Lokale servicebedrijven kunnen profiteren van de krimpende aanwezigheid van grote fabrikanten. Probleem is geschikt personeel te vinden. Dat blijkt uit de derde enquête van XPC en Trends-Tendances over de Belgische markt voor software en diensten.
...

Lokale servicebedrijven kunnen profiteren van de krimpende aanwezigheid van grote fabrikanten. Probleem is geschikt personeel te vinden. Dat blijkt uit de derde enquête van XPC en Trends-Tendances over de Belgische markt voor software en diensten.Eén uitgesproken tendens in onze jongste enquête over de wereld van software en informaticaservice : de tijd van de human resources is aangebroken. Informatica betekent computers, kabels en diskettes, maar nog belangrijker zijn de specialisten die de puzzel samenstellen en efficiënte oplossingen ontwikkelen. Die specialisten zijn meer dan ooit in trek."Hoewel het materieel en de software grotendeels in het buitenland worden geproduceerd, is de toepassing en de integratie van de systemen nog altijd een plaatselijke aangelegenheid," verklaart Serge Wynen, de gedelegeerd bestuurder van XPC, het analysebedrijf dat een studie op basis van de enquête heeft gemaakt. "Dat is goed nieuws voor de sector in België," gaat hij verder. "Bovendien zoeken de integratiebedrijven niet alleen technici. Ze hebben ook marketingmensen nodig, opleiders en projectleiders." CORRECT BEELD.De vaststelling steunt op de resultaten van een enquête waarvoor in juli jongstleden vragenlijsten naar de 400 grootste informatietechnologiebedrijven in België werden gestuurd. Ongeveer 180 van de aangeschreven firma's hebben gereageerd, met een goede verdeling tussen de verschillende sectoren waarin ze actief zijn. Het onderzoek geeft dus een vrij getrouw beeld van de sector en zijn kijk op de toekomst.Zowel de antwoorden op de vraag naar de kritieke factoren voor het succes als een korte analyse van de markt, wijzen op het groeiende belang van de menselijke factor. Bij de antwoorden (zie tabel Kritieke factoren voor het succes) staat de motivatie van het personeel op de eerste plaats (91 %) en scoort het vinden van bekwame mensen een vierde plaats (84 %). In onze enquête van twee jaar geleden kreeg de motivatie van het personeel "slechts" 74 % van de stemmen. Is deze evolutie betekenisvol ? Ja. Men kan ze in verband brengen met de antwoorden inzake de plannen van de bedrijven op het vlak van de rekrutering (zie tabel Werkgelegenheidskansen), die erg positief zijn voor functies als analyse/programmering, verkoop, marketing en technische ondersteuning. De tendens is niet verrassend. De van nature erg beweeglijke informaticamarkt slaat een vrij duidelijke richting in. "De sterksten worden sterker, de anderen verzwakken," stelt Serge Wynen. Microsoft verstevigt zijn leiderspositie, SAP is nummer één bij de beheerssoftware, Compaq bij de verkoop van pc's, Cisco bij de netwerkapparatuur (routers) en Oracle bij de databases. "De grote kanonnen trekken de hoofdmoot van de markt aan," analyseert Serge Wynen. "De Belg is meer conservatief dan visionair. Hij kiest voor de sterkste." Deze factoren bepalen de behoeften van de bedrijven die informaticasystemen ontwerpen en installeren. Specialisten in het Windows NT besturingssysteem zijn erg in trek, net als experts in de programma's van SAP, een Duitse producent van software voor het real time-management van bedrijven. Deze programma's vervangen de oude, minder functionele software van eigen makelij. Ze hebben al ingang gevonden bij de industrie, de chemie en de farmaceutica. Alleen de bankwereld biedt nog wat weerstand, vooral in België, waar men programma's "van eigen kweek" verkiest.WINDOWS NT.Met Windows NT zien we dat Microsoft opklimt in de hiërarchie van de informaticatoepassingen. Eerst speelde het alleen mee op de markt van de autonoom gebruikte microcomputers, maar nu doet het zijn intrede in de wereld van de netwerken en de servers. In die wereld heeft tot nu toe vooral Novell (de grootste producent van software voor pc-netwerken) goede zaken gedaan, samen met alle fabrikanten van Unix-computers ( Hewlett-Packard, Unisys, NCR, Sun