichte van de gemeenschapsscholen de voorbije vijf jaar is toegenomen. In 1999 was de verhouding gemeenschapsonderwijs/vrij onderwijs qua werkingsmiddelen nog 100 tegen 49. Minpunt voor Vanderpoorten is ook dat Vlaanderen qua 'levenslang leren' op Europees vlak vrij zwak scoort. Amper 6,7 % van de volwassenen (een cijfer uit 2002) volgt een extra opleiding, terwijl het streefdoel van de Vlaamse regering 10 % was. 11. Er is nood aan meer mankracht en investeringen in infrastructuur in het secundair onderwijs.Vub-socioloog Mark Elchardus was de jongste jaren de profeet van het zogenaamde middenveld. Zijn studie over de impact van het verenigingsleven op de maatschappelijke samenhang hoort tot de ideologische canon van de Vlaamse beleidsmakers. Daarbij is de achilleshiel de participatie van laaggeschoolden. Vooral in de culturele wereld ligt de vertaling van dat geloof in een toegankelijk cultuurbeleid moeilijk. Minder subsidie voor elitaire initiatieven en meer voor populaire, dat was het credo. De cultuursector in Vlaanderen kreeg de jongste regeerperiode dan ook een nieuw pak aangepast. De hervormingsdrang van de Spirit-ministers Bert Anciaux en zijn opvolger Paul Van Grembergen leidde tot het plan om een 'integraal cultuurbeleid' te stroomlijnen rond ontzuiling, professionalisering en een verhoogde cultuurparticipatie van de bevolking. Dat leidde in de eerste plaats tot een hoger budget voor het culturele leven in Vlaanderen: van 244 miljoen euro in 1999 naar 404 miljoen euro in 2004. Tot de realisaties van de eerste jaren horen een inhaalbeweging op het budget voor de beeldende kunsten en het opzetten van een filmbeleid. Gaandeweg kwam het budgettaire optimisme echter in ademnood. Recentere hervormingen moeten het met minder doen. Het 'wetgevend kader' voor cultuur kreeg een impuls. Zo kwam er eindelijk een behoorlijk kunstenaarsstatuut. Eigenlijk moet een tros decreten de gebruikelijke ad-hocregelingen in de sector vervangen. Hoe stevig de fundamenten van dit beleid zijn, zal de komende jaren moeten blijken. Zo schept het pas dit jaar goedgekeurde 'kunstendecreet' wel uniforme regels voor de toekenning van subsidies in podiumkunsten, muziek, beeldende en audiovisuele kunsten, architectuur, vormgeving en nieuwe media, maar de uitvoering ervan is echter pas voor 2006. Met de cultuurparticipatie lijkt het echter niet zo te lukken. Ze gaat er volgens de regeringsevaluatie van maart 2004 zelfs lichtjes op achteruit. In 2000 nam nog 38,7 % van de Vlamingen verschillende keren per jaar deel aan culturele manifestaties; in 2003 was dat slechts 37,2 %. Roeland Byl 12. Het verenigingsleven is van belang en moet worden ondersteund, wat bijdraagt tot de ontzuilde samenleving.13. Naargelang van de budgettaire mogelijkheden zal de Vlaamse regering streven naar de geleidelijke invoering van een systeem van gescheiden financiering, met overheidsmiddelen voor de openbare omroep en particuliere middelen voor de particuliere initiatieven.Het monopolie van de openbare radio onderuithalen, was niet meer nodig. Vrije radio's deden dat al in de jaren tachtig - met beperkt succes, overigens. De vijf stations van de VRT ( Radio 1, Radio 2, Klara, Donna en Studio Brussel) hebben nog steeds ongeveer 85 % van de markt in handen. De komst van twee landelijke concurrenten - 4FM en Q-music - kon aan die dominantie weinig veranderen. Beide stations bestaan sinds 2001, maar hebben het moeilijk om marktaandeel te winnen. Alleen Q-music is op dit moment rendabel. De toekenning van twee landelijke radiolicenties aan 4FM en Q-music zorgde voor naschokken in het politieke