De Tibetaanse gebedsvlaggen tussen de appelbomen verspreiden hun geluk via de wind. Ik verblijf in het type pension waar de wind door de wanden blaast en het overdag buiten warmer is dan binnen. Toch ben ik blij dat we hier een warm onthaal kregen. Vier hotels weigerden ons. "Wegens covid laten we geen buitenlanders toe." Het laatste jaar bleken enkele buitenlanders besmet, zelfs na de verplichte twee weken quarantaine bij aankomst en talloze negatieve testen. Hun hotel werd als een pandemic hotzone bestempeld en hermetisch van de buitenwereld afgesloten, met alle gasten en personeel erin. Veel hoteleigenaars bannen nu buitenl...

De Tibetaanse gebedsvlaggen tussen de appelbomen verspreiden hun geluk via de wind. Ik verblijf in het type pension waar de wind door de wanden blaast en het overdag buiten warmer is dan binnen. Toch ben ik blij dat we hier een warm onthaal kregen. Vier hotels weigerden ons. "Wegens covid laten we geen buitenlanders toe." Het laatste jaar bleken enkele buitenlanders besmet, zelfs na de verplichte twee weken quarantaine bij aankomst en talloze negatieve testen. Hun hotel werd als een pandemic hotzone bestempeld en hermetisch van de buitenwereld afgesloten, met alle gasten en personeel erin. Veel hoteleigenaars bannen nu buitenlanders. Mijn medereiziger ergert zich aan de absurditeit van de situatie. We zijn al maanden onafgebroken in China. Ik zie het als een bredere maatschappelijke en economische evolutie naar een China voor en door de Chinezen, waar buitenlanders op zijn best getolereerd worden. In een vijandiger wordend internationaal klimaat gooiden de economische planners van de overheid het over een andere boeg. Sinds 2020 wordt lokale consumptie en niet langer export gezien als de belangrijkste drijver van economische groei. De Chinese consumenten en bedrijven zijn de protagonisten, voor buitenlanders is slechts een figurantenrol weggelegd. Om tot een door consumptie gedreven economie te komen, moet het gecreëerde economische surplus wel herverdeeld worden over een brede middenklasse. De Chinese overheid heeft niet gewacht tot dat vanzelf gebeurde. Ze pakte miljardairs en monopoliepraktijken van grote techbedrijven als Alibaba aan, om de geaccumuleerde rijkdom te verspreiden onder de brede bevolking en de consumptie aan te zwengelen. En consumeren doen ze hier. We rijden de bergflank op richting het skioord, met in ons kielzog honderden inwoners van Chengdu, de hoofdstad van provincie Sichuan. Langs de weg verkoopt de lokale bevolking sneeuwkettingen aan het stadsvolk tegen driemaal de marktprijs. De service is inbegrepen. Zonder dat de chauffeur hoeft uit te stappen, worden de kettingen opgelegd. Betalen gebeurt met de telefoon. De Chinese consument is rotverwend, en gemak dicteert de markt. In het skistation ligt alles klaar voor de onvoorbereide, beginnende wintersporter: ski's, snowboards en skilaarzen, maar ook jassen en broeken om over de stadstenue aan te trekken. Tientallen studenten van de lokale sportuniversiteit onderrichten de bemiddelde middenklasse in wintersport. Om geld uit geven aan wintersport in Sichuan, moet je er natuurlijk wel geraken. Massale investeringen in autosnelwegen en infrastructuur voor hogesnelheidstreinen verbinden het platteland met de stad, ontsluiten hele regio's en linken arm en rijk. Na een nacht frisse berglucht en een dag op de latten rijd ik terug naar Chengdu. De autosnelweg is zo vlak als een biljartlaken, en glijdt door een complex van kilometerslange tunnels die door de bergen van de oostelijke flank van het Tibetaanse plateau snijden. De lijm die China bijeenhoudt, is niet de overheidspropaganda, de ideologie van de Communistische Partij of een nationaal eenheidsgevoel, maar wel de constante economische ontwikkeling.