Tussen vandaag en een paar weken wordt het duidelijk of Interbrew een herkansing krijgt bij Bass. De rechters van het Britse High Court of Justice beslissen in de komende weken over de ontvankelijkheid van het Bass-dossier. Ze kijken na of de Britse minister van Handel en Industrie Stephen Byers correct handelde, toen hij Interbrew op 3 januari 2001 verplichtte om Bass volledig te verkopen.
...

Tussen vandaag en een paar weken wordt het duidelijk of Interbrew een herkansing krijgt bij Bass. De rechters van het Britse High Court of Justice beslissen in de komende weken over de ontvankelijkheid van het Bass-dossier. Ze kijken na of de Britse minister van Handel en Industrie Stephen Byers correct handelde, toen hij Interbrew op 3 januari 2001 verplichtte om Bass volledig te verkopen. Intussen is aan de Leuvense Vaartstraat de nieuwjaarskater doorgespoeld. In het boekjaar 2000 werd een eenmalige last van 50 miljard frank afgeschreven, en daarnaast is de positie van chief executive officer (CEO) Hugo Powell stabieler dan ooit. Dat leek toch even anders te zijn toen het jonge Interbrew-aandeel na het Britse verdict maar liefst een kwart van zijn waarde verloor. TRENDS. De misser kan Interbrew tot 50 miljard kosten. Was de CEO niet beter opgestapt? PAUL DE KEERSMAEKER (INTERBREW). "Geen sprake van. Op geen enkel moment is de positie van de CEO in vraag gesteld door de raad van bestuur. Het beleid van een bedrijf is één zaak, de beslissing van een mededingingsautoriteit een andere. Wij staan volledig achter de leiding van Hugo Powell en zijn managementteam." HUGO POWELL (INTERBREW). "De moeilijkste periode is sinds 26 januari achter de rug. Interbrew heeft 50 miljard opzijgezet - een harde maar economisch bewuste keuze. Bovendien vechten we de beslissing van de Britse minister van Handel juridisch aan. De aandeelhouders reageren alvast positief op die initiatieven. Op 3 januari zakte het aandeel onder de 26 euro, vorige week klom het eventjes tot 32 euro." Hangen Interbrew schadeclaims van verongelijkte (minderheids)aandeelhouders boven het hoofd?DE KEERSMAEKER. " Déminor ( nvdr - het bedrijf dat de belangen van minderheidsaandeelhouders behartigt) heeft onze aanpak van de Britse overname grondig doorgelicht. Het concludeerde dat er niets is foutgegaan. Interbrew handelde volgens de regels en vernietigde geen aandeelhouderswaarde." Wat moet men zich voorstellen bij de "judicial review"? Is het meer dan een psychologisch achterhoedegevecht?POWELL. "Hoegenaamd niet. Op vrijdag 2 februari startte Interbrew een procedure bij het Britse High Court of Justice. Dat rechtsorgaan is enigszins vergelijkbaar met de Raad van State in België en toetst - via een zogeheten judicial review - de beslissingen van ministers op hun rechtsgeldigheid. Interbrew wil dat het High Court de beslissing van de Britse minister voor Handel en Industrie Stephen Byers onderzoekt. Op 3 januari verwierp hij onze overname van Bass. Minister Byers volgde de conclusie van de Competition Commission dat de overname leidde tot een duopolie van Interbrew en Scottish & Newcastle, met een gezamenlijk marktaandeel van meer dan 60%." DE KEERSMAEKER. "Volgens ons paste minister Byers 'de toetsing van het evenredigheidsbeginsel' en 'het strikt noodzakelijke' fout toe. Het opgelegde besluit - de volledige verkoop van Bass - stemt niet overeen met de mogelijke problemen die het marktaandeel van 32% van Interbrew zou hebben veroorzaakt." ( Een zaak bij het High Court is een administratieve procedure. De rechtsgang beslaat maximaal iets meer dan één jaar. Niet de manier waarop de economische analyse werd gevoerd, kan worden aangevochten; alleen het toetsingsprincipe van de minister. In het verleden werd een beslissing van een handelsminister nog nooit ongedaan gemaakt door het High Court, nvdr). POWELL. "We geloven in onze zaak. Binnen enkele weken zal de rechter haar al dan niet ontvankelijk verklaren. De door de minister opgelegde remedie is niet proportioneel en niet strikt noodzakelijk. Als dat door de rechters zou worden bevestigd, komt er een discussie met de overheid