Het is de tijd van olijke optochten van waardige professors in toga die het academiejaar bepakt met veel geleerdheid openen. Voor criticasters een uitgelezen kans om nog eens te hameren op de noodzakelijke aansluiting van de universiteiten met het bedrijfsleven. Dit jaar mag de academische elite zichzelf op de borst kloppen, want er is goed nieuws over de staat van het wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen. Uit het competitiviteitsrapport van het World Economic Forum blijkt dat we in de top vijf staan als het over de kwaliteit van onderwijs gaat.
...

Het is de tijd van olijke optochten van waardige professors in toga die het academiejaar bepakt met veel geleerdheid openen. Voor criticasters een uitgelezen kans om nog eens te hameren op de noodzakelijke aansluiting van de universiteiten met het bedrijfsleven. Dit jaar mag de academische elite zichzelf op de borst kloppen, want er is goed nieuws over de staat van het wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen. Uit het competitiviteitsrapport van het World Economic Forum blijkt dat we in de top vijf staan als het over de kwaliteit van onderwijs gaat. Voor een kenniseconomie is dat niet slecht, want het onderwijs levert de hersenen af die noodzakelijk zijn voor een economie waarvan de toekomst afhangt van innovatie. Volgens de recentste competitiviteitsgegevens van het World Economic Forum is in België de innovatiecapaciteit verbeterd. Ons land stijgt naar de elfde plaats voor dat criterium. Het rapport besluit dan ook: "België heeft in het algemeen een hoge capaciteit om te innoveren." Vooral Vlaanderen doet daarbij zijn deel. Wetenschapsbeleid, innovatie en onderwijs zijn regionale bevoegdheden. En laat nu het aantal wetenschappelijke publicaties aan de Vlaamse universiteiten meer dan dubbel zo hoog liggen dan aan de Franstalige universiteiten. De Europese Lissabon-strategie hield in dat de EU een sterke economische regio moest worden dankzij forse investeringen in onderzoek en ontwikkeling (O&O). Daarom werd in maart 2002 op een Europese top in Barcelona het streefdoel vastgelegd om de O&O-uitgaven tegen 2010 op te drijven tot 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Een derde moest komen van de overheid, de rest van de industrie. Die ambitie sneuvelde. Mede door de economische crisis, die in 2008 begon. Toch sloot de Vlaamse regering in 2009 in het kader van Vlaanderen in Actie met de sociale partners het zogenaamde Pact 2020 af. Dat bevat een langetermijnvisie voor Vlaanderen, waarin het engagement is opgenomen die 3 procentdoelstelling alsnog te halen, maar dan tegen 2020. Aanvankelijk leek dat vooral een loze belofte te worden. Maar dat is dus veranderd. Deze zomer publiceerde het departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid (EWI) zijn jaarlijkse 'Speurgids Ondernemen en Innoveren'. Daarin staat dat het Vlaamse budget voor O&O is gestegen tot 1,2 miljard euro. Onder andere dankzij de eenmalige injectie van 60 miljoen euro extra in 2012. De innovatieve sector in Vlaanderen betrekt ook middelen van de federale kas en van Europese onderzoeksprogramma's. Het brengt de totale overheidsinspanning voor O&O in Vlaanderen op 0,8 procent van het bbp. Volgens de EWI-speurgids zit Vlaanderen daarmee in de Europese middenmoot. "De tijd van de kaasschaaf is voorbij", zegt FWO-voorzitter en KU Leuven-rector Mark Waer. "Een overheidsbijdrage van 1 procent van het bruto binnenlands product in Pact 2020 is weer haalbaar." Dat kan kloppen, maar volgens de EWI-cijfers moeten de innovatiebudgetten dan tot 2020 wel met 11 procent per jaar stijgen. Voor de regering de kaasschaaf bovenhaalde, was de noodzakelijke groeicurve slechts 8 procent per jaar. Anders gezegd: als de Vlaamse begroting opnieuw onder druk komt te staan, wordt een stijgingsgemiddelde van 11 procent een zware opgave. Investeringen in wetenschappelijk onderzoek zijn één ding, maar leveren ze ook iets op? Wie de wetenschappelijke output van de Vlaamse universiteiten bekijkt, grijpt vroeg of laat terug naar de Scimago Institutions Rankings. Die zet de wetenschappelijke output en de invloed van 3290 instellingen van over de hele wereld tegen elkaar af. In de editie van 2012 staan de Vlaamse universiteiten in die rangschikking tussen plaats 68 en 520. De KU Leuven op 68 is de best gerangschikte