Twee hebben te maken met de manier waarop pensioenen en andere vervangingsinkomsten worden belast.
...

Twee hebben te maken met de manier waarop pensioenen en andere vervangingsinkomsten worden belast. Genieters van pensioenen en andere vervangingsinkomsten hebben sinds vele jaren recht op een belastingvermindering. Voor pensioenen bijvoorbeeld bedraagt deze vermindering op dit ogenblik (aanslagjaar 2008) maximaal 1749,55 euro. Om recht te hebben op het volledige bedrag van deze vermindering is vereist dat het inkomen uitsluitend uit pensioenen en andere vervangingsinkomsten bestaat. Heeft een gepensioneerde naast zijn pensioen nog andere belastbare inkomsten, dan wordt de vermindering slechts gedeeltelijk toegekend. Men berekent dan het proportioneel aandeel van de pensioenen in het geheel van de belastbare inkomsten. De belastingvermindering wordt vervolgens in dezelfde verhouding toegepast. Een gepensioneerde ziet zijn belastingvermindering bijgevolg wegsmelten als sneeuw voor de zon, naarmate hij naast zijn pensioen nog andere belastbare inkomsten - bijvoorbeeld uit een beperkte beroepsactiviteit - heeft. Deze regeling geldt in principe ongeacht de hoogte van het pensioen. Bij kleine gepensioneerden wordt de belastingvermindering ook verhoudingsgewijs verminderd naarmate zij nog andere belastbare inkomsten hebben. Net zoals dit het geval is bij personen met een hoger pensioen - met dien verstande dat de belastingvermindering bovendien progressief vermindert als het pensioen een bepaald plafond overschrijdt, maar dat laten we hier even buiten beschouwing. Bij kleine gepensioneerden die wat bijverdienen, werkt het effect van de proportionele vermindering veel sterker door. Iemand die op jaarbasis een pensioen heeft van 18.000 euro, en daarnaast nog 3000 euro bijverdient, ziet het bedrag van de belastingvermindering slechts dalen met ongeveer 15 %. Iemand die het moet stellen met een pensioen van slechts 10.000 euro en 3000 euro bijverdient, is al bijna 25 % van de belastingvermindering kwijt. Klein. Vandaar dat het vorige parlement nog een maatregel heeft goedgekeurd die in het bijzonder kleine gepensioneerden ter hulp snelt. De nieuwe regel luidt dat kleine gepensioneerden die daarnaast nog een activiteitsinkomen verwerven, niet langer fiscaal gestraft worden. De inkomsten die zij uit een bijkomende beroepsactiviteit behalen, blijven voortaan zonder invloed op de hoogte van de belastingvermindering waarop zij als gepensioneerde recht hebben. Onder 'kleine' gepensioneerden worden in deze context verstaan: de gepensioneerden met een pensioen waarvan het bedrag niet hoger is dan het maximumbedrag van de wettelijke werkloosheidsuitkeringen (de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen niet inbegrepen). Enig zoekwerk op 'google' leert dat de grens ligt op net iets meer dan 1000 euro per maand. Belangrijk detail: niet alle 'kleine' gepensioneerden komen voor de nieuwe regeling in aanmerking. Vereist is bovendien dat men de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt. Iemand die vervroegd met pensioen gaat, ziet dus de nieuwe regeling aan zijn neus voorbij gaan, totdat hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. Vrijstelling. Genieters van pensioenen en andere vervangingsinkomsten hebben niet enkel recht op een belastingvermindering. Zij hebben bovendien recht op een volledige vrijstelling van belasting als hun belastbaar inkomen uitsluitend uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten bestaat, en die inkomsten niet hoger zijn dan een bepaald plafond. Voor gepensioneerden is dat plafond ook hier gelijk aan iets meer dan 1000 euro per maand. Overschrijdt het pensioen de grens, dan gaat de belastingvrijstelling automatisch verloren en heeft men slechts recht op de hoger vermelde belastingvermindering. In de praktijk stelde men vast dat een grensoverschrijding in sommige gevallen tot gevolg had dat de belasting die daardoor verschuldigd werd, hoger was dan het bedrag van de grensoverschrijding. Vandaar dat de wetgever nu in een geleidelijke afbouwregeling voor de belastingvrijstelling heeft voorzien. Overgang. De vraag is alleen waarom hij niet meteen het geheel van al deze regelingen bekeken heeft. Want neem een gepensioneerde met een pensioen dat net onder de voormelde grens blijft. Hij geniet dan een volledige vrijstelling van belasting. Stel dat zo iemand morgen iets wil bijverdienen. Van een harmonieuze afbouw van de belastingvrijstelling is dan geen sprake. Van belastingvrijstelling en dus ook van een harmonieuze afbouw ervan is slechts sprake als het inkomen 'uitsluitend' uit pensioenen of andere vervangingsinkomsten bestaat; niet als daarnaast nog een ander soort belastbaar inkomen verworven wordt. De wetgever heeft de boot ook gemist om in een overgangsregeling te voorzien voor de nieuwe regeling waarbij 'kleine' gepensioneerden iets mogen bijverdienen, zonder dat aan hun belastingvermindering geraakt wordt (zie hoger). Een 'net niet kleine' gepensioneerde komt niet in aanmerking voor deze regeling. Dat leidt onvermijdelijk tot abrupte verschillen in belastingheffing. Met enige creativiteit had men die ook uit de wereld kunnen helpen. De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Jan Van Dyck