om naar een betere oplossing te zoeken. We denken dat die er heel anders zou kunnen uitzien. Een verplichte verkoop van heel Bass kan lang aanslepen: de ontmanteling van de filialen van Gillette in Groot-Brittannië was pas na vier jaar afgerond." Interbrew trok naar de beurs nog voor de Britse mededingingsautoriteiten hun fiat gaven voor de overnames van Bass en Whitbread. Was dat geen blunder?POWELL. "Integendeel, dat was de juiste beslissing. We hebben de beursgang altijd duidelijk gescheiden van de Britse overnames. Die stonden los van onze vraag naar publiek geld om verder te kunnen consolideren op de biermarkt. Het feit dat beide operaties parallel verliepen, was een ongelukje in de geschiedenis en zeker geen doelbewuste keuze." DE KEERSMAEKER. "De voorbereiding van de beursgang startte in 1999, dus lang voor de officiële bekendmaking van de IPO (initial public offering) in april 2000. Je kan in die hele periode niet zomaar alle risicovolle operaties stopzetten. Bovendien zijn de overnames van Whitbread en Bass pas gebeurd na die officiële bekendmaking van de IPO ( nvdr - respectievelijk in mei en juni)." Nogmaals: waarom kon die beursgang geen maand worden uitgesteld, tot na de uitspraak van de Britse mededingingsautoriteiten?DE KEERSMAEKER. "In een jaar heb je doorgaans twee windows voor een beursgang: april en eind november. De raad van bestuur was overtuigd dat begin december het beste moment was voor de IPO. Uitstel van de beursgang hield een veel groter risico in, want dan zouden we eventuele overnameopportuniteiten missen." POWELL. "We hebben daarover urenlange discussies gevoerd met onze consultants en binnen de raad van bestuur. Uiteindelijk kwamen we tot het besluit dat langer wachten veel meer risico's inhield. Als we het hadden uitgesteld, konden we pas in mei van 2001 naar de beurs trekken. En dan zou het best gekund hebben dat het beursklimaat er heel anders uitzag. Vandaag is de markt al veel wispelturiger: IPO's kennen nog nauwelijks succes. "De biermarkt staat niet stil. Hij consolideert razendsnel. Interbrew wil daaraan meedoen, en daarvoor heb je dus financiële middelen nodig. Er vallen altijd wel opportuniteiten te rapen - alleen kun je niet voorspellen wanneer. Door de twee Britse overnames hadden we een hoge schuldgraad bereikt. De noodzakelijke beursgang bracht vers geld."U trok naar de beurs met de slogan "Beleggers weten waarom". Maar waren die beleggers voldoende ingelicht over de risico's van de Britse overnames?POWELL(grijpt naar het beursprospectus op zijn werktafel). "Op pagina twee wordt al meteen melding gemaakt van de risico's die Bass en Whitbread meebrachten. Pagina twaalf vermeldt expliciet dat ( citeert) 'dit voorval de aandelenkoers van Interbrew kan schaden.' Het risico van de Britse overname is ook in de media uitvoerig aan bod gekomen. En tijdens de roadshows was het een teer punt voor de potentiële investeerders. Trouwens, het leeuwendeel van het bij de IPO opgehaalde geld kwam uit Groot-Brittannië. Je kan toch moeilijk ontkennen dat de Britten beseffen hoe het er op hun eigen biermarkt aan toe gaat." DE KEERSMAEKER. "De Britse investeerders wisten dat Bass een risico betekende. En toch waren ze erg enthousiast over de beursgang." Hoe verklaart u dan de scherpe koersval van het aandeel op 3 januari, waarbij 135 miljard frank virtueel geld verdween?POWELL. "Dat was vooral een communicatieprobleem. Om tien uur 's morgens werd de beslissing bekendgemaakt in een summier persbericht. Ik denk dat het Reuters was dat een droog tekstje verstuurde: 'Het Britse ministerie van Handel verwerpt de overname van Bass.' Je moet dan wel weten dat het eigenlijke rapport van de mededingingsautoriteiten 262 pagina's telt. Die gebrekkige communicatie veroorzaakte een golf van onzekerheid. Met als gevolg dat enkele investeerders meteen hun aandelen dumpten. Als je bij de opening van de beursdag een miljoen aandelen verkoopt, heeft dat enorme gevolgen. Want op zo'n tijdstip worden nauwelijks aandelen verhandeld. "Ik wilde van mijn kant eerst het rapport zien. Drie uur na het eerste bericht