De titel van hun bestseller verwijst naar de industriële revolutie als het eerste machinetijdperk. Erik Brynjolfsson zegt lachend dat de opvolger beter is dan het origineel. "In de negentiende eeuw verbeterde de technologie de menselijke spierkracht. Mens en machine vulden elkaar aan. De stoommachine maakte onze spierkracht zelfs deels overbodig." Niemand zal betwisten dat dit wereldwijd een enorme omwenteling betekende. Maar het tweede machinetijdperk gaat volgens Brynjolfsson veel verder, omdat cognitieve taken worden geautomatiseerd. "Robots kunnen tegenwoordig betere beslissingen nemen dan mensen. In het tweede machinetijdperk vervangen machines het brein van de mens." Door de exponentiële groei van het vermogen van computers is dit volgens Brynjolfsson "nog maar het begin" van wat we nog allemaal zullen meemaken.
...

De titel van hun bestseller verwijst naar de industriële revolutie als het eerste machinetijdperk. Erik Brynjolfsson zegt lachend dat de opvolger beter is dan het origineel. "In de negentiende eeuw verbeterde de technologie de menselijke spierkracht. Mens en machine vulden elkaar aan. De stoommachine maakte onze spierkracht zelfs deels overbodig." Niemand zal betwisten dat dit wereldwijd een enorme omwenteling betekende. Maar het tweede machinetijdperk gaat volgens Brynjolfsson veel verder, omdat cognitieve taken worden geautomatiseerd. "Robots kunnen tegenwoordig betere beslissingen nemen dan mensen. In het tweede machinetijdperk vervangen machines het brein van de mens." Door de exponentiële groei van het vermogen van computers is dit volgens Brynjolfsson "nog maar het begin" van wat we nog allemaal zullen meemaken. "Tien jaar geleden konden we nog niet praten met machines. Het werkt nu nog niet perfect, maar over een paar jaar is het routine: machines die ons begrijpen en onze instructies uitvoeren. Dan praten we over auto's die zichzelf besturen, passagiers ophalen of ons pizza's brengen. Of over machines die beter medisch, financieel of juridisch advies kunnen geven dan mensen. Dat een machine ons brein overneemt, is nieuw. Dat is duidelijk belangrijker dan het overnemen van onze spierkracht in het eerste machinetijdperk." Niet iedereen gelooft dat er sprake is van een verschuiving van de historische verhoudingen, zoals in het eerste machinetijdperk met de uitvinding van de stoommachine. Paul Krugman schreef eerder dit jaar in zijn column in The New York Times: "We moeten gas terugnemen in deze hype. Dat hele digitale tijdperk, verspreid over meer dan vier decennia, is een teleurstelling. Grote krantenkoppen, maar bescheiden economische resultaten." Krugman staat niet alleen. In een bijdrage aan Foreign Affairs deze zomer twijfelde Financial Times-coryfee Martin Wolf sterk aan de economische relevantie van nieuwe technologie. Hij noemt Facebook en de iPad veel minder belangrijk dan uitvindingen als de koelkast, elektriciteit, de wc en stromend water. "De wc, het spoor en de verbrandingsmotor zijn basisbenodigdheden", reageert Brynjolfsson. "We hebben nu andere uitvindingen die ons naar een heel nieuw niveau tillen. Er is veel meer aan de hand dan de pessimisten willen doen geloven. We hebben het over dingen die we niet zien of economisch niet kunnen meten. Veel traditionele statistieken missen de huidige vooruitgang, omdat veel economische voordelen gratis zijn. Neem Wikipedia. Dat is consumptie die niet wordt gemeten in de berekening van het bruto binnenlands product (bbp), omdat ze gratis is. De oude gedrukte versie van de Encyclopaedia Britannica kwam wel in het bbp." Het barst volgens Brynjolfsson van de voorbeelden van onlinecontent die mensen zonder beloning produceren voor anderen. "Die kost niets, maar voegt wel een enorme waarde toe voor mensen in de vorm van geluk. Dat geldt ook voor de gratis apps op onze smartphone. Ook die zitten niet in de economische resultaten." Naast de niet-gemeten consumptie, doceert Brynjolfsson, is er het immateriële kapitaal in de huidige economie. "De waarde van een bedrijf is veel meer dan alleen het gebouw waarin het zit en de