Tijdens de maanden juli, augustus en september steken duizenden studenten de handen uit de mouwen. Ze springen in voor werknemers die op vakantie vertrekken of vangen de pieken op tijdens de drukkere zomermaanden, zoals in de horeca. Voor werkgevers biedt het aantrekken van studenten tijdens de zomermaanden het grote voordeel dat de sociale bijdragen worden vervangen door een lage solidariteitsbijdrage.
...

Tijdens de maanden juli, augustus en september steken duizenden studenten de handen uit de mouwen. Ze springen in voor werknemers die op vakantie vertrekken of vangen de pieken op tijdens de drukkere zomermaanden, zoals in de horeca. Voor werkgevers biedt het aantrekken van studenten tijdens de zomermaanden het grote voordeel dat de sociale bijdragen worden vervangen door een lage solidariteitsbijdrage. In principe mag iedere jongere van vijftien jaar of ouder die niet meer onderworpen is aan de voltijdse leerplicht en die nog onderwijs volgt, als jobstudent werken. Studenten die al meer dan zes maanden werken, avond- of dagcursussen volgen met een beperkt lesrooster of die als stagiair onbetaalde arbeid verrichten voor hun studieprogramma, vallen uit de boot en mogen niet met een studentencontract gaan werken. De werkgever en de student moeten een schriftelijke overeenkomst opmaken en ondertekenen, uiterlijk op het ogenblik dat de student begint te werken. Het contract wordt in twee exemplaren opgesteld, één voor de werkgever en één voor de student. De schriftelijke overeenkomst moet bepaalde zaken vermelden, zoals de identiteit van de student, de datum van het begin en het einde van de overeenkomst, de plaats waar het werk uitgevoerd wordt, een beschrijving van het werk dat de student zal uitoefenen en het aantal uren dat de student per dag en per week zal werken. De werkgever is ook verplicht om de indienst- en uitdiensttreding van de jobstudent elektronisch aan te geven (via het Dimona-systeem), uiterlijk op het moment dat de student met zijn werk begint. Daarbij moet de werkgever vermelden dat de werknemer als student wordt tewerkgesteld. De student krijgt ook een afschrift van het arbeidsreglement, waarin de bijkomende rechten en plichten van de werkgever en werknemer en de specifieke arbeidsvoorwaarden staan. De werkgever kan niet eender welk werk aan de jobstudent toevertrouwen. Werken met gevaarlijke machines of in ongezonde omstandigheden is verboden. Jobstudenten mogen ook niet blootgesteld worden aan stoffen die giftig zijn of die erfelijke genetische veranderingen kunnen veroorzaken. Extreme koude, hitte, lawaai of trillingen zijn ook uit den boze. Werkgevers moeten ook rekening houden met andere beperkingen. Studenten mogen niet meer dan acht uur per dag en veertig uur per week werken. In de privé-sector genieten alle werknemers, en dus ook studenten, van een arbeidsduurvermindering tot 38 uur per week. In de vijfdaagse werkweek mogen de studenten negen uur per dag werken. Studenten die jonger zijn dan achttien jaar, mogen niet meer dan acht uur per dag werken, noch overwerk doen. Voor sommige sectoren bestaan er wel afwijkingen. Studenten mogen bijvoorbeeld in hotels, restaurants en cafés maximaal elf uur per dag en vijftig uren per week werken, voor zover de normale wekelijkse arbeidsduur gemiddeld nageleefd wordt over een bepaalde referteperiode. Nachtarbeid (arbeid tussen acht uur 's avonds en zes uur 's ochtends) is in principe verboden. Voor sommige bedrijfs-takken of beroepen bestaan er wel afwijkingen die nachtarbeid toestaan voor werknemers van achttien jaar en ouder. Voor jongeren tussen zestien en achttien jaar zijn de afwijkingen beperkt. Die mogen in de horeca werken tot uiterlijk 23.00 uur. Studenten hebben ook recht op een pauze. Werknemers van achttien jaar en ouder krijgen een pauze wanneer hun arbeidstijd meer dan zes uren bedraagt. Studenten die jonger zijn dan achttien jaar, mogen niet meer dan 4,5 uur ononderbroken arbeid verrichten. Bedraagt de werktijd meer dan 4,5 uur, dan hebben ze recht