Wat kunt u winnen bij fiscale amnestie?

Dinsdag 21 januari bogen de Europese ministers zich opnieuw over de Europese spaarrichtlijn. Zwitserland is nu bereid een roerende voorheffing van maximaal 35% in te voeren, uitsluitend voor EU-onderdanen. Dat opent perspectieven voor een fiscale amnestie in België. De tijd is rijp, zeggen experts.

Bij de prijsuitreiking voor de Manager van het Jaar op 8 januari gaf Guy Verhofstadt ( VLD) het startschot voor de verkiezingsstrijd. Tijdens zijn speech maakte de premier officieel bekend het huidige regeringsbeleid te willen voortzetten. “Ondanks de economische terugval hebben we opnieuw een positieve begroting 2003 met een overschot gerealiseerd. Maar de facturen blijven stijgen. Deficit spending noch harde besparingen bieden een oplossing. Wij moeten nu zoeken naar nieuwe instrumenten om ons project van verantwoordelijke welvaartsstaat te financieren,” zei Verhofstadt.

In de wandelgangen van de Wetstraat wint een idee steeds meer veld om de noodlijdende schatkist te spekken: fiscale amnestie, al dan niet gekoppeld aan een soort van vermogensbelasting (zie interview met minister van Financiën Didier Reynders, blz. 44). Met de belasting op het gerepatrieerde kapitaal – naar schatting 2,5 à 5 miljard euro – kan dan een nieuwe belastingverlaging gefinancierd worden om onze kwijnende economie op te krikken. Ondanks alle maatregelen uit het verleden is en blijft de fiscale druk op arbeid in ons land zowat de hoogste ter wereld.

Amnestievoorstel in voorbereiding

Het kabinet van regeringscommissaris Alain Zenner bereidt een regularisatie van niet aangegeven belastingen (lees: fiscale amnestie) voor. Het is geen officieel wetsvoorstel, maar een discussietekst die als basis voor de volgende coalitiebesprekingen kan dienen. Het idee is echter niet nieuw. Al in 1997 lanceerde de toenmalige senator Johan Weyts ( CD&V) een voorstel tot fiscale amnestie. Ondanks steun van Jean-François Godbille, financieel substituut bij het Brusselse parket, en professor Thierry Afschrift ( ULB) liep dit proefballonnetje snel leeg. En in opdracht van senator Paul Hatry ( MR) schreef de Antwerpse advocaat Victor Dauginet – voormalig ambtenaar op het ministerie van Financiën – in datzelfde jaar een memorie van toelichting voor de invoering van een eenmalige vrijwillige solidariteitsbijdrage als overgangsregeling voor de witwaswetgeving van 7 april 1975. Zo zouden belastingplichtigen zonder enige rechtsvervolging de kans krijgen hun zwarte geld alsnog aan te geven.

Vandaag denkt Dauginet aan een lichte aanpassing van zijn originele tekst. “Zonder de afschaffing van de waarden aan toonder lijkt de solidariteitsbijdrage mij niet langer zinvol noch politiek aanvaardbaar om de transparantie van het roerend bezit en de financiële stromen te verbeteren.” Hij denkt ook dat in de huidige context de regeling te duur uitvalt. “De KB Lux-zaken kostten de belastingplichtigen tussen 5 en 7% van het kapitaal. De tarieven in mijn ontwerp liggen tussen 10 en 33%, afhankelijk van het geval. Ik denk dat de niet aangegeven onroerende inkomsten voor de periode die niet verjaard is, met 33% moeten worden belast. Voor intresten en dividenden en de sommen ouder dan vijf jaar denk ik dat 10% van het kapitaal – en dus niet van de opbrengsten – ruimschoots volstaat.” Deze regeling is veel duurder dan die in Italië en Duitsland.

Dauginet zou sommen die verworven werden uit een nalatenschap aan een belasting van 33% onderwerpen. “Uiteraard blijven de successierechten in rechte lijn gewoon verschuldigd, maar zonder boeten of intresten.”

De mentaliteit verandert

Economieprofessor Hans Geeroms (Ehsal, Vlerick, Ichec) staat evenwel sceptisch tegenover een fiscale amnestie. “In de eerste plaats werkt zo’n maatregel in België niet. Begin jaren tachtig vaardigde toenmalig minister Willy De Clercq ( VLD) een regularisatie voor niet aangegeven inkomsten uit, maar bijna niemand reageerde. Bovendien wegen de ethische en juridische tegenargumenten van een algemene amnestie zwaarder door dan de economische voordelen. De staat kan niet zomaar eerst de wet laten overtreden en dan die situatie legaliseren.” Ook de redenering dat het gerepatrieerde geld in ons land geïnvesteerd zal worden, houdt volgens Geeroms weinig steek.