apparatuur die het gebruikt. Voor Google zijn de businessprocessen en de algoritmen waardevol. Zelfs als de gebouwen van Google afbranden, zal er nog veel waarde over zijn die in de economische statistieken niet terugkomt. We zitten bovendien in een vroeg stadium van een transformatie. De volledige impact zullen we op zijn vroegst over tien jaar voelen." Brynjolfsson vindt dat hij ten onrechte neergezet wordt als een techno-utopist. "Ik ben een grote optimist over technologie en over wat ons de komende tien jaar te wachten staat. Mensen vonden ons aanstellers vanwege de passages in ons boek over zelfrijdende auto's. Als ik het boek weer zou schrijven, zou ik nog agressiever stellen dat de technologie ons vooruitsnelt." Maar de auteurs maken ook duidelijk dat de maatschappij als geheel een hoge prijs betaalt. Brynjolfsson en McAfee concluderen dat de helft van de Amerikaanse werkgelegenheid de komende twintig jaar op het spel staat. De globalisering zal ook veel slachtoffers maken in ontwikkelingslanden. Multinationals hebben eenvoudige taken overgebracht naar lagelonenlanden. Robots kunnen dat werk gemakkelijk overnemen. De zakenbladen Harvard Business Review en Foreign Affairs besteden deze zomer ruime aandacht aan robotisering met bijdragen van beide bestsellerauteurs. Foreign Affairs ligt voor Brynjolfsson op tafel. Hi, Robot, staat op het voorblad. Zijn artikel wordt geïllustreerd met een zwart-witfoto van een brandweerwagen, getrokken door twee paarden. Door de uitvinding van de verbrandingsmotor eind negentiende eeuw werden werkpaarden compleet overbodig. In het jaar 1900 telde Amerika 21 miljoen paarden. Daarvan waren er in 1960 nog maar 3 miljoen over. "We moeten robots verwelkomen. Mensen gaan nog niet de werkpaarden achterna. Zo extreem is het niet. Maar ze moeten zich wel voorbereiden." Dat doet Brynjolfsson zelf ook met zijn drie kinderen. De hoogleraar komt uit een succesvolle familie. Zijn vader was een nucleair natuurkundige uit IJsland die zijn carrière voortzette in Nederland en de Verenigde Staten. Een broer is een bekende vermogensbeheerder, een andere is chirurg en de derde is succesvol als landschapsarchitect. Brynjolfsson zegt goed te begrijpen dat zijn boek veel ouders doet nadenken over de opvoeding en de toekomst van hun kinderen. "Er is geen reden tot paniek. Maar mensen moeten nadenken over deze ontwikkeling. Ze zijn vaak of te pessimistisch of te optimistisch. Ze moeten de middenweg zoeken. Zorgen dat hun kinderen dingen kunnen waar machines slecht in zijn. Er zijn zaken waarin mensen een voordeel zullen houden. De eerste: creativiteit. In de kunst, het ondernemerschap of in academisch onderzoek. Ten tweede: interpersoonlijke vaardigheden. Dan moet je denken aan de psychologie, het coachen en leiden van mensen, en verkopen. Een hoog EQ wordt steeds belangrijker. De derde is, geloof het of niet, fysieke behendigheid. Denk aan de loodgieter, een tapijtlegger of een ober. Dat werk kunnen machines niet." In Amerika komt steeds meer kritiek op de in Silicon Valley heersende opvatting dat meer technologie alleen maar goed is voor iedereen. Peter Thiel, een van de oprichters van PayPal, zei ooit snerend over Twitter: "We wilden vliegende auto's, maar we kregen 140 tekens." Anderen onderstrepen dat vier decennia van innovatie niets hebben gedaan om de toenemende armoede en ongelijkheid te keren. Met een vooruitziende blik zei William Gibson, de Amerikaans-Canadese sciencefictionschrijver, in de jaren negentig: 'The future is already here, it's just not very evenly distributed.' Hoogleraar Kentaro Toyama van de Universiteit van Michigan publiceerde dit voorjaar het boek Geek Heresy, met de veelzeggende ondertitel Rescuing Social Change from the Cult of Technology. Toyama zegt dat de ongelooflijke kracht van machines in het nieuwe tijdperk vooral de rijken rijker maakt. Hij waarschuwt voor het uit elkaar scheuren van onze samenleving. Brynjolfsson deelt die zorgen. Zijn boek besteedt ruim aandacht aan de toenemende spagaat tussen arm en rijk. "De economische taart wordt groter