Vasco Group. Zo heet de Limburgse verwarmings- en ventilatiegroep The Heating Company sinds kort. De nieuwe naam, naar het bekendste merk uit de stal van bedrijven van oprichter en eigenaar Jos Vaessen, moet de heropstanding van de groep symboliseren. Vasco Group heeft klappen gekregen door de forse daling van de activiteiten in de bouwsector en de toegenomen concurrentie uit lagelonenlanden. Om het tij te keren, trok Vaessen ruim een jaar geleden opnieuw aan de mouw van Nijs. Twee eerdere pogingen had Nijs nog afgewimpeld, omdat hij zijn toenmalige werkgever, de Nederlandse metalengroep MCB, niet in de steek kon laten.
...

Vasco Group. Zo heet de Limburgse verwarmings- en ventilatiegroep The Heating Company sinds kort. De nieuwe naam, naar het bekendste merk uit de stal van bedrijven van oprichter en eigenaar Jos Vaessen, moet de heropstanding van de groep symboliseren. Vasco Group heeft klappen gekregen door de forse daling van de activiteiten in de bouwsector en de toegenomen concurrentie uit lagelonenlanden. Om het tij te keren, trok Vaessen ruim een jaar geleden opnieuw aan de mouw van Nijs. Twee eerdere pogingen had Nijs nog afgewimpeld, omdat hij zijn toenmalige werkgever, de Nederlandse metalengroep MCB, niet in de steek kon laten. "Toen ik startte, maakte dit bedrijf een zeer moeilijke periode door. Vasco was niet meer de leader die het vroeger was. We moesten weer perspectief creëren. Dat kostte behoorlijk wat energie", zegt Nijs, die meteen de vinger op de wonde legde. "We hadden te weinig aandacht gehad voor nieuwe producten." Bovendien had de forse terugval van de bouwmarkt zwaar ingehakt op de omzet en de winstgevendheid in de fabriek in het Limburgse Dilsen, en was de Nederlandse markt met de helft gekrompen. Om het resultaat overeind te houden, was al voor de komst van Nijs fors gesnoeid in de kosten. Maar de omzet bleef zakken. "Vorig jaar was het dieptepunt", weet Nijs. "Gelukkig hebben we een hoge solvabiliteit. We hebben als groep nooit echt verlies geleden, al zaten sommige operationele entiteiten wel in het rood." Nog harder besparen was geen optie. "Je moet in het vet snijden, maar opletten dat je niet in het vlees snijdt. Dat doet pijn en kan ertoe leiden dat je binnen een paar jaar bent overgenomen, of dat het gewoon afgelopen is. Trouwens, als je almaar kosten reduceert, ben je minder met innovatie bezig. Terwijl juist dat onze toekomst moet verzekeren." Nijs zette daarom meteen in op nieuwe producten. De productie van standaardproducten - zoals gewone badkamerradiatoren, waarvoor toegevoegde waarde en technische kennis minder belangrijk zijn - moet daardoor wel naar het buitenland verschuiven. "Andere landen kunnen die ook perfect maken. Zo is er concurrentie uit Rusland, Turkije en China. Die producten zien er gelijkaardig uit, al worden er soms dunnere materialen voor gebruikt." De productie van badkamerradiatoren verhuisde naar de fabriek van Vasco in Polen. "Mooie designproducten maken we wel nog in Dilsen. Daar komt veel meer artistiek en handwerk bij kijken. De volumes zijn minder groot, maar daar kunnen we nog het verschil maken." Die verhuizing van activiteiten zal trouwens doorzetten, weet Nijs nu al. Nieuwe investeringen in de Poolse fabriek zitten in de pijplijn. Nijs besloot ook de commerciële structuur verder internationaal uit te bouwen. Zo opende Vasco Group enkele maanden geleden een kantoor nabij Parijs, nadat er al een eigen kantoor in Dortmund was gekomen. Daardoor verschuift het zwaartepunt van de groep onvermijdelijk van de Benelux -- nu nog 65 procent van de omzet -- naar andere markten. "Anders kom je in de verdrukking." De focus zal voornamelijk liggen op Centraal- en Oost-Europa. "In Polen hebben we dus al een fabriek staan. We hebben ook al Russische vertegenwoordigers, leveren radiatoren aan Tunesië, en exporteren onze eerste containers naar China. We leveren al lang designradiatoren aan Japan, en ook landen als Irak nemen paneelradiatoren af." Al botst Vasco onherroepelijk op de concurrentie. Zo is ook Turkije een zeer grote producent, die veel exporteert naar Rusland, China en Europa. "We luisteren