Op 15 oktober begint in Vlaanderen het seizoen voor de jacht op kleinwild. Vandaag telt onze regio 186 wildbeheerseenheden, goed voor een totale oppervlakte van 500.000 ha. Na een achteruitgang van de laatste twee decennia, stijgt het aantal jagers opnieuw tot zo'n 24.000, van wie meer dan de helft aangesloten zijn bij de Koninklijke Sint-Hubertusclub. Samen met de boswachters en de milieuverenigingen zorgen de jagers voor het onderhoud van hun domein. We onderscheiden zeven tendensen die kenmerkend zijn voor de sector.
...

Op 15 oktober begint in Vlaanderen het seizoen voor de jacht op kleinwild. Vandaag telt onze regio 186 wildbeheerseenheden, goed voor een totale oppervlakte van 500.000 ha. Na een achteruitgang van de laatste twee decennia, stijgt het aantal jagers opnieuw tot zo'n 24.000, van wie meer dan de helft aangesloten zijn bij de Koninklijke Sint-Hubertusclub. Samen met de boswachters en de milieuverenigingen zorgen de jagers voor het onderhoud van hun domein. We onderscheiden zeven tendensen die kenmerkend zijn voor de sector. Sinds het jachtdecreet van 24 juli 1991 zijn de wildbeheerseenheden - vanaf dit jaar allemaal erkend en gesubsidieerd - verantwoordelijk voor de aan elkaar grenzende jachtvelden. Zo fungeren jagers samen met de betrokken overheid en de milieubeweging als natuurbeheerders. Zij staan samen in voor het onderhoud van hun gebied, alsook voor een inventaris van de flora en fauna. Op basis van deze statistieken maken de jagers een afschotplan op om de wildstand in de domeinen onder controle te houden. Daarna moeten de woudmeesters van het departement Bos en Groen hun goedkeuring geven. Zo is de laatste jaren het aantal reeën in Vlaanderen zelfs toegenomen tot meer dan 19.000 stuks. "In feite zijn wij allemaal groene jongens", zegt Paul Wyndaele, voorzitter van de Vlaamse afdeling van de Koninklijke Sint-Hubertusclub, de koepelorganisatie van alle jagers in ons land. "Door een uitgekiend wildbeheer en extra aanplantingen helpen wij mee het evenwicht in de natuur te herstellen. Op dat vlak vullen de jagersverenigingen en de milieubeweging elkaar goed aan. De ecologisten zijn vooral actief in bossen en moerassen, terwijl wij ons meer op de velden concentreren. Zo heeft een notaris uit Damme - een verwoed jager - enkele jaren geleden de eerste prijs in natuurbescherming gekregen, omdat hij het beheer van zijn waardevol domein aan de milieuvereniging De Wielewael had toevertrouwd." Wie wil jagen, moet slagen in een jachtexamen. Na een moeilijke, theoretische test moeten de kandidaten sinds twee jaar een praktische proef afleggen. Deze procedure kost zo'n 20.000 frank per persoon. In het begin van de jaren '90 waagden jaarlijks een duizendtal personen hun kans. Verstrengde normen deden dit aantal met de helft verminderen. Gemiddeld slaagt slechts 55%.De weidelijke jacht onderwerpt de jager aan een stel deontologische normen. Binnen de wettelijke beperkingen van het jachtdecreet wil de ethiek dat de jager het wild niet eender waar en eender hoe neerlegt. Het uiteindelijke doel is zoveel mogelijk dieren zo lang mogelijk in optimale omstandigheden te laten leven en slechts de overschotten te oogsten. In die optiek is de stroper de ergste vijand van de jager. Terwijl de jacht vroeger louter voorbehouden was aan de adel, is nu vier op tien leden arbeider of bediende. Ook boerenzonen - traditioneel nauw verbonden met de natuur - zijn vaak jagers. Voorts maakt dit tijdverdrijf opgang in zakelijke kringen. Voor dag en dauw samen op pad gaan, schept een sterke band. "Beter dan golf", zegt een verwoed jager en businessman. Maar vrouwen zie je weinig of nooit (slechts één procent).De evolutie in de landbouwsector vormt een bedreiging voor de jachtgebieden. Als gevolg van de grootschalige agrobusiness vermindert het te schieten wild in aantal en worden de terreinen die in aanmerking komen voor de jacht steeds kleiner. Wyndaele: "Enerzijds verarmt de monocultuur de biodiversiteit, wat nefast is voor de fauna. Anderzijds rijden pikdorsers nu dag en nacht uit, waardoor veel wild sterft. Bovendien neemt het gebruik van pesticiden steeds toe. Geen enkele haas overleeft het chemisch