door alle veranderingen. De winnaars profiteren veel meer dan de verliezers verliezen. Maar de meeste mensen schieten er niets mee op of verliezen zelfs. Thomas Piketty heeft met zijn boek belangrijke zaken aangekaart", zegt Brynjolfsson. "Maar hij heeft nauwelijks aandacht voor de invloed van technologie op de maatschappij." De technologische veranderingen van de jongste decennia, en niet Wall Street of globalisering, zijn volgens Brynjolfsson de belangrijke aanjager van de groeiende ongelijkheid in de Verenigde Staten en Europese landen. In het digitale tijdperk is het the winner takes all. "Hoe we daarmee omgaan, is de grootste uitdaging voor de komende tien jaar." Dat zal gepaard gaan met angst en woede. Iemand die de toekomst niet omarmt, wordt in de Verenigde Staten uitgescholden met de term 'luddiet'. Uit vrees voor de technologie en het verlies van werk, sloegen de activist Ned Ludd en zijn kompanen in de negentiende eeuw weverijen en machines in Engeland stuk. In hun boek schrijven Brynjolfsson en McAfee over de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Hein Donner. Toen hem werd gevraagd hoe hij zich zou voorbereiden op een schaakpartij tegen de computer van IBM, antwoordde Donner: "Met een hamer." Het is een bijzonder geestige reactie, maar volgens Brynjolfsson niet de juiste. Mensen kunnen robots en machines beter knuffelen dan kapotslaan. "We moeten veranderingen en de toekomst omarmen. De taxichauffeurs tegen Uber beschermen, is een heilloze missie." Maar dat betekent niet dat mensen passief moeten toekijken hoe hun banen verdwijnen. "We moeten met onze politieke leiders praten, met de mensen die bepalen wat er in het bedrijfsleven gebeurt en met onze eigen kinderen." Robotisering is wereldwijd een groot thema. 'Disruptie' is al een paar jaar een modewoord. Het woord valt zo vaak in bedrijven en onder consultants dat het soms lijkt alsof ontwrichtende innovatie een doel op zich is. "Natuurlijk brengen niet alle ontwrichtingen alleen maar voordelen. Consumenten profiteren van nieuwe mogelijkheden tegen lage kosten. Maar niet alles wat goed is voor het bedrijfsleven, is goed voor de maatschappij als geheel." Brynjolfsson redeneert dat grote economische ontwikkelingen meestal vervelende bijwerkingen hebben. De industriële revolutie bracht enorme rijkdom en voorspoed. "Maar de schaduwkant was: vervuiling, epidemieën en de exploitatie van kinderen in fabrieken. Toch kwamen er ook goede openbare scholen en een sociaal vangnet. Het heeft helaas wel honderd jaar geduurd. Dat moet nu veel sneller. De maatschappij kan het zich niet veroorloven zo uit de pas te lopen met alle technologische vooruitgang." "De kunst is niet alleen maar te automatiseren. Bedrijven en overheden moeten nieuwe bronnen aanboren waarin met menselijke capaciteiten waarde wordt gecreëerd . Ik denk dat veel ondernemers die uitdaging wel durven aan te gaan. Niet alleen omdat zij ook zorgen hebben over de opbouw van een betere samenleving. Ook omdat de grootste financiële successen dit soort businessmodellen hebben waarin mens en machines samenwerken. Je bent niet echt een creatieve ondernemer als je een oude baan weet te automatiseren. Je stelt pas wat voor als je een nieuwe baan kunt uitvinden." Overheden kunnen bedrijven en ondernemers volgens Brynjolfsson prikkelen. "Ze kunnen het belang van menselijke arbeid actief uitdragen. Ze kunnen prijzen en onderscheidingen geven aan succesvolle voorbeelden. Ze kunnen zorgen voor een fiscale stimulans in de vorm van loonsubsidies om zulke businessmodellen winstgevender te maken. We moeten het onderwijs opnieuw uitvinden. Ik zou ook graag meer sociale ondernemers willen zien die niet alleen hun persoonlijke vermogen willen opvoeren maar de welvaart van de maatschappij als geheel. We bepalen zelf ons lot, niet de machines." GERBEN VAN DER MAREL IN CAMBRIDGE"Robots kunnen tegenwoordig betere beslissingen nemen dan mensen" "Je bent niet echt een creatieve ondernemer als je een oude baan weet te automatiseren. Je stelt pas wat voor als je een nieuwe baan kunt uitvinden"