eindelijk naar onze klanten", zegt Nijs over zijn nieuwe aanpak. "Die markt- en klantgerichtheid is een verandering voor ons. Vooral daardoor zijn we erin geslaagd de kentering teweeg te brengen, die in september vorig jaar begonnen is. Onze organisatie kent opnieuw een voorzichtige positieve ontwikkeling. Maar het zal nog lang duren voor de periode van voor de crisis terugkomt." De nieuwe strategie was ook noodzakelijk omdat Vasco opereert in een branche die onderhevig is aan zeer grote veranderingen door nieuwe wetgeving voor woningisolatie. "Als je in België een nieuw huis wilt bouwen, heb je een ventilatiesysteem nodig. Anders haal je de vereiste EPC-normen (die de energieprestatie van een woning uitdrukken, nvdr) niet. Daar zetten wij op in. We zien ook dat er door nieuwe regelgeving en goede isolatie meer behoefte aan koeling zal komen, dus ontwikkelen wij ook producten voor koeling. Onze huizen zijn nu ook veel beter geïsoleerd, waardoor zeker in de Benelux, Duitsland en Frankrijk minder paneelradiatoren nodig zijn. Dat is een bedreiging, maar daarom is het goed dat we ons verder internationaal oriënteren. In Centraal-Europa en Rusland zijn paneelradiatoren booming business. Er wordt heel veel nieuw gebouwd, en ze stappen er af van district heating, waarbij appartementsgebouwen worden verwarmd via waterleidingen. Nijs rekent erop dat de nieuwe initiatieven ook de werkgelegenheid bij Vasco opkrikken. Enkele jaren geleden telde de groep 900 werknemers, op het dieptepunt waren het er nog 620. Er is zwaar geherstructureerd in de fabriek in het Nederlandse Tubbergen en in de fabriek aan het hoofdkwartier in Dilsen. Daar brak eind 2012 als gevolg van die afslanking zelfs een staking uit. Intussen gaat het personeelsbestand voorzichtig weer in opwaartse lijn, en telt Vasco 640 fte's, onder wie 380 in België. "We hebben aangeworven in Polen en in Nederland, en nu vullen we ook in Dilsen nieuwe functies in. De groei die we verwachten, zal nieuwe werkgelegenheid met zich brengen. Het aantal medewerkers in Polen zal zeker toenemen. Dat is tot nader order niet het geval hier in Dilsen, omdat eerst nog economische werkloosheid moet worden geabsorbeerd", zegt Nijs, die hardop hoopt op begrip en steun van de vakbonden. "In Nederland zijn de vakbonden zeer constructief. Ook in Polen is iedereen constructief. In België hebben we een goede relatie met de vakbonden, maar door die economische werkloosheid is de situatie natuurlijk moeilijker. Wij vragen flexibiliteit, net omwille van al de veranderingen die we doorvoeren. We moeten kunnen meeademen met de ontwikkelingen van de markt. We werken aan nieuwe producten en proberen in te schatten welke productie nodig is. Verkopen we meer, dan moet er sneller worden geschakeld. Dat kan in Nederland, en ook in Polen is er een grote flexibiliteit. Hier in Dilsen ligt dat door de complexiteit en de diversiteit van de productie toch iets moeilijker." "Ik heb hier in de fabriek de oproep gedaan om constructief aan die verandering mee te werken. Maar daar hebben ze het moeilijk mee. Dat probeer ik te begrijpen. Verandering is essentieel voor de toekomst van dit bedrijf, maar die boodschap komt blijkbaar heel moeilijk over bij sommige werknemers." Vasco heeft nochtans geen tijd te verliezen, want Nijs heeft ambitieuze doelstellingen. Vorig jaar bedroeg de omzet 88 miljoen euro. "In 2018 moeten we 150 miljoen halen", klinkt het. Die steile groei moet voor een groot deel komen van ventilatie en vloerverwarming, en van de geografische uitbreiding voor paneel- en designradiatoren. "We blijven focussen op producten die warmte of koelte afgeven, niet op producten die warmte of koelte genereren. Dus geen stookinstallaties, warmtepompen of zonnepanelen. Wij beperken ons ook tot producten voor klimaatcontrole en binnenhuiscomfort, dus geen producten voor grote fabriekshallen maar residentiële producten voor gezinswoningen of kantoren", zegt Nijs. "We zitten nu eenmaal niet in een financiële positie waarbij we alles kunnen doen." BERT LAUWERS, FOTOGRAFIE DEBBY TERMONIA"Als je almaar kosten reduceert, ben je minder met innovatie bezig"