op een half uur rust. Wanneer de student meer dan zes uur werkt, bedraagt de rusttijd een uur. Studenten van 21 en ouder hebben recht op hetzelfde loon als een gewone werkkracht in het bedrijf en in de sector waarin ze werken. Jongere jobstudenten krijgen een percentage van die weddeschalen (zie kader: Het loon van de jobstudent). De minimumlonen per sector zijn vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten. De werkgever betaalt op het loon RSZ- en werkgeversbijdragen. Toch levert het vakantiewerk voor de werkgever een aanzienlijke vermindering van de loonkosten op. In de zomervakantie betalen de werkgever en de student namelijk onder bepaalde voorwaarden geen sociale bijdragen, maar wel een solidariteitsbijdrage. Die bijdrage komt neer op 5 % voor de werkgever en 2,5 % voor de student. Voorwaarde voor de solidariteitsbijdrage is dat de student in de maanden juli, augustus en september werkt, en niet meer dan 23 arbeidsdagen. Als een student bijvoorbeeld in juli twintig dagen werkt bij bedrijf A en in augustus vijftien dagen bij bedrijf B, dan is hij vanaf de eerste werkdag bij bedrijf A onderworpen aan RSZ. Bovendien mag de student in de loop van het schooljaar dat de zomervakantie voorafgaat, niet onderworpen zijn geweest aan de RSZ als werknemer bij dezelfde werkgever. Ten slotte moet de jobstudent tewerkgesteld zijn met een studentencontract. De werkgever is niet verplicht een bedrijfsvoorheffing in te houden op het loon dat hij betaalt aan de student, als er op dat loon geen sociale bijdragen verschuldigd zijn. In de studentenovereenkomst kan de werkgever een proefperiode voorzien van minimaal zeven en maximaal veertien dagen. Tijdens de eerste zeven dagen van de proefperiode kan de overeenkomst niet beëindigd worden, tenzij om een dringende reden. Van de achtste tot de veertiende dag kan de overeenkomst zonder opzegging en zonder vergoeding beëindigd worden. Zowel de werkgever als de student hebben het recht om een einde te maken aan het contract vóór de voorziene datum. De opzeggingstermijnen voor een overeenkomst van minder dan één maand bedragen drie kalenderdagen voor de werkgever en één kalenderdag voor de student. Voor overeenkomsten van minstens één maand moet de werkgever een opzegtermijn van zeven kalenderdagen naleven, de student een opzegtermijn van drie kalenderdagen. De opzegging gebeurt altijd schriftelijk. Wordt de student ziek of krijgt hij een ongeluk, dan hoeft de werkgever geen loon te betalen als hij nog geen maand in dienst is. Na die periode moet de werkgever wel een loon betalen gedurende veertien dagen. Duurt de ziekte minder dan veertien dagen, dan wordt de eerste werkdag na het begin van de ziekte (carensdag) niet betaald. Als de student langer dan zeven kalenderdagen niet kan werken, mag de werkgever het contract verbreken. De werkgever moet dan wel een schadevergoeding betalen die gelijk is aan het loon dat overeenstemt met de opzeggingstermijn. Arbeidsongevallen worden normaal gedekt door de verzekering die de werkgever verplicht is af te sluiten. Vanaf 1 juli geldt er een soepeler regeling voor studentenarbeid. Voortaan mogen studenten alle maanden van het jaar werken. Het aantal dagen dat een student per jaar mag werken, verdubbelt tot 46 dagen. Voor de zomermaanden blijft dezelfde voordelige sociale regeling gelden. Voor werken buiten die periode, tijdens weekends en in de schoolvakanties, zijn de sociale lasten van 12,5 % (8 % voor de werkgever en 4,5 % voor de student) nog steeds een pak lager dan voor gewone werknemers. De nieuwe regeling voor jobstudenten verandert echter niets voor de zomervakantie van 2005. De bedoeling is vooral om de studentenarbeid tijdens het academiejaar aantrekkelijker te maken. Melanie De VriezeStudenten van 21 en ouder hebben recht op hetzelfde loon als een gewone werkkracht in het bedrijf en in de sector waarin ze werken. In de zomervakantie betaalt de werkgever onder bepaalde voorwaarden geen sociale bijdragen, maar een solidariteitsbijdrage van 5 %.