organiseerde Interbrew een conference call voor zijn aandeelhouders. Ik vroeg drie weken voor een grondige analyse van het rapport." Welke lessen trekt u uit de Britse zaak?POWELL. "Vooral politieke. De mededingingswetgeving zou in de hele Europese Unie uniform moeten zijn. Maar het onderzoek van de Britse Competition Commission wijst nog maar eens op het hemelsbrede verschil tussen het Britse en het Europese mededingingsbeleid. De Europese Commissie maakt problemen zodra een speler een marktaandeel van 40% heeft - in Groot-Brittannië is dat 25%. En dan nog. Je mag blijkbaar wel 10% marktaandeel hebben, maar geen 22% ( nvdr - respectievelijk het aandeel van Whitbread en Bass). "Een tweede belangrijke les is de afwikkeling van de juridische procedure. Als je met de Europese Commissie onderhandelt, heb je een bepaalde speelruimte. Je krijgt alle mogelijke problemen onder ogen en dan mag je een maand naar oplossingen zoeken. Waarna je opnieuw kunt onderhandelen. Enzovoort. Dat is een heel doorzichtige werkwijze."Groot-Brittannië werkt totaal anders. Daar wordt nooit onderhandeld. We kregen 29 hypothetische beslissingen voorgeschoteld, maar we wisten nooit waar het precies om draaide."U tastte in het duister?POWELL. "Precies. En dan word je plots geconfronteerd met de beslissing van de minister. Het enige wat je nog kunt doen, is een judicial review aanvragen. Het is nogal wiedes dat we liever niet naar de rechtbank stappen. Kónden we maar onderhandelen met de Competition Commission. We hebben ons ook nooit arrogant opgesteld. We wilden best delen van Bass verkopen, als dat een oplossing betekende voor de gevaren van een te groot marktaandeel." DE KEERSMAEKER. "We zeggen niet dat een marktaandeel van 32% geen zorgen baart. Wat we wél aanvechten, is de remedie, die niet in verhouding staat tot de concurrentieproblematiek." Heeft u de Britse onderzoeken fout ingeschat? Waarom heeft u trouwens een onvoorwaardelijk bod op Bass gedaan, los van een eventuele goedkeuring door de Britse mededingingsautoriteiten?POWELL. "We hebben de overname voorwaardelijk verbonden aan een goedkeuring door de Europese Commissie. Die zette het licht op groen voor de overname van de activiteiten van Bass buiten Groot-Brittannië, wat neerkomt op 35% van de omzet. "Interbrew was trouwens niet de enige brouwer die Bass wou overnemen zonder de opschortende voorwaarde van een goedkeuring door de Britse overheid. Nog minstens één andere bieder aanvaardde die clausule. En ik heb het dan niet over South African Breweries ( nvdr - de andere kandidaat-overnemers waren Carlsberg en Heineken)." Meneer Powell, u behoort tot de Angelsaksische wereld. U moest de risico's toch beter kennen dan het management in Leuven en de aandeelhouders?POWELL. "Ik was even verrast en geraakt door de beslissing van de Britse minister van Handel als de Belgen." Zal u in de toekomst nog overnames zonder opschortende voorwaarde aandurven?DE KEERSMAEKER. "Elke situatie is anders. Je weet vooraf nooit welke houding je moet aannemen." POWELL. "Je moet elke zaak in haar eigen context bekijken. We houden altijd rekening met de lokale wetgeving en de tactiek van de concurrerende kandidaat-overnemers." Is Bass door de uitspraak gedestabiliseerd?POWELL. "Natuurlijk. Bass wisselde op korte tijd tweemaal van eigenaar ( nvdr - in 1997 Carlsberg-Tetley, vorig jaar dus Interbrew). En nu komt er een derde koper voor het geheel of een deel. De werknemers hebben het daar moeilijk mee. Zeker in het licht van de bierproductie in Groot-Brittannië, die in het voorbije decennium is gedaald. Steeds meer brouwers laten de Britse markt vallen. De enige resterende speler van formaat is Scottish & Newcastle, volgens analisten geen al te winstgevend bedrijf. "Interbrew wou met een brede merkenportefeuille uitpakken op de Britse markt. We wilden de synergieën tussen Bass en Whitbread ten volle laten spelen. Het was ons niet om hogere prijzen op de biermarkt te doen. Bovendien konden we bogen op de sympathie van de vakbonden én van 61 parlementsleden. In een petitie ondersteunden ze de integrale overname van Bass