Na de verkiezingsuitslag van afgelopen weekend komt er verandering in de Vlaamse regering. Wijzigingen op het federale vlak kunnen niet uitblijven. Wat moet er volgens onze drie economen dringend veranderen aan het beleid?
...

Na de verkiezingsuitslag van afgelopen weekend komt er verandering in de Vlaamse regering. Wijzigingen op het federale vlak kunnen niet uitblijven. Wat moet er volgens onze drie economen dringend veranderen aan het beleid? BAUDOUIN VELGE (VBO). "Het ontbreekt ons aan ondernemerschap en ondernemers, alle cijfers bevestigen het. Waarom? Je moet allereerst ingrijpen in de administratieve rompslomp en lagere bedrijfslasten afdwingen. Je moet je daarnaast afvragen: vanwaar komt het geld om die lagere inkomsten voor de staatskas te compenseren? Dat kan niet via belastingen, want die moeten naar beneden. België zal economisch even performant of performanter zijn - zegt onder meer een studie van McKinsey - door 3 à 4 % van het bruto binnenlands product minder te besteden aan de overheid. Het door snoeien bespaarde geld moet in de economie." ERIC VERMEYLEN (VOKA). "Ten eerste: in de jaren zestig is Vlaanderen rijk geworden door twee dingen. Gaston Eyskens gaf verstandige investeringshulp en de infrastructuur werd versterkt. Die ingrepen moeten we vandaag op een moderne manier herhalen. Dat betekent een competitieve vennootschapsbelasting en een inhaaloperatie voor infrastructuurwerken. Ten tweede: de ambitie van onze ondernemingen moet internationaler worden en dus moeten de bedrijven kostencompetitiever zijn. Ten derde: we moeten onze zeer goede logistieke ligging beter uitspelen. Ten vierde: wij moeten durven nadenken over businessmodellen in de gezondheidszorg. In Scandinavië werken universiteiten, ondernemingen, farmabedrijven en de overheid samen. Ten vijfde: ik wens een efficiënte overheid en daaraan koppelt Voka een verdere autonomie voor Vlaanderen. Door federale compromissen en discussies verliezen we zeeën van tijd." JOHAN VAN OVERTVELDT (VKW). "Prioriteit nummer één, zowel Vlaams als federaal, is voor mij het scheppen van een kader waarin een hogere investeringsquote mogelijk is. Ik ben onder de indruk gekomen van een Amerikaanse studie uit 1997 met als sleutelwoord het jaartal 1974. In dat jaar was er in Amerika en Europa een opvallende daling van de productiviteit. De auteurs stelden, zeer vernieuwend: kijk voorbij de oliecrisis en onderzoek de industriële geschiedenis. Elke innovatiedoorbraak gaat gepaard met een redelijk lange periode van dalende productiviteit vanwege het leergeld, de kinderziekten en de nieuwe investeringen. De twee auteurs voorspelden in 1997 dat Amerika aan de vooravond van een grote stijging van de productiviteit stond. Anno 2004 krijgen ze gelijk. Om de brede toepassingen van de vondsten in onze bedrijven te verwezenlijken, moet hun investeringsquote stijgen of kunnen stijgen. Daar moet macro-economisch de ruimte voor ontstaan en daarom moet er ingegrepen worden in de parafiscaliteit en de fiscaliteit. Bovendien moet de overheid de moed opbrengen om het misbruik van overheidsgeld krachtig aan te pakken. In Denemarken is men zeer streng bij het bekampen van de sociale fraude. Ten slotte kennen de succesvolle landen in Europa een behoorlijke continuïteit van hun beleid. Je kan hier zelfs je beleid niet evalueren omdat de parameters om de zes maanden veranderen. Of de vennootschapsbelasting 33 of 29 % is, maakt niet zoveel uit. Belangrijker voor een bedrijf is dat het weet waar het staat en wat erop afkomt." Frans Crols