Ik ben geen Amerikaans staatsburger. Fiscaal word ik wel als zodanig beschouwd. Ik betaal belasting aan drie overheden: de federale, de staat New York en de stad New York. Aan die bijdragen zijn geen inspraakrechten gekoppeld. Ik mag niet stemmen.
...

Ik ben geen Amerikaans staatsburger. Fiscaal word ik wel als zodanig beschouwd. Ik betaal belasting aan drie overheden: de federale, de staat New York en de stad New York. Aan die bijdragen zijn geen inspraakrechten gekoppeld. Ik mag niet stemmen. Het schouwspel van de plaatselijke politiek maak ik mee vanaf de voorste rij. Met verbijstering volg ik de saga van een lokale politicus die bij de jongste verkiezingen in Staten Island, een van de vijf stadsdelen van New York, tot parlementslid werd verkozen. De Republikein George Santos, die een felbevochten zitje won dat in het verleden werd ingenomen door een Democraat, zit nu in het Huis van Afgevaardigden. Hij kon overtuigen met een indrukwekkend cv: een diploma van een gereputeerde universiteit in New York, gevolgd door een succesvolle loopbaan bij Goldman Sachs en Citigroup. Hij beweert Joods te zijn en af te stammen van Braziliaanse immigranten van wie de familie de Holocaust overleefde. Het beeld werd helemaal perfect met de oprichting van een liefdadigheidsinstelling ter bevordering van het dierenwelzijn. De overwinningschampagne was amper verteerd, toen The New York Times dat mooie plaatje doorprikte. Inmiddels heeft Santos toegegeven dat hij een loopje met de waarheid nam. Hij studeerde niet aan die universiteit, was nooit in dienst bij de groten van Wall Street en er is geen spoor van zijn Joodse origine. Door de internationale aandacht voor het schandaal hebben de Braziliaanse autoriteiten een oude chequeboekfraudezaak tegen Santos uit de kast gehaald. Politieke en juridische onderzoeken in de Verenigde Staten moeten nu ook de aanwijzingen uitspitten dat de financiering van zijn campagne niet volgens de regels verliep. Het heeft lang geduurd, maar de New Yorkse afdeling van de Republikeinen vraagt intussen om zijn ontslag. Zij vrezen voor reputatieschade die hun politieke toekomst kan hypothekeren. In Washington kijkt parlementsvoorzitter Kevin McCarthy, ook een Republikein, de andere kant op. Hij had vijftien stemrondes nodig om zijn postje te krijgen en dat lukte niet zonder George Santos. Verbloemde verwezenlijkingen en onredelijke overdrijvingen zijn niets nieuws in de Amerikaanse politiek en het concept waarheid werd door de vorige president uitgehold. Maar de flagrante leugens van Santos tarten elke verbeelding. De enige aanleiding om zelf op te stappen lijkt politiek fatsoen te zijn en dat is ver te zoeken. De schaamte voorbij blijft het wachten op verdere onthullingen en het resultaat van de lopende onderzoeken. In België mopperen we graag over ons disfunctionele politieke systeem en sommige volksvertegenwoordigers zitten ook niet verlegen om een leugentje. Toch is het bij ons ondenkbaar dat een politicus in zo'n situatie aanblijft. Een geruststellende gedachte voor wanneer ik bij de volgende verkiezingen als Belgisch staatsburger per post opnieuw mijn zegje mag doen.