LUC SELS
...

LUC SELSOm de pensioenlasten verteerbaar te houden, pleit de denktank Itinera voor het optrekken van de effectieve pensioenleeftijd met één jaar per decennium, tot 70 jaar in 2050. Na 60 kan deeltijdarbeid gecombineerd worden met deeltijdpensioen. Mensen behouden de vrije keuze in de bepaling van de verhouding, maar aanvaarden wel de financiële gevolgen. Hoe degelijk vergrijzingsstudies ook zijn, het is altijd dat ene cijfer over de beoogde pensioenleeftijd dat op het maatschappelijke netvlies brandt. Mensen zien zich niet werken tot 70. Veel draagvlak creëer je dus niet met zo'n boodschap. Het vergrijzingsdebat herleiden tot het gevoelige thema van de pensioenleeftijd is een riskante vorm van reductionisme. In dat debat zou de vraag centraal moeten staan hoe we een niveau van economische welvaart kunnen bereiken dat een duurzame financiering van de vergrijzingskosten garandeert. Voor de welvaartscreatie zijn volgende vier factoren van belang: de bevolking op actieve leeftijd binnen de totale bevolking, het werkende gedeelte van deze bevolking op actieve leeftijd (de werkzaamheidsgraad), het gemiddelde aantal uren dat door deze mensen wordt gewerkt per jaar (de arbeidsduur), en het bruto binnenlands product dat ze per uur genereren (de arbeidsproductiviteit). Elk van deze factoren is cruciaal. Stel bijvoorbeeld dat we de grenzen van de actieve leeftijd optrekken tot 70 jaar, maar boven de leeftijd van 65 de arbeidsproductiviteit spectaculair daalt, dan brengt deze transformatie buiten sociale revolte niet veel bij. De werkzaamheidsgraad is een erg centrale factor. Momenteel is in België 67,2 procent van de 20- tot 65-jarigen aan het werk. De federale regering wil dat op 73,2 procent brengen tegen 2020. De Europese doelstelling is 75 procent. De Belgische doelstelling impliceert een keuze om in de staart van het peloton te blijven. In Vlaanderen is het doel van ViA met 76 procent een stuk scherper gesteld. Ambitie past goed bij een sterk merk. De startpositie is er met een werkzaamheidsgraad van 71,5 procent ook een stuk beter. Van de 55-plussers willen we tegen 2020 de helft aan het werk hebben. Tien jaar geleden hadden we dit doel al voor 2010 opgelegd. Hadden we dit in 2010 gerealiseerd, dan zou de Vlaamse werkzaamheid nu al meer dan 74,5 procent bedragen. Maar in de feiten is nog altijd maar 35,8 procent van de 55-plussers aan het werk. Het risico is reëel dat we de helft in 2020 evenmin halen. Onze simulaties wijzen uit dat we in 2020 op 44,4 procent werkende 55-plussers stranden (42,2 % in België). Ik hoop voor één keer dat ik geen gelijk krijg. Federaal wordt de assumptie van ongewijzigd beleid stilaan harde realiteit. Ik maak me zorgen over die bevreemdende politieke windstilte. Even was er hoop, in de aanloop naar die vermaledijde verkiezingen van 2010. Vooral aan Vlaamse zijde kwam er toen lijn in de standpunten. Links en rechts leken het er plots over eens dat we langer moeten werken. Het CD&V-plan om de pensioenleeftijd te vervangen door een pensioenloopbaan van 45 'werk'-jaren veroorzaakte inspiratie en imitatie. Bij gebrek aan actieve regering kreeg de consensus nooit vorm. Alweer een jaar verkeken, alweer een jaar vergrijsd. Ik vrees dat we onze werkzaamheidsdoelen maar realiseren als we de actieve loopbaan rekken. Hier zijn twee scenario's mogelijk. We schuiven een nieuwe vaste pensioenleeftijd naar voren. Indien we de gemiddelde uittredeleeftijd werkelijk willen verhogen tot pakweg 62 tot 63 jaar, dan zal die hoger moeten liggen dan 65. Bij een bovengrens van 65 zou een gemiddelde van 63 een statistisch mirakel zijn. Ofwel schuiven we het model van de pensioenloopbaan naar voren, met bijvoorbeeld een 45-jarige loopbaan als norm. Zo'n scenario is het billijkst, omdat het rekening houdt met verschillen in leeftijd aan de start van de arbeidsloopbaan. In beide scenario's is ook een debat vereist over een stimulerend bonus-malussysteem, evenals over welke periodes van inactiviteit we in welke mate en aan welke omvang gelijkstellen met werk. De auteur is decaan van de faculteit Economie en Bedrijfsweten- schappen aan de KU Leuven .Van de 55-plussers willen we tegen 2020 de helft aan het werk hebben. Tien jaar geleden hadden we dit doel al voor 2010 opgelegd.