universiteit. "Er is een positief effect van de democratisering van het onderwijs. De groei van het aantal wetenschappelijke publicaties uit Vlaanderen heeft ten dele te maken met het groeiende aantal studenten", verklaart Waer. "Omdat de financiering aan het studentenaantal is gekoppeld, krijgen de universiteiten meer middelen voor onderzoek." Pessimisten die vrezen dat de wetenschappelijke publicaties er door de democratisering op achteruitgaan, snoert de FWO-voorzitter meteen de mond. "We staan bij de wereldtop. De Angelsaksische traditie zoekt kwaliteit via selectie. Wij streven excellentie door inclusie na." Een en ander betekent dat het aantal wetenschappelijke publicaties in Vlaanderen per 10.000 inwoners ondertussen een pak hoger ligt dan in Groot-Brittannië. Dat is een evolutie van het jongste decennium. In 1998 waren de Britten en de Nederlanders duidelijk beter, maar nu heeft Vlaanderen Groot-Brittannië al ingehaald en is de achterstand met Nederland miniem. Bovendien staan de prestaties van de Belgische onderzoekers op niveau. Zo vergeleek UCL-professor Michel Gevers onlangs de overheidsinvesteringen in research in 2008 met het aantal wetenschappelijke citaten twee jaar later. België staat volgens die ratio wereldwijd op de tweede plaats. Na Zwitserland, maar voor het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, de VS en China. Het verleidt Mark Waer tot een andere interessante rekensom. "Als je de output van de universiteiten niet individueel bekijkt maar bij elkaar optelt, dan doen we het beter dan het Duitse Max Planck Instituut, dat in de SIR-ranking op de vijfde plaats staat." Uiteraard is een bundeling van de Vlaamse universiteiten niet helemaal fair, maar aan de andere kant plaatst het dingen ook wel in perspectief. Onder andere dat een bundeling van de middelen een goed plan zou zijn. "Bovendien is er ook de Vlaamse arbeidsethiek", weet Waer. "Wij stellen Finland als voorbeeld omdat het 1 procent van het bbp uitgeeft aan onderzoek. Maar eigenlijk betekent 1 procent van de middelen in Vlaanderen gewoon meer dan in de Scandinavische landen. Wij zijn productiever. Hard werken zit in onze arbeidsethiek. Ik zeg wel eens dat we eigenlijk de Japanners van Europa zijn." Afgaande op de ranking van de universiteiten is er weinig mis met de ontwikkeling van onze kennis. De vermarkting van die kennis verloopt wat moeilijker. Het is een van de redenen waarom werkgeversorganisaties er geregeld op wijzen dat het fundamenteel onderzoek niet zo veel overheidsmiddelen op moet slokken en dat het toegepast onderzoek meer ruimte moet krijgen. De verhouding tussen beide is nu ongeveer 54 procent voor toegepast onderzoek en 46 procent voor fundamenteel onderzoek. "De vermarkting van de kennis is een probleem", geeft ook Waer toe. Al heeft hij toch meteen een paar bedenkingen bij de discussie over gericht en niet-gericht onderzoek. "In Europa wordt gemiddeld 30 procent van de octrooien ook economisch geëxploiteerd. In Vlaanderen is dat 60 procent. Opnieuw: voor het omzetten van patenten in zakelijke initiatieven horen we tot de Europese top. Kijk maar naar het aantal spin-offs." De problemen zitten veeleer in de mentaliteit en het fiscale klimaat. "Vlaanderen is niet vergevingsgezind tegenover mislukkingen van bedrijven en ondernemen heeft nog een negatief imago. Al merken we op het terrein toch een verschuiving. Rolmodellen als Désiré Collen van ThromboGenics hebben daarbij het voorbeeld gegeven. Daardoor is het veel makkelijker geworden een goede CEO te vinden voor een spin-off." Maar volgens Waer is het belangrijkste pijnpunt het gebrek aan financiële partijen die de groeistappen van een innovatieve spin-off mogelijk maken. "Voor de initiële stappen is er geld, maar voor de marktintroducties ontbreekt dat. Denk maar aan de aidsremmers van het Rega-instituut. De ontwikkeling gebeurde door Gilead Sciences. Ze hebben een belangrijk marktaandeel. Als de vermarkting in Vlaamse handen was gebleven, dan zou de inkomstenstroom voor Vlaanderen ook veel groter zijn. Dus laten we onze problemen vooral niet beperken tot een vingerwijzing naar de academische research. Daar is niets mis mee." ROELAND BYL, FOTOGRAFIE FILIP VAN LOOCK"In Europa wordt gemiddeld 30 procent van de octrooien ook economisch geëxploiteerd. In Vlaanderen is dat 60 procent"