halfrond. Minister van Media Dirk Van Mechelen (VLD) en de toenmalige minister-president Patrick Dewael kwamen in opspraak door de toekenning van een licentie aan 4FM. Uiteindelijk waaide de storm over zonder schade. Al leidde het voorval wel tot de hertekening van de taken van het Vlaams Commissariaat voor de Media, dat niet langer radiolicenties toekent, maar enkel de minister adviseert. Op die manier gaf Marino Keulen, die bij de zoveelste hertekening van de Vlaamse regering de portefeuille Media overnam van Van Mechelen, eind 2003 een zendlicentie aan circa 275 lokale radio's. Die krijgen meer speelruimte op de overvolle frequentieband en een aantal zal zich kunnen profileren als provinciale of stadsradio. In theorie is daarmee het klimaat ideaal voor concurrentie. Maar toch blijft de VRT sterker dan ooit, ook in televisieland. De commerciële televisiezenders gingen in 2001 aan de klaagmuur staan. In hun ogen eet de openbare omroep van twee walletjes (subsidies én reclamegeld) en ondermijnt hij zo de leefbaarheid van commerciële tv-zenders in Vlaanderen. Een oude klacht, waar de Vlaamse regering ook nu weer geen gehoor aan gaf. De beheersovereenkomst voor 2002-2006 verleende aan de openbare omroep opnieuw een overheidsdotatie van 222 miljoen euro met een jaarlijkse stijging van 4 %. Daarnaast mocht de VRT 41 miljoen euro radioreclame en 9 miljoen euro via televisiesponsoring uit de markt trekken. Niet echt een voorbeeld van gescheiden financiering. Minister Keulen kreeg de commerciële televisiebonzen pas echt gefrustreerd toen hij zonder veel poeha het plan goedkeurde voor Sporza, het tijdelijke derde net waarlangs de VRT deze zomer grote sportevenementen uitzendt. Zij vrezen dat de openbare omroep zo nog meer reclamegeld uit de markt zal opslorpen. Paars beschouwt de administratieve vereenvoudiging als een van zijn belangrijkste uitdagingen. De Vlaamse regering koos in juli 2000 voor de "brede uitbouw van het reguleringsmanagement", via een administratieve lastenvermindering ("minder papierwerk") en een juridisch-technische vereenvoudiging. Een 'reguleringsimpactanalyse' moest kosten, baten en effecten van regelgeving in kaart brengen. Uiteindelijk werden 117 projecten opgenomen, die moesten leiden tot een vereenvoudiging. Het voortgangsrapport reguleringsmanagement 2002-2003 van de Kenniscel Wetsmatiging schat dat in november 2004 80 % van deze projecten zijn gerealiseerd. Het Planbureau maakte een rapport over "De administratieve lasten in België voor het jaar 2002" (dus ongeveer de eerste helft van de legislatuur). Het consulteerde daarvoor zelfstandigen, KMO's en grote ondernemingen. Stuk voor stuk lieten die zich negatief uit over de kwaliteit van de regelgeving. De kwaliteit van de ambtenaren ging er volgens hen wel op vooruit. Ook blijkt dat bij 64 % van de Vlaamse bedrijven de administratieve lasten zijn gestegen als gevolg van het milieubeleid. Bij de zelfstandigen meent 86 % dat de groene regeldruk is toegenomen. Specialisten laken de ontzettende veelheid aan gebiedsgerichte statuten en reglementeringen die rechtstreeks of onrechtstreeks het natuurbeleid betreffen. De huidige 'Samenwerkingsovereenkomst Milieu' is verdienstelijk, maar is een schoolvoorbeeld van ambtenarees. De gemeentelijke 'ondernemingsloketten' zijn niet gerealiseerd. Wel wil de Vlaamse regering via de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (ex- GOM's) het beleid dichter bij de bedrijven brengen. Een Vlaams Agentschap Ondernemen met provinciale antennes coördineert het één en ander. Ook werden 'lokale werkwinkels' uitgebouwd. Daan Killemaes