Microsystems, Digital Equipment, IBM). Nu is het tij echter aan het keren. Windows NT, dat zowel een gebruiker-pc (client) als een server kan besturen, heeft een aantal voordelen, zoals een eenvoudige installatie, een vertrouwde interface (dezelfde als Windows 95) en een goede integratie met ruim verspreide Microsoft-programma's zoals Word, Excel en Office. Bovendien omvat de enkele weken geleden gelanceerde Windows NT Server 4.0 een ingebouwde Internet/Intranet-server. De fabrikanten van Unix-materieel doen mee : Unisys en Digital Equipment hebben NT als besturingssysteem gecoöpteerd en werden daarin onlangs gevolgd door Hewlett-Packard. Ook op de Belgische markt maakt het programma een echte doorbraak en zet het voet aan wal bij de grote bedrijven. Banken als Generale Bank en BBL hebben het in hun agentschappen ingevoerd en de groep GIB is het eveneens aan het installeren. Voor de servicebedrijven uit de opkomst van Windows NT zich in een vraag naar opleidingen en bekwaam personeel. Andere behoeften sluiten aan op de reeds genoemde : men heeft specialisten in netwerken en grafische interfaces nodig. En natuurlijk in de technieken van het Internet en het Intranet, een domein waar experts dun gezaaid zijn. "Wij hebben veel moeite gehad om een specialist te vinden voor de integratie van het Internet en Unix," vertelt Philippe Dubois, gedelegeerd bestuurder van IsaServer, de hoeksteen van het Isabel-project (electronic banking) dat door de belangrijkste banken van het land is opgestart. ON LINE.Wat het Internet betreft, bestaan de behoeften maar ze blijven nog vaag. En Intranet ? Dat gebruikt dezelfde instrumenten als het Internet, maar is alleen toegankelijk voor een beperkt publiek : het personeel van een bedrijf, de klanten en leveranciers. Het begint vorm te krijgen in proefprojecten, die de voorbode zijn van een grotere ontplooiing in de volgende jaren.De ondervraagde bedrijven plaatsen het Internet en het Intranet bovenaan in het klassement van de factoren die hun succes in 1997 moeten verzekeren (zie tabel Technologieën). Toch verklaart slechts 29 % van de respondenten dat zij over een site op het World Wide Web beschikken, wat toch wel het minste is om toegang te krijgen tot deze markt. Maar de intenties zijn er : een bijkomende 27 % van de bedrijven denkt tegen het einde van het jaar een site te hebben, 14 % mikt op 1997. Voorlopig ziet men niet de elektronische handel of de telefonie over het Internet als de essentiële voordelen van het Internet. De software- en servicebedrijven hechten veruit het grootste belang aan E-mail, de toegang tot informatie en de overdracht van bestanden.Uit nieuwsgierigheid hebben we gevraagd welke de belangrijkste toegangsleveranciers tot het Internet zijn op wie men een beroep doet. Het antwoord wijst reeds op een sterke concentratie. EUnet, Innet en Belgacom ( Interpac en Skynet) vertegenwoordigen 64 % van deze markt. Het zou echter overhaast zijn dit te veralgemenen voor de hele Belgische markt. EEN ZAAK VAN POSITIONERING.Een betekenisvolle aanwijzing over de toekomstverwachtingen is de manier waarop de bedrijven van de sector zich positioneren, dus hoe ze zichzelf zien of gezien willen worden.Net zoals twee jaar geleden is het belangrijkste profiel dat van softwarehuis, dat door een klein derde van de respondenten wordt opgegeven. Vergeleken met de vorige enquête krijgt het profiel van systeemintegrator meer stemmen, zodat het stijgt van 9 % naar 15 % van de antwoorden. Een kwestie van woordenschat ? Niet echt.Het begrip softwarehuis dekt taken die variëren van consultancy tot het schrijven van programma's of het ontwerpen van een algemeen schema. Een systeemintegrator steekt zelf de handen uit de mouwen : hij belast zich met de verantwoordelijkheid voor en het risico van een project, dat hij soms zelfs voor rekening van de klant op zijn eigen computers uitvoert ( outsourcing). Men besteedt niet alleen het beheer van computercentra uit, maar ook toepassingen (bijvoorbeeld facturatie) en functies (bijvoorbeeld telefonische help desks). De andere profielen die de bedrijven zichzelf