“Ondanks de morele bezwaren wint het idee van fiscale amnestie veld,” zegt Philippe Vanclooster, partner van PricewaterhouseCoopers. “De algemene mentaliteit verandert. Na de financiële schandalen en tariefverlagingen van de afgelopen jaren zijn de belastingplichtigen steeds meer geneigd hun burgerplicht te vervullen. Ook hebben de overheden hun strijd tegen de fiscale fraude opgevoerd, waardoor de schrik erin zit bij de niet-criminele ontduikers. Als ze voor een aanvaardbare prijs hun gemoedsrust kunnen terugwinnen, willen ze best hun zwarte geld aangeven.”

Vanclooster meent dat deze formule regeringen de kans biedt om hun overheidsschulden te delgen en de nationale economie op te krikken. Het moet wel een eenmalige operatie blijven, anders beloont de overheid de fraudeurs te veel. “Bovendien mag het tarief niet te laag zijn wegens de morele bezwaren, maar ook niet te hoog, anders dreigt de maatregel te mislukken.”

Ten slotte rest het probleem van de rechtszekerheid. Vanclooster: “De berouwvolle ontduikers moeten definitief vrijgesteld worden van vervolging. Belastingbetalers hebben immers schrik dat de overheid de wetgeving achteraf opnieuw aanpast. Hun angst is niet onterecht.”

Buitenlandse voorbeelden

De tijd lijkt rijp voor wat ze in Nederland zo mooi een “generaal pardon” noemen. Volgens Harrie van Mens en Robin Steenman van het Nederlandse advocatenkantoor Van Mens en Wesselinck toont wetenschappelijk onderzoek aan dat een fiscale amnestie met flankerende maatregelen wel heilzaam is voor de belastingmoraal. Daarom pleiten zij in het jongste nummer van het Nederlands Juristenblad voor een eenmalige naheffing van 20% op al het zwarte kapitaal – uitgezonderd crimineel geld – dat ontduikers vrijwillig aangeven. Naar schatting hebben de Nederlanders zo’n 60 miljard euro aan zwart geld in het buitenland geparkeerd. Tegelijkertijd moet de fiscus ná de maatregel de controle opvoeren en strenge straffen uitspreken, aldus de advocaten.

In 1988 beet Ierland de spits af. Bij de eerste actie in 1988 kregen de belastingplichtigen de mogelijkheid om de ontdoken belastingen op inkomsten, fortuinen en interesten te betalen binnen een termijn van tien maanden, zonder enige boete. Bovendien kregen ze de garantie dat ze niet door justitie vervolgd zouden worden. Deze operatie ging gepaard met een aantal andere maatregelen, zoals de uitbreiding van de bevoegdheden van de fiscus, de publicatie in de kranten van de naam van de fraudeurs, de vereenvoudiging van het fiscale systeem, en een verlaging van de aanslagvoeten. Daarbovenop kwam een aanzienlijke verhoging van de boetes op fiscale fraude. De eerste amnestie in 1988 bracht 620 miljoen euro op, terwijl de tweede amnestie in 1994 nog 297 miljoen euro in het laatje bracht.

Met een eenmalige heffing van slechts 2,5% repatrieerde Italië het afgelopen jaar zo’n 60 miljard euro aan kapitaal uit het buitenland, goed voor 4% van het bruto binnenlands product (BBP). Dit leverde de regering van Silvio Berlusconi niet minder dan 1,25 miljard euro aan extra inkomsten op, mede dankzij de volledige afschaffing van de successierechten vanaf september 2001. Minister van Economie Giulio Tremonti sprak midden januari van een zeer positief resultaat. Hij voegde eraan toe dat de jacht op fraudeurs die hun geld niet repatrieerden, nu van start gaat: “Nu vervangen we de wortel door de stok.”

