Londen (VK)
...

Londen (VK) Zijn kantoortje meet nog geen drie op drie meter. De thee haalt hij zelf. Nochtans is Richard Layard geen assistent, maar hoofd van het Centre for Economic Performance van de prestigieuze London School of Economics. Als 71-jarige is hij professor emeritus van diezelfde school, gereputeerd arbeidseconoom, ex-adviseur van Labour, en lid van het House of Lords (waar hij Lord Layard of Highgate heet). In Groot-Brittannië is Layard een autoriteit als een van de architecten van de work-for-welfare-aanpak of, zoals wij het concept beter kennen, de actieve welvaartsstaat: werklozen moeten niet in de eerste plaats ten eeuwige dage een uitkering krijgen, ze moeten vooral aan een baan geholpen worden. Sinds Richard Layard begin dit jaar een boek schreef onder de titel Happiness (in het Nederlands vertaald onder de titel: Waarom zijn we niet gelukkig?) is Layard ook een bekende figuur en veelgevraagde gast in de rest van Europa en ook de Verenigde Staten geworden. In het voorwoord noemt hij dit boek "een poging tot een nieuwe, op onderzoeksgegevens gebaseerde visie op een betere manier van leven". De relatie tussen inkomen en geluk is het startpunt van Layards analyse. Hij stelt vast dat in arme landen het inkomen onmiddellijk gerelateerd is met geluk. Meer inkomen betekent meer geluk. Maar in rijke landen is dat niet het geval. Hoewel in elke samenleving rijkere mensen gelukkiger zijn dan armere, neemt geluk niet toe samen met het inkomen (zie grafiek: Steeds rijker, niet gelukkiger). "We hebben op welvaartsvlak onze beste periode gehad de jongste vijftig jaar," zegt Richard Layard. "Maar de mate van geluk is blijven steken. Daarom moeten we nu stilstaan bij onze prioriteiten, zodat we een stap vooruit kunnen zetten op de gelukslijn." RICHARD LAYARD (LONDON SCHOOL OF ECONOMICS). "Omdat in rijke landen mensen hun inkomen vergelijken met het inkomen van andere mensen. Het is hun relatieve inkomen dat ze belangrijk vinden. Een mooi experiment werd gedaan met een groep Harvard-studenten. Ze moesten kiezen tussen twee denkbeeldige werelden, waarin de prijzen gelijk zijn. In de eerste wereld verdienen ze 50.000 euro per jaar, terwijl de andere mensen 25.000 euro gemiddeld verdienen. In de tweede wereld verdienen ze 100.000 euro, terwijl de anderen gemiddeld 250.000 euro verdienen. De meerderheid gaf de voorkeur aan de eerste wereld. Ze waren dus liever in absolute termen armer, maar relatief rijker ten opzichte van de anderen. En daarom worden we wel rijker maar niet gelukkiger. "Er is ook het fenomeen van de gewenning. Je koopt een nieuwe auto of een nieuw huis en je bent er ontzettend gelukkig mee, maar na een halfjaar ben je eraan gewend en is dat geluksgevoel weg. "Mensen willen steeds een hogere plaats op de ladder, maar dat is niet erg zinvol voor een maatschappij in zijn geheel: als iemand naar boven gaat, gaat iemand anders naar beneden. Het is een zero sum game, zoals dat in de economische theorie heet. De tijd die mensen hieraan besteden, vermindert de tijd die ze kunnen besteden aan hun familie en vrienden. Dat zijn krachten van geluk die veel minder onderhevig zijn aan vergelijking en gewenning. Een grote vraag voor onze maatschappij is of we niet te veel tijd besteden aan de competitie om hoger op de ladder te klimmen ten nadele van dingen die meer geluk kunnen brengen." LAYARD. "Neen, dat blijkt uit een ander experiment bij Harvard-studenten. Ze mochten kiezen tussen enerzijds twee weken vakantie terwijl alle anderen een week vakantie genoten, en anderzijds vier weken vakantie terwijl de anderen er acht kregen. Slechts 20 % koos voor de eerste optie. Mensen zijn dus minder competitief op het vlak van vrije tijd." LAYARD. "Er bestaat hierover veel scepticisme. Maar als je iemand vraagt hoe gelukkig hij