Jan is 49. Hij begon zijn beroepscarrière in 1989 als bediende bij een bank. Als aanvulling op zijn loon sloot zijn werkgever voor hem een groepsverzekering af. Elk jaar kreeg hij een overzicht van het gespaarde kapitaal en de opgebouwde reserves. Toen hij in 1999 van werk veranderde, bood ook zijn nieuwe werkgever hem een groepsverzekering aan. Zijn eerste groepsverzekering is hij uit het oog verloren. Jan ontvangt er geen jaaroverzichten meer van sinds hij bij zijn eerste werkgever is vertrokken. De maatschappij waarbij de groepsverzekering werd afgesloten, is ook al jaren van de Belgische markt verdwenen. Jan vraagt zich af hoe hij die oud...

Jan is 49. Hij begon zijn beroepscarrière in 1989 als bediende bij een bank. Als aanvulling op zijn loon sloot zijn werkgever voor hem een groepsverzekering af. Elk jaar kreeg hij een overzicht van het gespaarde kapitaal en de opgebouwde reserves. Toen hij in 1999 van werk veranderde, bood ook zijn nieuwe werkgever hem een groepsverzekering aan. Zijn eerste groepsverzekering is hij uit het oog verloren. Jan ontvangt er geen jaaroverzichten meer van sinds hij bij zijn eerste werkgever is vertrokken. De maatschappij waarbij de groepsverzekering werd afgesloten, is ook al jaren van de Belgische markt verdwenen. Jan vraagt zich af hoe hij die oude groepsverzekering weer op het spoor kan komen. Toen Jan in 1999 van werk veranderde, werd zijn eerste groepsverzekering zogenoemd premievrij. Er werden geen premies meer betaald; de intresten bleven wel doorlopen. Tot 2004 waren verzekeringsmaatschappijen niet verplicht jaaroverzichten te sturen naar verzekeringnemers voor wie geen premies meer werden gestort. Groepsverzekeringen die werden afgesloten voor 2004 -- zoals die van Jan -- zijn daardoor vaak slapende contracten geworden. Na 2004 heeft de wet op de aanvullende pensioenen de verzekeraars ertoe verplicht jaaroverzichten te blijven versturen, ook al worden er geen premies meer betaald. Om zijn slapende groepsverzekering op te sporen, moet Jan eerst de documenten bij elkaar zoeken die betrekking hebben op de polis die zijn voormalige werkgever voor hem heeft afgesloten. Daarna moet hij nagaan of de verzekeringsmaatschappij nog bestaat. Dat kan een probleem zijn, want sinds 1989 zijn veel verzekeraars van naam veranderd of opgeslorpt door andere groepen. Royal Belge, Winterthur, ABB en SwissLife bijvoorbeeld werden omgevormd tot Axa, KBC en Delta Lloyd. Komt Jan er niet achter waar zijn oude groepsverzekering zich bevindt, dan kan hij die informatie proberen te vinden bij een ervaren verzekeringsmakelaar die al lang actief is en dus de geschiedenis van heel wat verzekeraars kent. Jan kan zijn licht ook opsteken bij de Nationale Bank van België, de wettelijke toezichthouder op de sector (tel. 02 221 21 11, e-mail: info@nbb.be). Of hij kan informatie inwinnen bij de personeelsdienst van zijn vroegere werkgever. Heeft Jan die informatie gevonden, dan kan hij contact opnemen met de verzekeraar om hem een gedetailleerde stand van zaken van zijn slapende groepsverzekering op te vragen. Zo komt hij te weten tegen welke intrestvoet het kapitaal is belegd, of hij recht heeft op winstdeelnemingen en wanneer het contract op vervaldag komt. Het is mogelijk dat de groepsverzekering in delen werd opgesplitst, met telkens een andere overnemer. Jan moet dan meerdere verzekeringsmaatschappijen contacteren. Vindt Jan geen enkel document meer terug, dan kan hij contact opnemen met een oud-collega of met de personeelsdienst van zijn voormalige werkgever, om erachter te komen bij welke verzekeringsmaatschappij hij moet aankloppen. Vanaf 2014 kan hij die informatie ook opvragen bij DB2P, de Databank Aanvullende Pensioenen (www.db2p.be). Die zal gegevens bevatten over de aanvullende pensioenrechten die Belgische werknemers, zelfstandigen en ambtenaren in eigen land of in het buitenland hebben opgebouwd. JOHAN STEENACKERS