sproeien van het aardappelloof. Deze dieren likken dagelijks hun pels en krijgen zo alle gif binnen. De jagers werpen geen steen naar de boeren - zij begrijpen hun situatie, die historisch zo gegroeid is - maar mits een beetje goede wil, zou veel verholpen kunnen worden."Ook de maatregel om braakliggende stukken grond te maaien tijdens het broedseizoen is een doorn in het oog van de Sint-Hubertusclub. Wyndaele: "Elk jaar vermorzelen de vlijmscherpe messen van deze tuigen duizenden konijnen en vogels. Daarom hebben wij nu een actie op het getouw gezet om deze activiteiten te verbieden tot na de zomer. Daarnaast vragen wij de landbouwers hun velden niet meer van buiten naar binnen te bewerken. Zo wordt het aanwezige wild als het ware ingesloten, zodat ze uit panische angst tussen machines springen. Veel beter voor het wild is om van het midden naar buiten te werken, zodat de dieren de kans krijgen te vluchten. Dit vereist een klein beetje goede wil van de boeren, waarvoor wij als jagers best bereid zijn een financiële bijdrage te leveren."Als gevolg van een slechte ruimtelijke ordening - lintbebouwing en verkavelingen - slinkt de oppervlakte aan Vlaamse bos- en landbouwgrond voortdurend. "Als gevolg van het strenge milieubeleid neemt ook het aantal jachtpachten af", zegt Jan Dams, afgevaardigd bestuurder van twee Limburgse supermarkten, Dibel en C&B, en zelf een verwoed jager. "Op enkele gelukkige grootgrondbezitters na huren de jagers terreinen om hun geliefkoosde sport te beoefenen. Maar deze gronden worden steeds schaarser. Daar staat tegenover dat het aantal jagers jaarlijks toeneemt. Daarom verleggen steeds meer jagers hun jachtterrein naar het buitenland. Schotland en Engeland zijn zeer in trek wegens de nabijheid en de goedkope prijzen (gemiddeld 30 à 35.000 frank per week). Ook Oost-Europa met haar onmetelijke jachtgebieden spreekt tot de verbeelding. Voor de exotische jagers is Zuid-Afrika dan weer het neusje van de zalm. Maar hiervoor moet je al vlug 100 à 150.000 frank per week neertellen." De jager betaalt de landeigenaar per hectare om zijn passie, die "in de genen zit", te mogen beoefenen. Gemiddeld wordt minstens 100.000 frank per jaar aan de sport besteed.In een studie uit 1992 schat professor Geert Allaert (RUG) het economisch belang van de jacht op zo'n zeven miljard frank. "Vandaag is het rechtstreeks en onrechtstreeks impact van de jacht zeker opgeklommen naar zo'n 19 miljard frank per jaar", zegt Wyndaele. "Zo telt ons land al een 2000 voltijdse jachtwachters. In het totaal verdienen een 5000 werknemers de kost in de sector." In Vlaanderen geven de jagers gemiddeld 600 miljoen frank uit aan pachtgeld. Dit bedrag is sterk afhankelijk van de oppervlakte en het aantal dieren. Zo heeft een Arabische sjeik acht miljoen frank veil om elk jaar zijn edelhert in de Ardennen te kunnen schieten. In andere gevallen geven de gemeenten gratis een gebruikrecht aan jagers in ruil voor het onderhoud van het domein. Ook de uitrusting is niet goedkoop. Patronen, kogels en kleding kosten zo'n 20.000 frank per jaar. Voor een jachthond wordt gemakkelijk 15.000 frank betaald. Het onderhoud loopt al snel op tot 20.000 frank per jaar. De prijs voor een jachtgeweer varieert van 30.000 frank tot enkele miljoenen franken voor handgemaakte exemplaren (zie Trends, 23 september 1999)."Jachtvlees levert een gezonde en natuurlijke vorm van proteïne", zegt Yves Decock, secretaris-generaal van de Europese jagersvereniging FACE. "Correct jagen en slachten van het wild is ook een vorm van dierenwelzijn. Zo ben ik liever een wilde fazant dan een scharrelvarken of een industriële batterijkip, die alleen maar kunstlicht heeft gezien. Bovendien ken ik zelfs vegetariërs, die af en toe een stukje wild eten, omdat ze weten dat die dieren een mooi leven hebben gehad." Vorig jaar werd in Verviers een bende van 26 man veroordeeld. Zij werkten in ploegen met allerlei moderne snufjes zoals GSM's, lichtinstallaties, wachtposten en aangepaste voertuigen. Uit de verkoop van het geschoten wild haalden zij een zwart inkomen van gemiddeld 280.000 frank per week. In hun schuilplaats bevonden zich meer dan 400 hertenkoppen. ERIC POMPEN