is en je vraagt zijn vriend hoe gelukkig die man is, dan is er een hoge correlatie tussen beide antwoorden. Er is dus een gemeenschappelijk begrip van geluk. De neurowetenschap heeft nu bepaalde delen van het brein ontdekt die actiever zijn wanneer mensen gelukkig zijn. Die metingen zijn ook sterk gecorreleerd aan wat mensen zeggen over hoe gelukkig ze zijn. We moeten uitspraken over geluk dus ernstig nemen." LAYARD. "Een euro extra voor een arme levert meer geluk op dan voor een rijke. Daarom moeten de rijken een belastingheffing opgelegd krijgen ten gunste van de armen. Het gemiddelde geluksniveau stijgt. Die belasting vermindert ook de prikkel tot presteren. Het optimum ligt daar waar de winst door verdere herverdeling nog net iets groter is dan het verlies door het slinken van de koek. Naarmate de inkomensverdeling gelijkmatiger is, zal het geluksniveau hoger liggen. Daarom scoren de Scandinavische landen erg hoog op de gelukslijn. "Als we het belastingsysteem gebruiken om meer werken te ontmoedigen, dan verliezen de mensen inkomen, maar zullen ze gelukkiger worden. We hebben een hoge marginale belastingvoet nodig, maar dat wil daarom niet zeggen dat we meer belastingen moeten gaan betalen dan nu. Hoge marginale belastingen zijn ook niet noodzakelijk zo verstorend als de meeste economen tot nu toe hebben beweerd."LAYARD. "Als belastingen verlaagd worden, zullen mensen harder gaan werken en nog minder tijd besteden aan hun kinderen, familie en vrienden. Amerikanen werken harder dan Europeanen. Hun geluksniveau is de jongste decennia achtergebleven op dat van Europa." LAYARD. "U praat vanuit een heleboel veronderstellingen. We gaan ervan uit dat economische groei alles rechtvaardigt. Is het belangrijk dat mensen het allernieuwste digitale platte tv-scherm een jaar eerder hebben? Is een betere werk-levenbalans niet belangrijker? Daar moeten we over nadenken." LAYARD. "Nee, dat is echt niet waar. Een hogere economische groei maakt het niet makkelijker dit soort diensten te leveren. Als we minder werken en dus minder verdienen, hebben we ook niet zo'n grote output nodig." LAYARD. "Politici verkondigen het idee dat je de anderen slechts kan kloppen als je de hoogste graad van productiviteit hebt. Dat is volledig verkeerd. Competitiviteit hangt af van je lonen. Er is een soort misbruik van woorden. Competitiviteit wordt gebruikt voor productiviteit. Natuurlijk moeten we competitief zijn, maar dat betekent niet dat we productiever moeten zijn. Minder productieve landen hebben lagere lonen. Het heeft alles te maken met lonen, niet met productiviteit. Een land kan altijd concurreren omdat de mensen in overeenstemming met hun productiviteit worden betaald. Als we meer mensen meer zekerheid willen geven, moeten we wellicht een lager loon accepteren. Dat kan geen groot offer zijn in een wereld met onze levensstandaard." LAYARD. "In Engeland is dat het probleem niet. We hebben lagere lonen en een inkomenssupplement voor die lage lonen, net zoals de Verenigde Staten een negative income tax hebben. Dat is een noodzakelijk systeem. Met zo'n supplement heb je trouwens automatisch hoge marginale belastingen." LAYARD. "Dat is zelfs essentieel. Fundamenteel zijn mensen die werken, gezonder. Mensen moeten langer werken in jaren, maar onder minder druk om zoveel uren te kloppen. Het is absurd om te werken als een gek van je 25ste tot je veertigste, terwijl je dan net meer tijd moet besteden aan je kinderen en je vrouw." LAYARD. "In de economie wordt verondersteld dat je niet kan zeggen welke smaak goed is en welke smaak slecht is. En toch vinden economen het noodzakelijk om te zeggen dat mensen meer risico moeten nemen. Dat ze meer interesse moeten hebben in geld verdienen. Er is geen enkele rechtvaardiging in de economische theorie om zoiets