Met Kerstmis en Nieuwjaar in aantocht, is de publicatie van Scroogenomics van Joel Waldfogel bijzonder goed getimed. Het boek verwijst naar Ebenezer Scrooge, de hoofdpersoon uit de roman A Christmas Carol van Charles Dickens. Scrooge staat synoniem voor vrek en misantroop.
...

Met Kerstmis en Nieuwjaar in aantocht, is de publicatie van Scroogenomics van Joel Waldfogel bijzonder goed getimed. Het boek verwijst naar Ebenezer Scrooge, de hoofdpersoon uit de roman A Christmas Carol van Charles Dickens. Scrooge staat synoniem voor vrek en misantroop. De boodschap van Waldfogel, hoogleraar economie aan de Wharton School, is eenvoudig: koop geen cadeautjes meer voor elkaar. Volgens hem gaat dit gebruik gepaard met een gigantisch waardeverlies. Waldfogel rekende uit dat er elk jaar, in de VS alleen al, wel voor 85 miljard dollar verspild wordt aan geschenken. Waldfogel komt op een eenvoudige manier tot die rekensom. De hoogleraar berekent de waar-de van alle cadeautjes ontvangen met Kerstmis en Nieuwjaar en gaat na hoeveel de ontvangers bereid zijn om zelf te betalen voor die geschenken. Vaak is dit een ontstellend laag bedrag. Meestal zelfs niks. Het verschil tussen beide bedragen is dan het waardeverlies. Waldfogel maakt wel twee fouten bij zijn argumentatie. De eerste fout is dat hij enkel het nut van de ontvanger in rekening brengt. Maar de gever van een geschenk ontleent ook plezier aan het geven van een cadeautje. In die zin trapt de auteur in een val van veel neoklassieke economen: hij onderschat het 'sociale' aspect van het geven van geschenken. Kinderen - en vaak ook volwassenen - kijken echt uit naar het moment waarop de cadeautjes aan elkaar gegeven worden bij de kerstboom. Indien je een geldbedrag zou plakken op dit plezier, dan compenseert dit al voor een groot stuk het waardeverlies. Omdat de auteur de hele discussie over het geven van cadeaus enkel economisch benadert en geen oog heeft voor de psychologische en sociologische impact worden tal van redeneringen in het boek ondergraven. Maar als we ons toch louter tot de cijfers beperken: Waldfogel maakt nog een tweede en wellicht grotere fout. Hij vergeet eBay in zijn berekening op te nemen. Op deze onlineveilingsite kan je na de feesten 'verkeerde' of 'ongewenste' geschenken verkopen. De Britse vestiging van de onderneming liet in 2004 een onderzoek uitvoeren naar de waarde van alle aangeboden 'nutteloze' geschenken en kwam op 1,6 miljard pond uit. In de VS zal dit bedrag dus nog een flink stuk hoger liggen. Op deze manier is het waardeverlies weer een stuk kleiner. Waldfogel beseft ook niet dat het geven van geschenken aan elkaar, de relatie tussen gever en ontvanger verbetert. Dat komt omdat de auteur enkel door een economische bril kijkt. Nochtans integreert de economie steeds meer inzichten uit de psychologie en de sociologie om het menselijke gedrag, zoals het geven van geschenken, beter te verklaren. Ook hier levert dit psychologische inzicht een betere voorspelling op. Voor het feit dat mensen elkaar al minstens een eeuw geschenken aanbieden aan het einde van het jaar, heeft Waldfogel geen verklaring. Mocht het geven van cadeaus een inefficiënt gebruik zijn, dan zou het toch vanzelf moeten verdwijnen? JOEL WALDFOGEL, SCROOGENOMICS. WHY YOU SHOULDN'T BUY PRESENTS FOR THE HOLIDAYS, PRINCETON UNIVERSITY PRESS, 2009,176 BLZ, 15 EURO Thierry Debels