VRAAGTEKENS.
...

VRAAGTEKENS.Zelfs het beste elftal kent zijn problemen. Met de elf van de "NV Ardooie" is het niet anders. Het gaat al dertig jaar "goed tot uitstekend" met de diepvriesgroentebedrijven, maar de intimi van de sector wijzen toch op een paar vraagtekens. Zoals daar zijn :de hardemuntpolitiek van de overheid, die niet zonder gevolgen blijftop de exportmarkt.de bikkelharde onderlinge concurrentie zorgt voor een maximale productiviteit maar ook voor een ernstig te nemen druk op de prijzen en dus op de marges. Ook de distributie en de consument zorgen voor druk op de prijzen.de bodemmoeheid in West-Vlaanderen (wat zich uit in ziektes van de groenten) kan op termijn de bevoorrading "dicht bij huis" bemoeilijken.de milieunormen zorgen voor meer kopbrekens dan de sector lief is. Enerzijds zijn er de MAP-heffingen op het afvalwater (en meer bepaald het daaruit voortvloeiend slib), anderzijds zijn er de dreigende beperkingen op het gebruik van het grondwater uit de zogenaamde watersokkel. Omtrent beide dossiers wordt er "productief overlegd" met de bevoegde administraties. FUSIES ?Wie diepvriesgroenten zegt, denkt daar meteen de naam Haspeslagh bij. Deze West-Vlaamse familie stond zowat aan de wieg van het hele gebeuren. Vandaag is Philippe Haspeslagh (46 j.), een van de drie zonen van Richard Haspeslagh, prominent aanwezig op de scène, zij het met verschillende petjes op : hij is voorzitter van het bedrijf Unifrost, maar tevens professor aan Insead (Fontainebleau) én sinds kort kabinetschef van KMO- en Landbouwminister Karel Pinxten. Zou deze Philippe Haspeslagh, notoir academisch onderzoeker inzake fusies en acquisities, niet de gedroomde go-between zijn voor meer samenwerking tussen de West-Vlaamse "diepvriezers" ? Philippe Haspeslagh : "Dat er tot op vandaag nog geen fusies kwamen, is volstrekt begrijpelijk. Tot voor kort waren het allemaal eerste-generatie-familiebedrijven, die stuk voor stuk de handen vol hadden met hun eigen interne groei. De sterke onderlinge concurrentie heeft zowel voor veel productiviteit als voor een internationale doorbraak gezorgd. Fusies zie ik bepaald niet zitten. Bij een fusie moet 1 + 1 gelijk zijn aan 3, er moet dus een toegevoegde waarde zijn. Een fusie zou betekenen dat er binnen het geheel fabrieken draaien die zich op één product toeleggen, zodat er schaalvoordelen optreden. Dat is ondenkbaar, want om rendabel te zijn, moeten alle nu bestaande productievestigingen quasi het hele jaar door telkens andere groenten produceren. Ik zie slechts verandering en dus eventuele samenwerking komen indien de markt voor basisgroenten trager zou gaan groeien. Voorlopig is dat echter nog geenszins het geval."VOLGENDE EEUW.Een andere vraag die ons bezighoudt : hoe moet het met de NV Ardooie in de volgende eeuw ? Welke ontwikkelingen gloren aan de horizon ? Philippe Haspeslagh : "Ik voorspel twee trends. Eén : een schaalvergroting maar dan op Europese basis. Het samenvoegen van productievestigingen in België, Frankrijk, Zuid-Europa en wellicht ook Oost-Europa, helpt niet alleen het oogstrisico beperken, maar effent ook de seizoenen én vult het productengamma aan. Als wij, West-Vlaamse bedrijven, het commerciële verlengstuk kunnen zijn van de productie elders, dan zit het goed. Twee : de evolutie naar steeds meer toegevoegde waarde. Er bestaat reeds een onafhankelijke sector van bereide gerechten gebaseerd op groenten. Wellicht kunnen de West-Vlaamse bedrijven, die ook efficiënt de basisproducten maken, hierin een vooraanstaande rol spelen. De vraag is alleen : hebben deze bedrijven daartoe wel voldoende financiële middelen alsook managementcapaciteiten in huis ?" PHILIPPE HASPESLAGH (VOORZITTER UNIFROST EN KABINETSCHEF FEDERAAL MINISTERIE VAN LANDBOUW) Schaalvergroting op Europese basis is onvermijdelijk.