Welke bedragen staan op het spel? De Banca d’Italia schat dat er een kapitaal van ruim 500 miljard euro sluimert op buitenlandse bankrekeningen van Italiaanse ingezetenen, die de opbrengsten van dit vermogen niet aangeven bij de fiscus. Een groot deel van het zwarte geld bevindt zich op Zwitserse bankrekeningen. Milanese bankiers moesten de jongste maanden tot ‘s avonds laat en in de weekends werken om gerepatrieerd geld te registreren. De regering hoopt dat de amnestie niet alleen de banken maar ook andere sectoren ten goede komt. Tremonti, de initiatiefnemer van de amnestie, gelooft dat de kapitaalinvoer zal bijdragen tot een hogere economische groei. Sommige bankiers zijn ervan overtuigd dat een belangrijk deel van de gerepatrieerde middelen zal worden geïnvesteerd in kleine en middelgrote ondernemingen.

Portugal gaf zijn onderdanen die bepaalde inkomsten niet hadden aangegeven in november van vorig jaar de kans om zonder boete of strafvervolging hun fout uit het verleden te herstellen. In twee maanden tijd gaven 300.000 Portugezen hun zwarte geld – in totaal 1,1 miljard euro – aan. De fiscus belastte de fondsen tegen het gewone tarief.

Ook Duitsland overweegt een fiscale amnestie. In december 2002 lanceerde bondskanselier Gerhard Schröder het voorstel van een eenmalige heffing van 25% op zwart geld dat terugkeert uit het buitenland. Gecombineerd met een bevrijdende roerende voorheffing van 25% wil de socialistische kanselier zo zijn scheefgegroeide begroting voor dit jaar weer in evenwicht brengen.

Het Zwitserse verzet gebroken

Geïnspireerd door het Italiaanse succes begon de Europese Commissie vorige maand met een studie naar de mogelijkheden van een fiscale amnestie. Dat zou wel eens het breekijzer kunnen worden om de ontwerprichtlijn over de spaarfiscaliteit definitief door te voeren. Het voorstel verplicht de lidstaten vanaf 2011 informatie over de inkomsten van buitenlandse spaargelden uit te wisselen om een algemene roerende voorheffing in heel de Europese Unie te waarborgen. Tot nu toe lagen sommige lidstaten – België, Luxemburg en Oostenrijk – dwars. Het kleinste land van de Unie eist zonder omwegen dat Zwitserland eerst zijn bankgeheim opheft.

Maar daar voelt het Alpenland, dat een buitenlands vermogen van meer dan 3000 miljard euro beheert, weinig voor. Na lange onderhandelingen bleken de Zwitsers eind vorig jaar wel bereid een roerende voorheffing van maximaal 35% – uitsluitend voor EU-onderdanen – in te voeren en 75% van deze opbrengsten aan de respectieve lidstaten door te spelen. Daarnaast wil Zwitserland ook informatie over rekeningen verstrekken, op voorwaarde dat er van fraude sprake is. Belastingontduiking in dat land is echter niet illegaal. Zo blijft het geld dat de EU-onderdanen in het buitenland parkeren om aan de successierechten te ontsnappen, buiten schot. Daarom zoekt de Europese Commissie nu naar bijkomende mogelijkheden om de Zwitsers onder druk te zetten. Op dit vlak biedt fiscale amnestie perspectieven. Want als de buitenlanders hun vermogen naar eigen land repatriëren verliest Zwitserland een belangrijke bron van inkomsten en heeft het bankgeheim geen zin meer.

Toch is de Zwitserse minister van Economie, Pascal Couchepin, niet bevreesd voor de effecten van de fiscale amnestie. Het Zwitserse bankgeheim zal volgens hem overeind blijven. Couchepin gelooft niet dat fiscale amnestie de Zwitserse banken in de problemen zal brengen. Dankzij het bankgeheim heeft het land een indrukwekkende bankindustrie kunnen uitbouwen. Couchepin wijst erop dat voor criminele onderzoeken het Zwitserse bankgeheim al wordt opgeheven, maar niet voor belastingontduiking. Couchepin ligt dus niet wakker van de economische gevolgen van eventuele fiscale amnestie voor de Zwitserse banksector. Hij is ervan overtuigd dat de dienstverlening van de Zwitserse banken concurrerend genoeg is.

Werner Niemegeers, Eric Pompen [{ssquf}], eric.pompen@trends.be

Het idee wint veld om fiscale amnestie te verlenen, gekoppeld aan een soort van vermogensbelasting waarmee een nieuwe belastingverlaging kan worden gefinancierd.

Als de buitenlanders hun vermogen naar eigen land repatriëren, verliest Zwitserland een belangrijke bron van inkomsten en heeft het bankgeheim geen zin meer.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content