In de fonkelnieuwe Financietoren aan de Koning Albert II-laan in Brussel huist de dienst Internationale Betrekkingen. Deze afdeling van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF) krijgt alle informatie over de (on)roerende goederen van de Belgen in het buitenland binnen. Tegelijkertijd verschaft ze de nodige inlichtingen aan de fiscale administraties van de 88 landen waarmee een dubbelbelastingverdrag is afgesloten. Dit betekent dat de fiscus in theorie te weten kan komen waar uw buitenlandse eigendommen liggen. Maar in de praktijk doen de belastingcontroleurs weinig moeite, want de inspanningen wegen niet op tegen de mogelijke resultaten.
...

In de fonkelnieuwe Financietoren aan de Koning Albert II-laan in Brussel huist de dienst Internationale Betrekkingen. Deze afdeling van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF) krijgt alle informatie over de (on)roerende goederen van de Belgen in het buitenland binnen. Tegelijkertijd verschaft ze de nodige inlichtingen aan de fiscale administraties van de 88 landen waarmee een dubbelbelastingverdrag is afgesloten. Dit betekent dat de fiscus in theorie te weten kan komen waar uw buitenlandse eigendommen liggen. Maar in de praktijk doen de belastingcontroleurs weinig moeite, want de inspanningen wegen niet op tegen de mogelijke resultaten. Dat ergert SP.A-fractieleider Dirk Van der Maelen. In zijn strijd tegen de fiscale fraude - naar schatting 15 miljard euro per jaar - dringt de rode ridder nu aan op een strengere controle van onroerende goederen in het buitenland. Zo hoopt hij het onevenwicht tussen de lasten op arbeid (bijna 60 % van de totale fiscale ontvangsten), consumptie (circa 30 %) en kapitaal (10 %) recht te trekken. Van der Maelen: "Uit statistieken blijkt dat het inkomen uit vermogen sneller groeit dan het inkomen uit arbeid. De rijken ontsnappen met andere woorden makkelijker aan de fiscus. Een van de voornaamste redenen is dat de informatiedoorstroming van lonen en wedden naar de administratie bijna volautomatisch verloopt. Dat geldt echter niet voor alle andere inkomens, die op de belastingaangifte moeten worden ingevuld. Zoals een tweede eigendom in het buitenland."Het feit dat dit vastgoed meestal een fiscale vrijstelling geniet, betekent niet dat het geen invloed kan hebben op onze schatkist, weet Van der Maelen. "In de eerste plaats worden de onroerende inkomsten in aanmerking genomen voor de berekening van het belastingtarief (progressiebehoud). Bovendien mag je dan nog enkel de kapitaalaflossingen van de lening van je eerste woning aftrekken van je belastbare inkomen. Ook kan het niet-aangeven van een tweede woning in het buitenland een indicatie zijn van zwart geld, wat dan onderzocht kan worden.""Maar dit is gewoon de burger een rad voor de ogen draaien," reageert fiscalist Bernard Peeters, vennoot van Tiberghien Advocaten, verbolgen. "Het betreft hier enkel de nettohuurwaarde, die in ons land meestal vrijgesteld is. Alleen kan je in een hoger belastingtarief vallen. Maar als de eigenaar enkel intresten of dividenden als inkomsten heeft - wat vaak het geval is - levert de maatregel geen eurocent op."Bovendien betalen die personen al belastingen in het land waar het vastgoed zich bevindt, aldus Peeters. "Wellicht wil Van der Maelen de oorsprong van het geld waarmee het onroerend goed werd aangekocht, controleren. Zo'n doelstelling lijkt mij veel logischer. Trouwens, hij wil alleen maatregelen voor onroerende goederen in landen waarmee we een verdrag hebben. Zo valt Monaco uit de boot. Is dát geen discriminatie?"Ook de lokale tollenaars liggen er niet wakker van. Zij beschouwen het niet aangeven van een appartement of villa aan de Costa del Sol niet echt als fiscale fraude. "Het sop is de kool niet waard," bevestigt vakbondsman François Goris, voorzitter van de Nationale Unie van Openbare Diensten (NUOD), sector Financiën. "Onroerende goederen in het buitenland die al belast zijn, genieten grotendeels een fiscale vrijstelling. In de praktijk wegen voor de belastingcontroleur de mogelijke inkomsten dus niet op tegen de inspanningen. Zelfs al hebben de Belgen hun buitenlandse vastgoed met