Een afspraak maken met Geert De Cock, zaakvoerder van kabellegger Elgeka, is geen sinecure. "Kom gerust af, maar als er ergens een kabel breekt, dan moet ik er onmiddellijk naartoe en zul je wel even moeten wachten," verontschuldigt hij zich op voorhand.
...

Een afspraak maken met Geert De Cock, zaakvoerder van kabellegger Elgeka, is geen sinecure. "Kom gerust af, maar als er ergens een kabel breekt, dan moet ik er onmiddellijk naartoe en zul je wel even moeten wachten," verontschuldigt hij zich op voorhand. Eind de jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkelde er zich een cluster van kabelleggers in de regio Zele-Lokeren. Ook Geert De Cock, die zich een paar jaar voordien als zelfstandig elektricien had gevestigd, ging als onderaannemer werken voor grote nutsbedrijven als Electrabel, Versatel en BT. In het spoor van de expanderende telecommunicatiesector dikten de cijfers van Elgeka spectaculair aan. Maar het feestje bleef niet duren. "Door de malaise in de telecomsector stuikte de markt ineen tot amper 10 procent van wat ze ooit geweest was," wordt De Cock nog altijd een beetje bleek. Dat er ook bij de kabelleggers brokken zouden vallen, was onvermijdelijk. De faillissementen in de sector zijn amper bij te houden. Vorige week nog beslisten de zaakvoerders van de firma Raemdonck-Janssens, nochtans een van de pioniers, om de boeken neer te leggen. Ook Elgeka moest serieuze klappen incasseren. Zo viel de omzet in het boekjaar dat midden 2003 werd afgesloten, terug tot 2,7 miljoen euro: meer dan een halvering ten opzichte van het jaar voordien. Dankzij een strikte kostenbeheersing slaagde De Cock er echter in om de rentabiliteit op een aanvaardbaar peil te houden. "Maar ook onze flexibiliteit en het feit dat we een vrij gediversifieerde klantenportefeuille hadden, waren belangrijke troeven om te overleven."Ondertussen lijkt de hemel boven de telecommunicatiesector stilletjes aan op te klaren. "We mogen weer aan groei denken," klinkt de 33-jarige ondernemer opgelucht. "Waarmee ik echter niet gezegd wil hebben dat alle zorgen opgelost zijn. Nu de markt herneemt, wordt het immers steeds moeilijker om geschikt personeel te vinden. Ondertussen probeer ik de boel draaiende te houden door zelf zestien uur per dag te werken, waarna er nog eens acht uur overblijft om van mijn werk te dromen."D.V.T.