De auteur is redacteur Amerikaanse economie van The Economist.
...

De auteur is redacteur Amerikaanse economie van The Economist.Het zijn drie moeilijke jaren geweest voor de optimisten. De recessie in de Verenigde Staten mag dan midden 2009 geëindigd zijn, ze wachten nog altijd op een herstel die naam waardig. Maar de optimisten mogen de hoop niet opgeven. In 2013 verbetert de Amerikaanse economische gezondheid duidelijk. De groeivoet stijgt tegen het einde van het jaar boven 2,5 procent uit en de werkloosheid wordt onder de 8 procent geduwd. Neem bijvoorbeeld het effect van het begrotingsbeleid. Afnemende stimuli en bezuinigingen op elk beleidsniveau hebben de groei tegengehouden. Hetzelfde geldt voor de vrees voor de fiscal cliff -- een combinatie van aflopende belastingverminderingen en automatische bezuinigingen in de bestedingen -- die goed is voor 5 procent van het bbp per jaar en eind 2012 van kracht moet worden. Op zich is dat al voldoende om de Amerikaanse economie opnieuw in een recessie te storten. De verkiezingen van 2012 draaiden grotendeels rond de verschillende recepten van de Republikeinen en de Democraten om het Amerikaanse begrotingstekort te doen dalen. Dat stond in 2012 op een onhoudbare 7 procent van het bbp. De herverkiezing van Barack Obama als president wendt de noodzaak tot de actie over te gaan niet af, maar ze laat wel de balans in zijn voordeel doorslaan. De vraag is vooral wat Obama en het Congres nu gaan doen. Eens te meer komen ze in de verleiding de zaken voor zich uit te schuiven, maar dat doen ze dit keer niet. In februari wordt het schuldenplafond opnieuw bereikt en dringen de Republikeinen, als prijs om het te verhogen, aan op verdere bezuinigingen. Obama voelt zich gesterkt door zijn nieuwe mandaat en geeft alleen toe als de Republikeinen akkoord gaan met belastingverhogingen. In de maanden na de verkiezingen timmeren beide partijen aan een kader om de belastingen en de uitgaven te hervormen en ze doen er heel 2013 over om dat kader tot effectieve wetteksten om te vormen. Die procedure dreigt tal van valse starten te kennen en wederzijdse beschuldigingen uit te lokken. Ze leidt ook tot minstens één verlaging van de Amerikaanse kredietrating. Het eindproduct wordt een samenraapsel van compromissen en duistere boekhouding. De zakenwereld krijgt niet de bevrijdende catharsis uit de politieke onzekerheid waar hij naar snakt, maar de voortdurende dreiging van een budgettair armageddon neemt tenminste af. De tweede factor is de rest van de wereld. De export heeft aanzienlijk meer dan vroeger bijgedragen tot het jongste herstel. Dat was te danken aan de lagere dollarkoers, de snelle groei in de opkomende markten en de formidabele wendbaarheid van de Amerikaanse ondernemingen, die bruggenhoofden hebben opgezet in die markten. Het was eveneens te danken aan de snel stijgende productie van olie en gas uit ongebruikelijke binnenlandse bronnen, als schalie. Dat laatste betekent bovendien dat voor de VS de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afneemt. De Europese leiders moeten nog altijd een weg vinden uit de crisis en de bezuinigingen belemmeren de economieën aan de rand van de eurozone. Maar de belofte van de Europese Centrale Bank om onbeperkt staatsobligaties in te kopen, heeft het risico op een nakende instorting van de euro verkleind. Intussen zorgen dalende intresten ervoor dat de vertraging in de opkomende wereld een eindigend verhaal is. Uiteindelijk zal daardoor de rest van de wereld voor de VS niet langer een blok aan het been zijn. Zodra die budgettaire en buitenlandse problemen afnemen, laten positieve krachten in het binnenland zich weer gelden. Dat de intresten in de buurt van nul zweven, heeft de vraag nauwelijks versterkt omdat de huishoudens en ondernemingen niet in de stemming waren om te lenen. Ze waren gefixeerd op het afschaven van de schulden die ze in de boomperiode opgebouwd hadden. En wie wel wilde lenen, kwam vaak tot de vaststelling dat de voorwaarden te streng waren. Met zo veel uitgesloten kandidaat-kopers, kwijnde de bouwsector weg. Daar komt verandering in. Koopjesjagers hebben al een groot deel van de leegstand opgeslorpt en nu die voorraad slinkt, worden eindelijk weer nieuwe huizen gebouwd. De bouwactiviteit nam in 2012 gestaag toe. Ook de huizenprijzen zijn voor het eerst sinds 2007 gestegen op jaarbasis (een tijdelijke stimulans van een belastingkrediet niet te na gesproken, zie grafiek). De huishoudens beginnen ook een grotere schuldenlast op zich te nemen. De Federal Reserve bevordert dat proces. In 2013 is het honderd jaar geleden dat de Fed werd opgericht. Zijn oorspronkelijke doel was financiële crisissen op te lossen door aan banken te lenen. Later kwamen daar volledige werkgelegenheid en lage inflatie als doelstelling bij. De Fed slaagde er uiteindelijk in de jongste crisis een halt toe te roepen, maar volledige werkgelegenheid blijft een verre droom. In september 2012 kondigde de Fed dan ook aan dat hij door hypotheken gedekte obligaties en andere activa gaat inkopen tot de werkloosheid wezenlijk gedaald is. Die onbeperkte quantitative easing (de aankoop van obligaties met vers gecreëerd geld) houdt impliciet een zekere tolerantie ten opzichte van de inflatie in. Die komt waarschijnlijk uit boven de 2 procent die de Fed als target hanteert. Een marginaal hogere inflatie en lage intresten verminderen de reële kostprijs van de leningen en dat moedigt sparen en investeren aan. In het komende jaar is de Amerikaanse economie niet vrij van lasten, maar ze zijn niet meer zo zwaar. Dat is voldoende om eindelijk het herstel echt te doen aanvoelen als een herstel, als tenminste politieke of natuurlijke catastrofes geen roet in het eten gooien. En, zoals de geschiedenis uitwijst, is dat een heel grote 'als'. GREG IPDe voortdurende dreiging van een budgettair armageddon neemt af.