Wat gaat er om in de telecomsector? De vlaag van fusies en overnames die in 2006 plaatsvond, heeft aangetoond dat de sector er na de spectaculaire crash van 2001 weer helemaal bovenop is. AT&T trad weer te voorschijn als 's werelds grootste telecommunicatiebedrijf, Alcatel fuseerde met Lucent tot de grootste fabrikant van uitrusting, en Nokia en Siemens sloegen als reactie daarop hun afdelingen netwerkuitrusting samen. Softbank nam de Japanse eenheid van Vodafone over en in Europa kocht Telefónica O2 op. Al die transacties werden gedragen door één enkele trend, die uitgroeide tot de nieuwe mantra van de sector: convergentie.
...

Wat gaat er om in de telecomsector? De vlaag van fusies en overnames die in 2006 plaatsvond, heeft aangetoond dat de sector er na de spectaculaire crash van 2001 weer helemaal bovenop is. AT&T trad weer te voorschijn als 's werelds grootste telecommunicatiebedrijf, Alcatel fuseerde met Lucent tot de grootste fabrikant van uitrusting, en Nokia en Siemens sloegen als reactie daarop hun afdelingen netwerkuitrusting samen. Softbank nam de Japanse eenheid van Vodafone over en in Europa kocht Telefónica O2 op. Al die transacties werden gedragen door één enkele trend, die uitgroeide tot de nieuwe mantra van de sector: convergentie. De industriebonzen hebben het over convergentie op een bijna mystieke wijze die een soort van informatienirwana oproept. "Het is een kwestie van gerieflijkheid en verrijking van het leven van de mensen, omdat we communicatie, informatie en entertainment aanbieden op de manier die zij willen," zegt Mark Wegleitner van de Amerikaanse telecomreus Verizon. "We willen onze klanten eenvoud brengen, de eerste stap naar het digitale paradijs," roept Didier Lombard van France Télécom uit. Eigenlijk is die convergentie alleen maar het gevolg van het feit dat de telecomindustrie de internettechnologie, die een goedkopere en efficiëntere manier biedt om netwerken uit te baten, in de armen gesloten heeft. Het coderingssysteem van het internet, dat alles opsplitst in pakketten van gegevens, kan ook aangewend worden om telefoonconversaties, tekst- en beeldberichten, videogesprekken en tv-kanalen zij aan zij over een enkel hogesnelheidsnetwerk te sturen. Het resultaat is dat firma's die zich vroeger in aparte sectoren ophielden - telefoonoperators, leveranciers van internetdiensten en kabeltelevisiemaatschappijen - nu plots merken dat ze in dezelfde sector zitten. Kabelmaatschappijen bieden tegenwoordig breedbandinternet en telefoondiensten aan over netwerken waarover vroeger alleen televisiesignalen liepen; telecommaatschappijen hebben daarop gereageerd door hun netwerken op te peppen zodat ze ook tv-signalen kunnen dragen; en internetproviders bieden nu ook telefoon- en videodiensten aan. In die nieuwe geconvergeerde wereld kan elke firma die over haar netwerk tegen hoge snelheid gegevens kan leveren aan haar klanten, al die diensten verzorgen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de meest geschikte strategie erin bestaat om al die diensten aan te bieden in een bundel. De ultieme bundel wordt intussen quadruple play genoemd: de combinatie van vaste en mobiele telefonie, toegang tot breedbandinternet en multikanaaltelevisie. Als uw telefoonmaatschappij en een resem van haar rivalen niet nu al een dergelijke bundel aanbieden, kan u er in elk geval van op aan dat ze dat in 2007 wel zullen doen. Het klinkt allemaal heel mooi. Voor één maandelijks bedrag koopt u al uw communicatie- en ontspanningsdiensten bij dezelfde maatschappij en u krijgt alles op één factuur. Bedrijven die dergelijke bundels aanbieden, geven korting als u de vier diensten samen koopt. Intussen zijn ze druk bezig om allerlei nieuwe 'geconvergeerde' diensten uit te denken om ze aan elkaar te koppelen. Zo kunt u bijvoorbeeld erg goedkoop of zelfs gratis telefoneren via uw breedbandverbinding. U kunt ook een 'geconvergeerd' telefoontoestel kopen dat werkt als een gsm als u op pad bent en als gewone telefoon eens u weer thuis bent. Op uw televisie kunt u films en tv-programma's aanvragen en ernaar kijken wanneer u wilt. Binnen afzienbare tijd zult u ook via uw televisie kunnen telefoneren en uw gsm gebruiken om uw decoder te programmeren om een bepaald programma op te nemen. Niet iedereen is echter overtuigd. Heel wat consumenten zeggen dat ze er de voorkeur aan geven om bij verschillende maatschappijen te kopen, ook al wordt hen een korting aangeboden. Maar de sector gaat onverdroten verder met de convergentie en de bundeling, vooral uit eigenbelang. Nu ze allemaal met elkaar in concurrentie staan, doen de telecomfirma's, de kabeloperators en de internetproviders al het mogelijke om hun klanten vast te houden. De telecombedrijven beschouwen convergentie als de beste verdediging tegen de instorting van hun inkomen uit traditionele telefoonverbindingen, waarvan de prijs onverbiddelijk naar beneden duikt, en tegen de migratie van steeds meer trafiek naar mobiele netwerken. De kabelmaatschappijen hopen dan weer dat, door bundels aan te bieden waarmee onder meer heel goedkoop kan getelefoneerd worden, ze kunnen voorkomen dat klanten overstappen naar de televisiediensten van de telecommaatschappijen. De internetproviders ten slotte zijn zich ervan bewust geworden dat het niet meer voldoende is om alleen maar breedband aan te bieden: ze moeten ook telefonie en televisie aanbieden om te overleven. Er kunnen kosten bespaard worden door de vele afzonderlijke netwerken te vervangen door één enkel geconvergeerd netwerk. Dat laat de operators ook toe om nieuwe diensten sneller te lanceren. Door de hele quadruple-playbundel onder één merknaam te verkopen, zoals AT&T doet in Amerika en Orange in Europa, kan bespaard worden op marketing, reclame en klantenwerving. En eens een klant getekend heeft voor een bundel van diensten en de daarmee verbonden kortingen, wordt het minder waarschijnlijk dat hij nog overstapt naar een concurrent. Geen wonder dat de sector zo bezeten is van convergentie. Het probleem is dat iedereen ermee bezig is. En de gezinsbestedingen voor communicatie en amusement, die in de ontwikkelde wereld in de loop van de jaren negentig sterk toegenomen zijn, zijn nu aan het stagneren. De naderende strijd tussen geconvergeerde operators van allerlei slag komt dus eigenlijk neer op een gevecht over de toewijzing van de bestaande uitgaven. Niemand blijkt immers in staat om iets geweldig nieuws aan te bieden. Iets dat de taart kan vergroten. Convergentie is tegelijk een respons op en een bespiegeling over de veel grotere concurrentiedruk in de telecomindustrie. Voor de betrokken ondernemingen is het geen goed nieuws. Sommige onder hen zullen het niet overleven. Maar grotere concurrentie, meer keuze en lagere prijzen zijn normaal gezien wél goed nieuws voor de consumenten. Of ze nu wel of niet tekenen voor een dienstenbundel. Tom Standage