Hoe is het leven in China? Wel, op een dagelijkse basis eigenlijk best gewoon en comfortabel, met de hoge levenskwaliteit die je mag verwachten van een energiek land in constante verandering. Dat verschilt niet wezenlijk van Europa. Maar wanneer de almachtige overheid hier de spierballen laat rollen en je in haar houdgreep gekneld raakt, dan is het ellende. Zo is het afzien voor mijn vrienden in Sjanghai, die week vijf ingaan van wat 'de strengste lockdown ter wereld' wordt genoemd. Waar ik woon, in Chengdu, gaat het normale leven zijn gangetje, met slechts minimale beperkingen. Maar iedereen begrijpt dat de vraag eerder is 'wanneer' dan 'of' er ...

Hoe is het leven in China? Wel, op een dagelijkse basis eigenlijk best gewoon en comfortabel, met de hoge levenskwaliteit die je mag verwachten van een energiek land in constante verandering. Dat verschilt niet wezenlijk van Europa. Maar wanneer de almachtige overheid hier de spierballen laat rollen en je in haar houdgreep gekneld raakt, dan is het ellende. Zo is het afzien voor mijn vrienden in Sjanghai, die week vijf ingaan van wat 'de strengste lockdown ter wereld' wordt genoemd. Waar ik woon, in Chengdu, gaat het normale leven zijn gangetje, met slechts minimale beperkingen. Maar iedereen begrijpt dat de vraag eerder is 'wanneer' dan 'of' er een lockdown komt. De mensen vullen alvast hun koelkasten en diepvriezers. De afschaffing van het 'dynamisch nulbeleid', waarbij elke besmettingsketen zo snel mogelijk wordt gebroken door lokale lockdowns en massaal testen, is niet aan de orde. De officiële lijn blijft dat dat beleid de rest van het land al ruim twee jaar beschermt. Dat één stad faalt om het beproefde model uit te rollen, wil niet zeggen dat er iets scheelt met het beleid op zich. In andere steden is het wel gelukt lokale uitbraken onder controle te houden, zelfs die van de besmettelijkere delta- en omikronvariant, stelt de centrale overheid. Impliciet schuift ze dus de schuld in de schoenen van de overheid van Sjanghai, die altijd al het iets liberalere buitenbeentje van China is geweest. Met zijn aparte status als economisch zwaargewicht en internationale hub heeft Sjanghai altijd dat tikkeltje meer vrijheid en autonomie gehad dan de rest van China. Ik bel een vriendin in Sjanghai, die de operationele taken van de Chinese entiteit van een van mijn Nederlandse klanten behartigt. Eigenlijk wil ik het hebben over de loonadministratie, maar we hebben het al snel over het dagelijks leven in een lockdown. Haar ochtendritueel lijkt op het kopen van tickets voor Tomorrowland. Om halfzes gaat de wekker. Vervolgens voegt ze levensmiddelen toe in het winkelmandje van de voedselbezorgingsapp, en één minuut voor tijd (klokslag zes uur) zit ze klaar met de vinger op de betaalknop. Het liefst met verschillende telefoons tegelijk. De verwachte buit is niet de toegang tot een dronken dansfestijn, maar een voedselpakket. De Communistische Partij haalt intussen haar energie uit het bewijzen van het ongelijk van haar tegenstanders. Ze wijst op de krachttoeren uit het verleden, toen China zegevierde tegen alle kritiek in: in een recordtijd 400 miljoen mensen uit de armoede halen, een eigen ruimtestation, de strijd tegen Japan, de succesvolle markteconomie met heel beperkte politieke vrijheden. Op een zondagmiddag wandel ik door een van de vele nieuwe parken in Chengdu, in het zuiden van de stad. Daar staan de verwezenlijkingen van de overheid van de jongste vijf decennia opgesomd op een plakkaat aan de ingang. Het laatst toegevoegde item op de lijst: de succesvolle strijd tegen de covid-pandemie. En zo blijft de covid-strijd er één van een onstuitbare kracht - het coronavirus - die botst met een onverzettelijk object - de koppigheid en de trots van de Partij.