toekennen, vertellen over hun visie op de evolutie van de vraag. Bovenaan het lijstje staan netwerkintegratie, ondersteuning, onderhoud en opleiding. De levering van Internet-diensten komt op een interessante plaats (14 % van de respondenten). Er ontstaan zeer gerichte beroepen, zoals dat van corporate dealer (leverancier van micro-informatica aan bedrijven). Dergelijke bedrijven, zoals Systemat en Econocom, moeten over de gepaste infrastructuur beschikken om honderden pc's te kunnen leveren en installeren. PARTNERSHIPS.Terwijl het aantal bedrijven afneemt, treedt een nieuwe taakverdeling in voege. De producenten van software en hardware zijn steeds minder happig om in België en alleen voor België een volledig filiaal open te houden dat alle diensten verzorgt (marketing, financiën, logistiek...). Ongeveer een derde van de bedrijven die voor de enquête werd aangeschreven, werkt ook in het buitenland en heeft vaak een beslissingscentrum buiten onze grenzen. Amerikaanse groepen zoals Unisys, NCR en Oracle hebben hun Europese organisatie onlangs omgevormd of zijn dat aan het doen. Zij kiezen voor een nieuwe formule : de virtuele structuur, die de scheidingswanden tussen de verschillende filialen wegneemt. Een kaderlid van een Brusselse vestiging rapporteert aan een directeur in Amsterdam, terwijl zijn buurman voor een verantwoordelijke in Madrid werkt. Deze soepele organisatie elimineert of vermindert de behoefte aan een Europese zetel en gespecialiseerde teams in elk afzonderlijk land. Dit past in het streven naar een zo licht mogelijke structuur met een minimum aan personeel. Deze groepen spelen de globale kaart, die trouwens door de internationale klanten wordt gevraagd. Deze klanten zijn geneigd hun bestellingen te groeperen en op Europese of zelfs op wereldschaal te onderhandelen. Terwijl de trend van de terugkeer naar de core business zich doorzet, gokken de bedrijven maximaal op partnerships en onrechtstreekse distributie, die de commerciële taken inkrimpen tot de contacten met de grote prospects en klanten. Hoe nieuwer het bedrijf, hoe meer het zijn activiteiten concentreert en zich op de samenwerking met partners richt. Eén van de belangrijkste taken is de keuze en beoordeling van de plaatselijke bedrijven die zaken zullen aanbrengen en beheren. Het resultaat : Microsoft heeft in België slechts 50 werknemers, tegenover 1500 voor IBM.De toegepaste methode heet "leveraging" : spelen op de hefboomwerking van de partners. "Het komt erop aan met zo weinig mogelijk mensen zoveel mogelijk zaken te doen," zegt Serge Wynen. "Het contact met de klanten loopt steeds vaker via een lokale onderneming, een integrator of distributeur." Het zijn deze bedrijven die specialisten zoeken. Een voorbeeld is Microsoft, dat zich op Benelux-schaal heeft georganiseerd ; het geeft zelf geen opleidingen, maar laat dat over aan partnerbedrijven ; een groot gedeelte van de verkochte programma's passeert niet via het filiaal, maar wordt rechtstreeks met de computers meegeleverd (Windows 95, Windows NT, BackOffice...).Het Duitse SAP beperkt eveneens zijn aanwezigheid. Het richt zich tot klanten van een bepaalde omvang en doet ook aan rechtstreekse verkoop. In zijn ambitie om de markt van de grote KMO's te veroveren, werkt het samen met partners in België zijn dat Delaware Industrial Solutions ( Bekaert) en Administra/CIM Hardi. Ook de leveranciers van hardware geven hun distributie, hun naverkoop en diensten zoals call centers (help desks) in onderaanneming. België speelt dus geen beduidende rol in de hardware en de software. Bovendien zullen de filialen van de internationale leveranciers zich in ons land niet verder ontwikkelen de evolutie zou zelfs in de omgekeerde richting kunnen gaan. Het goede nieuws is dat de informatica een essentieel instrument blijft voor de werking van de organisaties. Die informatica moet geïnstalleerd worden, wat niet van op afstand kan gebeuren. Daarom is het terrein van de plaatselijke servicebedrijven groter dan ooit.ROBERT VAN APELDOORN SERGE WYNEN (XPC) De Belg is meer conservatief dan visionair, hij kiest voor de sterkste.