Is de werkgelegenheidsconferentie die morgen van start gaat gedoemd om te mislukken? Het ziet ernaar uit. Moeilijke dossiers worden niet eens op de agenda geplaatst.
...

Is de werkgelegenheidsconferentie die morgen van start gaat gedoemd om te mislukken? Het ziet ernaar uit. Moeilijke dossiers worden niet eens op de agenda geplaatst. Zo staat nu al vast dat een gevoelig thema zoals de activering van de 55-plussers buiten de werkgelegenheidsconferentie zal worden behandeld. Terwijl in ons land de activiteitsgraad in die categorie tot de laagste van Europa behoort. Als we het over de thema's hebben die tijdens de conferentie wél zullen worden aangekaart, valt het op dat de sociale partners diametraal tegenover elkaar staan. De vakbonden willen bijvoorbeeld niet weten van een plafonnering van de sociale bijdragen. Een dossier dat tijdens de conferentie wellicht zeer snel op tafel zal worden gegooid. En dan is er nog de discussie over vorming en opleiding. Vakbonden zijn van oordeel dat de werkgevers op dat vlak te weinig doen. Vuurwerk gegarandeerd dus, al is het dus zeer de vraag of dat tot een tastbaar resultaat zal leiden. Zowel de regering als de sociale partners weten dat ze snel zullen worden afgerekend op de beslissingen die de conferentie zal nemen. Aan de horizon doemen de regionale verkiezingen van juni 2004 op, en dus zijn de politieke partijen als de dood om duidelijke engagementen aan te gaan. Komt er wel duidelijkheid over het nettobedrag aan lastenverlagingen, met daarin verdisconteerd de lastenverhogingen die er elders aankomen? De sociale partners zullen eveneens met 2004 in het achterhoofd aan tafel schuiven: dan vinden immers de sociale verkiezingen plaats. Wellicht zal de werkgelegenheidsconferentie dan ook uitdraaien op een aantal ronkende intentieverklaringen die ten vroegste over een jaar moeten worden uitgewerkt. Het is echter zeer de vraag of dat een positief effect zal hebben op de werkgelegenheid. Totnogtoe heeft niemand de moed gehad om te zeggen wat de échte problemen zijn waarmee de Belgische arbeidsmarkt kampt. Er zijn inderdaad de hoge loonlasten, maar daarnaast hebben de bedrijven én de werknemers evenzeer te lijden onder de rigide arbeidsmarkt. Deze regering zou dringend werk moeten maken van een modernisering van het arbeidsrecht. Die wetgeving dateert uit de negentiende eeuw, een periode waarin de werknemer zich in een zeer zwakke positie bevond en een bescherming van zijn statuut meer dan welkom was. Dat leidt anno 2003 tot absurde situaties. Een voltijdse baan met een contract van onbepaalde duur blijft een onaantastbare norm, terwijl deeltijdse arbeid nog altijd wordt beschouwd als een ongewenste vorm van werk. Of wat te denken van de huidige ontslagregeling? De werkgever bezit nog altijd een absolute ontslagmacht, maar die moet dan wel worden gecompenseerd door een reeks eindeloze beschermingsstatuten en door hoge opzegvergoedingen. Een juridische en administratieve janboel die best wordt gesaneerd. In Duitsland hebben ze dat goed begrepen en werken ze aan een beter evenwicht tussen bescherming en flexibiliteit. Zo wil kanselier Gerhard Schröder de capaciteiten van tewerkstellingscreatie door uitzendbureaus beter benutten en worden deeltijdse jobs aantrekkelijker gemaakt. Minister van Arbeid Frank Vandenbroucke (SP.A) wil de geschiedenis ingaan als de minister die de Belgische arbeidsmarkt fundamenteel heeft hervormd. Hij kan misschien een voorbeeld nemen aan zijn Duitse geestesgenoot. Alain Mouton