en Whitbread. Natuurlijk zijn al die mensen ontgoocheld over de beslissing van Stephen Byers."De vakbonden waren toch bang voor ontslagen of sluitingen van Bass-filialen?POWELL. "Kijk, in een sector waar de winstmarges al een decennium dalen, zijn sommige wijzigingen onvermijdelijk. Maar ons directiecomité en de vakbonden waren ervan overtuigd dat ze van Bass weer een groeier zouden maken." DE KEERSMAEKER. "Momentje, de vakbonden spraken hun veto uit tegen de vorige overnemer, Carlsberg-Tetley. Niet tegen Interbrew." POWELL. "De vakbonden zagen een overname door Carlsberg-Tetley niet zitten. Toch verleende de Competition Commission haar fiat voor die overname. De minister van Handel verwierp vervolgens de overname - misschien na overleg met de vakbonden?" Ook de Belgische federale minister van Economie, Charles Picqué (PS), lobbyt bij zijn Britse collega. Maar volgens gewezen Europees commissaris voor het Concurrentiebeleid Karel Van Miert maakt hij zich daarmee belachelijk.POWELL. "Het Bass-dossier is erg ingewikkeld. Zowat iedereen wilde zijn mening kwijt. Maar mensen met betrouwbare commentaar zijn op één hand te tellen." Whitbread mag u alvast houden van de Britse mededingingsautoriteiten. Wat zijn de plannen met het bedrijf?POWELL. "Als we Bass moeten afstoten, spelen we natuurlijk schaalgrootte kwijt, en die is belangrijk op de biermarkt. Maar Whitbread doet het goed. Het belangrijkste merk is Stella Artois, dat in Groot-Brittannië jaarlijks met 20% klimt. Via Whitbread kunnen we er ook Hoegaarden en Leffe verder ontwikkelen." Interbrew introduceerde het aandeel tegen 33 euro op de beurs. Kunt u de belegger overtuigen om die koers weer te halen?POWELL. "We kochten het voorbije decennium dertig brouwerijen, en koppelden die overnames aan een organische groei. Volgens diverse analisten zal onze organische groei de volgende vijf jaar voor een double digit-groei zorgen. En dat zelfs zonder een nieuwe overname. Bovendien stijgt ons rendement op geïnvesteerd vermogen elk jaar. In een normale situatie is het kiezen tussen beide: óf een hoog rendement, óf groeien. Het uitzonderlijke aan Interbrew is de combinatie van beide elementen. "Door de beursgang hebben we nu bovendien de financiële middelen voor nieuwe overnames. Die zoeken we in de eerste plaats op markten waar we al sterk staan, minder op nieuwe markten."Uw eeuwige concurrent Heineken pakt het anders aan, met de overname van de Beierse Schörghuber Gruppe - de eerste keer dat dat in Duitsland kan. Kan dat eindelijk het domino-effect creëren voor een consolidatie op die reusachtige maar erg versnipperde Duitse markt? POWELL. "Ach, er wordt veel rondgekeken maar het is een erg moeilijke markt, verbrokkeld en met weinig winst. Voor een consolidatie van Duitsland moet je vijf tot tien jaar wachten. Als je daar een interessante schaalgrootte wil verwerven, moet je minstens tien brouwerijen opkopen. "Ik denk dat ze bij Heineken vooral uitkijken naar overnames in Zuid-Amerika."En niet naar een fusie met een grote speler in West-Europa? Interbrew, bijvoorbeeld?POWELL. "Waarom zouden we samengaan met een andere major? Laat Interbrew maar onafhankelijk blijven - daarom was de beursgang zo belangrijk. We zoeken liever opportuniteiten in de landen waar we al aanwezig zijn. "De consolidatie gebeurt trouwens nog steeds erg lokaal. Elke maand is er wel ergens een overname - maar het gaat altijd opnieuw om een lokaal bedrijf in een specifiek land. Dat bewijst ook dat er nog heel veel ruimte overblijft voor consolidatie. De markt van de bierconsumptie blijft zeer versnipperd. In de bierbranche is er geen Coca-Cola. Dat kun je niet zeggen van zowat alle andere consumentenproducten, waar drie tot vier spelers 60 tot 75% van de markt beheersen." Tot slot, meneer de Keersmaeker: u stapt in mei, tijdens de algemene vergadering, op als voorzitter van de raad van bestuur. Wordt uw opvolger een Belg?DE KEERSMAEKER. "Daar zullen we te gepasten tijde op antwoorden." Misschien een Brit als voorzitter?DE KEERSMAEKER(glimlacht). "Voorlopig geen commentaar." FOTO 1Frans Crols Wolfgang Riepl