De winters in New York zijn lang en koud. En dus zoek ik enkele dagen de zon op. Het is minder dan vier uur vliegen eer ik de warmte voel op een stukje Amerikaans grondgebied in de Caraïben. De eilandengroep Puerto Rico - in de jaren tachtig bezongen door de Belgische groep Vaya Con Dios - heeft een complex koloniaal verleden en een unieke politieke status. De 3 miljoen inwoners van dit stukje tropisch paradijs hebben de Amerikaanse nationaliteit. Maar ze kunnen niet stemmen voor de Amerikaanse president, noch betalen ze federale belastingen.
...

De winters in New York zijn lang en koud. En dus zoek ik enkele dagen de zon op. Het is minder dan vier uur vliegen eer ik de warmte voel op een stukje Amerikaans grondgebied in de Caraïben. De eilandengroep Puerto Rico - in de jaren tachtig bezongen door de Belgische groep Vaya Con Dios - heeft een complex koloniaal verleden en een unieke politieke status. De 3 miljoen inwoners van dit stukje tropisch paradijs hebben de Amerikaanse nationaliteit. Maar ze kunnen niet stemmen voor de Amerikaanse president, noch betalen ze federale belastingen. Het voorbije decennium kreeg het eiland het zwaar te verduren en het zweeft nog altijd op de rand van het bankroet. Het zikavirus, de verwoestende orkanen Irma en Maria, een aardbeving en uiteraard covid-19 vergrootten de financiële kater en veroorzaakten een exodus van wie zich een verhuizing kon veroorloven. Zowat 40 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Ik Uber tussen het hotel en de mooie natuur of leuke eetplekjes in het vijfhonderd jaar oude en kleurrijke San Juan en heb veelzeggende babbels met de man of de vrouw achter het stuur. De een steunt de maatregelen die investeerders aantrekken. Zij zorgen voor de broodnodige heropbouw en banen. De ander is verontwaardigd over de arrogantie van sommige Amerikanen die de lokale Puerto Ricanen uit hun huizen prijzen. Verschillende buurten zijn door inwijkelingen ingepalmd. We rijden voorbij een huis dat net voor 1 miljoen dollar aan een van die inwijkelingen is verkocht. Het huis grenst aan een publiek strand, waar het aanstekelijke ritme van muziek een strandvolleybaltoernooi begeleidt. De kersverse eigenaar deed zijn beklag over geluidsoverlast en wil geen ballen en beats meer in zijn achtertuin. Dat pikt de plaatselijke bevolking niet en die dag is de supportersgroep vervijfvoudigd en zijn de decibels verdubbeld. Het werd een strandwandeling met animatie. 's Avonds ontmoet ik enkele investeerders, dertigers en veertigers die hun baan op Wall Street vaarwelzegden en alles inzetten op de toekomst van blockchain en crypto. Zij kopen een stek in Puerto Rico en maken dankbaar gebruik van alle fiscale voordelen waarmee de overheid kapitaal wil aantrekken en de economie wil opkrikken. Op posters in San Juan prijken foto's van bekende cryptomiljardairs met als onderschrift: "Dit zijn de nieuwe kolonisatoren". Protestacties klagen de gentrificatie aan. Elders wordt het beloofde Puertopia, een crypto-utopische gemeenschap, gretig omarmd en de dollars vanuit het Amerikaanse vasteland begerig in ontvangst genomen. Terug op weg naar de luchthaven van San Juan, de sneeuw en vrieskou in New York tegemoet, bedenk ik dat ik bij mijn volgende bezoek aan dit mooie eiland de Uber misschien in cryptomunten moet betalen. Maar zo'n vaart zal het wel niet lopen.