te zeggen. Europeanen willen minder risico nemen dan Amerikanen en ze moeten dat recht hebben. De meeste mensen hebben een diep verankerd verlangen naar veiligheid en zekerheid. Een voorbeeld. Kop of munt: of je verliest 100 euro of je wint een groter bedrag. De vraag is hoe groot dat bedrag moet zijn voor je de weddenschap aanneemt. Daniel Kahneman, psycholoog en winnaar van de Nobelprijs economie, ontdekte dat het standaardantwoord rond de 200 euro ligt. Met andere woorden, verlies weegt dubbel zo zwaar als winst. "Een ander voorbeeld. Een eerste groep studenten krijgt een drinkbeker te zien en er wordt gevraagd hoeveel ze bereid zijn ervoor te betalen: gemiddeld 3,5 euro. Een tweede groep krijgt zo'n beker. Na korte tijd moeten ze antwoorden op de vraag voor hoeveel ze afstand willen doen van de beker: gemiddeld 7 euro. Dat strookt op geen enkele manier met de gangbare economische opvatting die voorspelt dat beide bedragen gelijk zullen zijn. "Een gelukkige samenleving kan niet genoeg zekerheid in huis hebben. Waarom zou je daar niet aan tegemoetkomen? Is het erg dat de Europese economie minder output heeft als de mensen hun wensen beter kunnen voldoen?"LAYARD. "Waarom zouden gemiddeld meer mensen entrepreneur moeten zijn dan dat we leraars, schrijvers of muzikanten nodig hebben? Hoe weten we dat?" LAYARD. "In de marxistische ideologie is de enige reële output de materiële output. Diensten zijn secundair. Maar dat is natuurlijk niet waar. Alle output heeft een waarde relatief aan zijn bijdrage tot de welvaart van de mensen. Er is geen logisch verschil tussen de persoon die een tv produceert en de persoon die het programma maakt dat op die tv getoond wordt. Het is niet juist te zeggen dat de producent van de tv de welvaart creëert waarmee de leraar betaald wordt die op die tv komt." LAYARD. "Ten eerste moeten ze mentale ziekten en depressies bestrijden. Die zijn momenteel de grootste bron van ongeluk. Onderwijs moet ook veel meer aandacht krijgen. Geluk moet in het onderwijs meer aandacht krijgen, in plaats van in examens slagen of een hoog inkomen verwerven." LAYARD. "Ik denk dat er een verandering zal komen. Het is een ongelooflijke misvatting dat een trend voor altijd zal verdergaan. Alle trends in de geschiedenis komen tot een einde. In de zeventiende eeuw was Engeland puriteins, in de achttiend eeuw libertair, in de negentiende eeuw weer puriteins en in de twintigste eeuw meer libertair. Ik ben bijna zeker dat de 21ste eeuw weer een vorm van groter puritanisme zal geven. "Er is een toegenomen interesse in de kwaliteit van het leven. Maar als de G8-landen samenkomen, praten ze alleen over de dynamiek van de economie. Gewone mensen doen dat niet. Die interesse voor de levenskwaliteit komt veel over als hedonistisch en individualistisch. Maar ze zal uiteindelijk steeds meer slaan op de sociale kwaliteit van het leven. Als dat gebeurt, kan dat het kantelmoment zijn.""We zien ook meer interesse in spirituele zaken, zoals meditatie. Het is wel allemaal nog erg ongevormd. Mensen leggen ook meer nadruk op relationele aspecten."LAYARD. "Een kerk zou kunnen ontsnappen aan zijn dogma's, maar er zijn weinig tekenen hiervoor vandaag. Ze zullen een toenemende uitdaging krijgen van de dalai lama en zo." LAYARD. "Ik denk dat we geen goed gedefinieerde waarden meer hebben, tenzij zelfrealisatie. Ons huidige waardensysteem bevat geen zaken als verantwoordelijkheid voor andere mensen. Het gaat alleen om verantwoordelijkheid voor jezelf. Ik denk niet dat de maatschappij zo kan overleven. Vandaag is het individualisme verbonden met een fanatiek managerialisme. Daarom voelen mensen dat het leven niet meer zo aangenaam is als het zou kunnen zijn." Richard Layard, 'Waarom zijn we niet gelukkig?', Uitgeverij Atlas, 2005, 302 blz.Guido Muelenaer