zwart geld gefinancierd, ze ontspringen vaak nog de dans door de verjaringstermijnen (in principe vijf jaar). Ook een strafklacht levert meestal niets op, want het parket heeft dringender problemen aan zijn hoofd, zoals moordzaken en btw-carrousels."Bovendien kampen de fiscale ambtenaren zelf met een grote achterstand om dit jaar nog vóór 30 juni 2006 alle aanslagbiljetten de deur uit te krijgen. Goris: "De scanning van de formulieren verliep gebrekkig en het berekeningsprogramma staat nog altijd niet op punt. Van een extra controle op het onroerend goed van de Belgen in het buitenland, waar minister van Financiën Didier Reynders (MR) over spreekt, zal dus niet veel in huis komen. De regering zou meer geld en energie moeten steken in een verbetering van de controletechnieken. Nu verliezen de ambtenaren veel tijd aan administratieve rompslomp die makkelijk vermeden kan worden. Zo kunnen werkgevers en financiële groepen toch de fiscale gegevens - zoals lonen, pensioenen, verzekeringen, giften en hypotheken - rechtstreeks aan de fiscus melden zonder dat de belastingplichtige daar nog een apart formulier voor moet invullen. De tijd die dan vrijkomt, kan aan echte controle besteed worden. Nu ontsnappen vele zelfstandigen en vennootschappen aan de jaarlijkse controle. Dat kost de schatkist veel meer geld."Maar achter de voorstellen van Van der Maelen schuilt wel degelijk een strategie, namelijk de oprichting van één kruispuntenbank per belastingplichtige: "Mijn doelstelling is zo snel mogelijk een volledig overzicht te krijgen van alle eigendommen die Belgische rijksinwoners in het buitenland bezitten. Op die manier kunnen de belastingen correct geïnd worden, ook op eigendommen in het buitenland. De opbrengst kunnen we goed gebruiken om de sociale toekomst veilig te stellen en om belastingen op arbeid te verlagen."Probleem is echter dat de Belgische administratie nog niet in staat is gegevens automatisch uit te wisselen. Minister Reynders: "Dat komt door onze federale staatsstructuur. Registratierechten zijn gewestmaterie. De centrale diensten bevoegd voor de internationale relaties hebben in de jongste vijf jaar geen informatie over onroerende goederen meer ontvangen van de gewesten, zodat ze ook geen gegevens kunnen doorspelen aan het buitenland. Daarom hebben we aan de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen gevraagd een lijst op te stellen van niet-inwoners die eigenaar zijn van een onroerend goed in ons land. We moeten er namelijk over waken dat we op het vlak van de internationale uitwisseling van inlichtingen de wederkerigheid verzekeren."Deze informatisering past in het moderniseringsplan van Financiën. Op het kabinet van Reynders geeft stafmedewerker Edouard Trzcinski tekst en uitleg. Wat de uitwisseling van fiscale gegevens betreft, past België de aanbevelingen van de Organisatie voor Economische en Sociale Ontwikkeling (Oeso) toe. Maar de concrete samenwerking met de buitenlandse administraties blijft beperkt (155 multilaterale controles in 2004). Toch worden op wederzijds verzoek inlichtingen gegeven, zoals de dubbelbelastingverdragen voorzien. In de directe belastingen steeg dit aantal van 12.000 in 2002 naar 29.000 in 2004 (zie tabel: Hoeveel informatie wisselt België uit?). Wat de indirecte belastingen betreft, is de uitwisseling veel intensiever om de internationale btw-carrousels beter te kunnen bestrijden. Dankzij de invoering van het VAT Information Exchange System (VIES) kan de fiscus wel alle handelstransacties tussen de Europese lidstaten per computer raadplegen. Jaarlijks stelt België bijna 2,5 miljoen vragen aan andere lidstaten (cijfer 2004). Ook bestaat de mogelijkheid voor belastingplichtigen om btw-nummers in het buitenland te verifiëren (1,5 miljoen dossiers in 2004). Het Central Liaison Office in de Zaveltoren in Brussel verzorgt de coördinatie. Maar het probleem is dat al deze informatie slechts stukje bij beetje binnenkomt en handmatig verwerkt wordt. Daarom sluit de fiscus sinds 1998 administratieve akkoorden met andere landen om tot een automatische uitwisseling van gegevens te komen. Trzcinski: "Voorlopig hebben we met