Hoe is het mogelijk dat wij Europeanen, de Belgen op kop, o zo productief zijn, maar tegelijk relatief arm? Onze welvaart is per kop 30 % lager dan in de VS. De verklaring: onze werkweek is korter en vooral, onze arbeidsparticipatie is veel lager dan in de VS.
...

Hoe is het mogelijk dat wij Europeanen, de Belgen op kop, o zo productief zijn, maar tegelijk relatief arm? Onze welvaart is per kop 30 % lager dan in de VS. De verklaring: onze werkweek is korter en vooral, onze arbeidsparticipatie is veel lager dan in de VS. De voorbije veertig jaar is de werklust in heel Europa drastisch gedaald - getuige de lange vakanties, de hoge werkloosheid, het snel met pensioen gaan, het grote aantal vrouwen dat de weg naar de arbeidsmarkt (nog) niet vindt. De Belg werkt per capita ongeveer 600 uur per jaar - of ongeveer 3 uur per werkdag. Dat is naar internationale maatstaven bijzonder weinig. Hoe komt dat? Omdat we liever meer vrije tijd hebben? Of omdat een institutionele omgeving het voor velen te weinig lonend maakt om een job te aanvaarden? Is het een kwestie van voorkeur, dan is er niets aan de hand, maar is het een kwestie van een slecht georganiseerde arbeidsmarkt, dan gooien we elk jaar voor miljarden euro's welvaart over de balk. Soms is het een kwestie van beide natuurlijk. Veel mensen gaan bijvoorbeeld graag vroeg met pensioen, en de bestaande uitstapregelingen leggen hen daarbij financieel weinig of niets in de weg. Volgens econoom Olivier Blanchard (Massachusetts Institute of Technology) hebben de Europeanen vooral meer zin in vrije tijd dan de Amerikanen, vandaar het verschil. Maar het Internationaal Monetair Fonds (IMF) argumenteert dat vooral de belastingdruk op arbeid het aanbod en de vraag van arbeid afroomt, terwijl Europa door de vergrijzing van de bevolking en de dreigende daling van de bevolking op arbeidsleeftijd absoluut méér mensen naar de arbeidsmarkt moet lokken. Ook de Europese Centrale Bank heeft zich in het debat gemengd, en de bank sluit zich aan bij de visie van het IMF (zie website). De voorkeur voor vrije tijd speelt mee - getuige het succes van deeltijdse arbeid - maar is niet de bepalende factor. Landen met stroeve arbeidsmarkten, met financieel aantrekkelijke systemen om vervroegd met pensioen te gaan, met hoge werkloosheidsuitkeringen en een hoge belastingdruk op arbeid, zijn ook de landen waar het minst mensen aan de slag zijn. Dat kan geen toeval zijn, vindt de ECB. En het mag geen verrassing zijn dat België bij die landen hoort. Landen met hoge marginale belastingvoeten kennen ook kortere werkdagen per werknemer - België hoort ook bij die landen. De felle daling van het aantal arbeidsuren tussen 1970 en 2004 ging doorgaans niet gepaard met loondalingen, waardoor de arbeidskost per gewerkt uur fors steeg. Tussen 1970 en 2004 steeg in Europa de reële kostprijs per gewerkt uur zes keer zo snel als de tewerkstelling. In België was dat verschil nog meer uitgesproken. De reële arbeidskost per uur steeg met 163 %, terwijl de tewerkstelling maar met 12 % steeg. "Die trend van stijgende arbeidskosten verklaart grotendeels de zwakke toename van het aantal jobs, en joeg vooral de ongeschoolden de werkloosheid in," schrijft de Europese Centrale Bank. De jongste jaren is er wel een bescheiden verbetering merkbaar wat de werkgelegenheid betreft, onder meer dankzij een beleid van loonmatiging in heel wat Europese landen. De ECB besluit: "Gegeven de huidige voorkeuren en institutionele omgeving, komt het er op lange termijn op neer dat de stijgende arbeidsproductiviteit in de eurozone gebruikt wordt om de reële lonen (per gewerkt uur) op te krikken via een verkorting van de werkweek. Dat droeg bij tot hardnekkige en stijgende werkloosheidscijfers. In de VS daarentegen werden de productiviteitswinsten grotendeels aangewend om de tewerkstelling te vergroten, met een bescheiden stijging van de reële lonen" (zie grafieken). Als Luc Cortebeeck dus zegt dat er voor hem geen haast bij is om onze loonhandicap aan te pakken, dan weet u hoe de topman van het ACV de productiviteitswinsten wil aanwenden. D.K.