Thanksgiving is het Amerikaanse feest bij uitstek. 55 miljoen Amerikanen verplaatsen zich tijdens dat vierdaagse weekend om bij familie of vrienden te zijn. De zondag na Thanksgiving is de drukste reisdag van het jaar. Het luchtverkeer zit weer op het niveau van 2019.
...

Thanksgiving is het Amerikaanse feest bij uitstek. 55 miljoen Amerikanen verplaatsen zich tijdens dat vierdaagse weekend om bij familie of vrienden te zijn. De zondag na Thanksgiving is de drukste reisdag van het jaar. Het luchtverkeer zit weer op het niveau van 2019. Ik heb als inwijkeling geen band met die traditie, maar kan me best vinden in de symboliek ervan: een bijeenkomst zonder geschenken, waarop we samen koken en rond de feestdis uitspreken waar we dankbaar voor zijn. En als mensen uit je privé- of je werkomgeving geen plannen hebben, dan laat je hen gewoon mee aanschuiven. In het Witte Huis verleent de president gratie aan twee kalkoenen. In Manhattan verzamelen 2,5 miljoen toeschouwers om de gigantische stripfiguurballonnen van de Macy's Thanksgiving-parade te bewonderen. Het contrast met mensen die weinig redenen of middelen hebben om te feesten, wordt tijdens die periode uitvergroot. De meer dan een half miljoen daklozen in de Verenigde Staten kunnen zich de luxe van Thanksgiving-festijnen niet veroorloven. In grootsteden leven velen in opvangcentra, op straat of in de metro, nu de vrieskou toeslaat. Op weg naar het concert van Stromae in Madison Square Garden valt het me op hoeveel daklozen verzamelen in Penn Station, het treinstation onder de beroemde indoorarena. Ik betaal de toegang voor een man die me beleefd vraagt hem de metro binnen te helpen. Na het optreden, nog naneuriënd en in de ban van hoe formidabel dat talent uit Brussel wel is, bekruipt me een ongemakkelijk gevoel. Op weg terug naar huis nestelen mensen zich in mijn metrowagon om wat slaap in de warmte mee te pikken. New York voert met 60.000 thuisloze mensen een weinig benijdenswaardige lijst aan, op de voet gevolgd door Los Angeles. Vrijwilligersinitiatieven draaien in de aanloop naar het feestweekend op volle toeren. Ik spendeer zondagnamiddag in de industriële keuken van God's Love We Deliver, een organisatie die maaltijden bereidt en bezorgt aan mensen met medische problemen die niet zelf kunnen koken of voeding kopen. Sinds haar ontstaan in de jaren tachtig heeft ze 30 miljoen maaltijden klaargemaakt en geleverd. Dit jaar staat de teller op 2,8 miljoen. We verzamelen met zestig vrijwilligers om een indrukwekkende hoeveelheid pastinaak te schillen en pompoen fijn te snijden, om voor Thanksgiving iets extra lekkers te kunnen aanbieden. God's Love We Deliver is slechts een van talloze organisaties die duizenden vrijwilligers aansturen om het gebrek aan sociaal vangnet ietwat te compenseren. Ik neem me voor om dat niet enkel tijdens piekmomenten te doen, maar regelmatiger de handen uit de mouwen te steken. Zoals alles is dit jaar ook de kalkoen in prijs gestegen en moet je 20 procent meer neertellen om van je Thanksgiving-maaltijd te kunnen smullen. Maar daar klaag ik niet over wanneer ik met vrienden rondom de tafel dankbaar terugblik op al het goede dat me het voorbije jaar te beurt viel.