Nederland, Frankrijk, Italië en Oekraïne zo'n overeenkomst getekend. Eind vorig jaar heeft minister Reynders aan Spanje gevraagd om onderhandelingen voor een overeenkomst aan te knopen. Daar is nog niet op geantwoord. Hetzelfde geldt voor Duitsland en Rusland. Dit jaar zullen we een gelijkaardige brief richten aan Griekenland, Polen, Marokko en Turkije. Maar de concrete invulling van al die afspraken loopt nog stroef. Alleen de Franse fiscus stuurde in april 2005 een cd-rom met 49.000 registraties van onroerende transacties met Belgische particulieren en vennootschappen. Het betreft naar schatting 29.000 particulieren en vennootschappen. Volgens de statistieken geven slechts 12.000 Belgen hun buitenlandse eigendommen officieel aan. Hier klopt duidelijk iets niet, en onze diensten onderzoeken het nader."Toch ontvangt de fiscus al vele jaren uittreksels van notariële akten uit Frankrijk waar landgenoten bij betrokken zijn. Om precies te zijn: 21.000 akten tussen 1999 en 2004. Volgens Hervé Jamar, staatssecretaris voor de strijd tegen de fiscale fraude, zaten daar 5500 meldingen van Belgische aankopen van vastgoed tussen. Tot nu toe worden deze gegevens nog via de traditionele weg op papier verzonden en vervolgens in Brussel gecentraliseerd, om nadien verstuurd te worden naar de lokale belastingkantoren. Van der Maelen: "Spijtig genoeg heeft de Belgische fiscus van deze mogelijkheden nooit gebruikgemaakt om de aangiften van de personenbelasting te controleren. Hier wou ik verandering in brengen, te beginnen met Frankrijk en vervolgens met de andere landen. De tweede stap is deze informatie te laten opvragen in Nederland, Italië en Oekraïne. Dat kan op relatief korte termijn gebeuren, aangezien met deze landen een administratief akkoord gesloten is. Ten derde moeten we de diensten belast met de informatie-uitwisseling uitbreiden. Ten slotte moet België zo snel mogelijk administratieve akkoorden bedingen met alle landen waarmee het een dubbelbelastingverdrag heeft. Dan is ook met die landen een automatische informatie-uitwisseling mogelijk."Karel Anthonissen, directeur van de Bijzondere Belasting Inspectie (BBI) in Antwerpen: "Voorlopig wisselt de BBI sporadisch en op specifieke aanvraag informatie met andere landen uit. Maar door taal- en andere barrières sleept de procedure lang aan. Daarom zien sommige belastingcontroleurs ertegen op om er gebruik van te maken. Met de technologische middelen van vandaag kan je heel het proces automatisch laten verlopen. Het volstaat een zoekrobot à la Google uit te werken, waar de bestanden van alle administraties binnen de Europese Unie op aangesloten zijn. Zo kan je met een muisklik op je computer het (on)roerend vermogen en de financiële transacties van elke belastingplichtige in kaart brengen. Wettelijk gezien is daar geen bezwaar tegen dankzij de dubbelbelastingverdragen en de EU-richtlijnen. Alleen moet de toegang tot dat fiscale netwerk goed beveiligd worden om de privacy van de burgers te beschermen. Handels- en vennootschapsregisters zijn in vele landen al online op het internet te vinden. Technisch is alles mogelijk om deze moderne databank in te voeren. Ondertussen hebben wij op plaatselijk vlak al een eigen bestand met een 100.000 documenten ontwikkeld."Intussen komen de belastingplichtigen met de billen bloot te staan. Als gevolg van de antiwitwaswetgeving wisselen overheden steeds meer fiscale gegevens uit. Advocaat Werner Niemegeers (Consulta) stelt een inbreuk op de privacy van de burgers vast: "Stap voor stap krijgt de overheid een volledig zicht op het roerend en onroerend vermogen van de Belgen. Hierbij speelt de Europese spaarrichtlijn een belangrijke rol. Wie een tweede verblijf over de grens bezit, beschikt in dat land meestal ook over een bankrekening - al was het maar om de syndicus of de elektriciteitsrekening te betalen. Sinds 1 juli 2005 geven de lidstaten deze informatie automatisch aan elkaar door. Dat vergemakkelijkt de controle voor de Belgische fiscus, die vragen kan stellen aan de houder van de buitenlandse rekening. De kans is dus groot dat de vergeetachtige belastingplichtige voortaan tegen de lamp loopt." Eric Pompen