V LD-senator Jean-Marie Dedecker heeft een verleden als trainer van topsporters, maar net hij heeft het lef om in een groot opiniestuk in De Standaard een lans te breken voor verstokte rokers. "De nieuwe paria's," noemt hij ze. "Terwijl we alle moeite van de wereld doen om marihuana te legaliseren, lijkt de sigaret het nieuwste doelwit voor de gezondheidsgoeroes." Dedecker wil - net zoals in zijn pleidooi voor hardrijders - de keuzevrijheid van de 'burger' beschermen.
...

V LD-senator Jean-Marie Dedecker heeft een verleden als trainer van topsporters, maar net hij heeft het lef om in een groot opiniestuk in De Standaard een lans te breken voor verstokte rokers. "De nieuwe paria's," noemt hij ze. "Terwijl we alle moeite van de wereld doen om marihuana te legaliseren, lijkt de sigaret het nieuwste doelwit voor de gezondheidsgoeroes." Dedecker wil - net zoals in zijn pleidooi voor hardrijders - de keuzevrijheid van de 'burger' beschermen. Laat één ding duidelijk zijn: iedereen weet dat roken een trage maar efficiënte killer is. Wie vandaag het tegendeel beweert, gelooft nog in elfen en trollen. De vraag is: laten we de ruimte aan de roker of de 'tabaksgebruiker' om te kiezen voor zijn eigen lot, of moet de wetgever de tabaksconsumptie aan banden leggen? Wie zoals Dedecker de persoonlijke vrijheid hoog in het vaandel voert, kan moeilijk betwisten dat iedereen recht heeft op en dus mag kiezen voor zuivere lucht. Roken in het bijzijn van anderen beperkt hun individuele vrijheid. Roken tijdens een ochtendwandeling in het Zoniënwoud? Prima, maar roken op het werk of op de trein kan niet meer. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) acht het immers wetenschappelijk bewezen dat ook passief roken schadelijk is. Er bestaat dus geen verontschuldiging meer voor de rooknevels op ministeries, in lerarenkamers of vergaderlokalen. Hoffelijkheid heeft afgedaan. De strijd tegen de rokers is intenser dan ooit en een rookvrije werkvloer is de sleutel in die oorlogsmachine. Niet alleen omdat het niet-rokers schaadt, maar ook omdat het bedrijven meer kost om rokers in dienst te nemen (zie blz. 44). Een nieuwe wet voor kankervrije kantoorlucht ligt dan ook ter tafel. Grote uitzondering in dat Koninklijk Besluit is de horeca. Daar zijn het niet de collega's, maar de klanten die een bedreiging vormen voor het personeel. Voorbeelden in het buitenland tonen aan dat rookvrije restaurants en drankgelegenheden niet noodzakelijk minder omzet optekenen. Er zijn nu eenmaal meer niet-rokers dan rokers. Aan de andere kant: waarom zou je rokers moeten bannen van het nachtleven? Laat toch gewoon de keuzevrijheid aan de uitbaters van de horecazaken tussen een rookvrije of een rooktolerante zaak. Maar het is het een of het ander en geen oncontroleerbare en onuitvoerbare mengvorm. Wie dan naar een rookvrij restaurant wil gaan, kan kiezen en wie wil roken, zoekt een etablissement waar zijn hobby nog wel ademruimte krijgt. Uiteraard zal zelfs de meest verstokte roker akkoord gaan dat hij met zijn gewoonte niemand schade mag berokkenen. Maar daar eindigt het verhaal niet. Rokers kosten de staat meer dan dat ze opbrengen. De maatschappij draait dus op voor de persoonlijke keuze van de roker. Hef daarom hogere accijnzen zodat de meerkost van het roken maatschappelijk wordt gecompenseerd. Alleen is de overheid weinig consequent als ze de tabaksaccijnzen jaarlijks in de pot 'algemene middelen' stopt. Want als de overheid het echt meent met de rokersjacht, dan zijn de inkomsten uit tabaksaccijnzen hooguit tijdelijk en dienen ze alleen om preventiemaatregelen te financieren of de staatsschuld af te bouwen. Of is de regering verslaafd aan de tabaksinkomsten? Roeland Byl Daan Killemaes